In 2025 zijn er 21.500 nieuwbouw-huurwoningen van woningcorporaties bijgekomen. Dat zijn er tweeduizend meer dan in 2024 en het hoogste aantal sinds het begin van de meting in 2012. In de Metropoolregio Amsterdam kwamen er 4.900 corporatiewoningen bij (tegenover 3.910 in 2024). Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De verschillen zijn groot in de regio Amsterdam. Terwijl in een groot aantal gemeenten meer dan 30% van de nieuwbouw uit corporatiewoningen bestaat, zijn er ook veel gemeenten waarin zowel in 2024 als 2025 geen enkele corporatiewoning werd gerealiseerd. Dat zijn Aalsmeer, Blaricum, Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemstede, Huizen, Landsmeer, Oostzaan en Ouder-Amstel. Dat zijn veelal gemeenten die toch al over weinig sociale huurwoningen beschikken. Dat geldt bij uitstek voor Blaricum, Bloemendaal, Edam-Volendam en Laren. Het regeerakkoord 2026-2030 richt zich op het betaalbaar maken van wonen door de bouw van 100.000 woningen per jaar, waarvan 30 procent sociale huur.
Amsterdam
In Amsterdam kwamen er 2.900 nieuwbouwwoningen bij. De corporaties hebben nog geen cijfers over 2025 bekendgemaakt, maar de kans dat die overeenkomen met die van het CBS, is klein. Zo telt het CBS transformaties niet mee, en de corporaties wel. Mede daardoor telden de Amsterdamse corporaties per 1 januari 2025 2.114 nieuwbouwwoningen (jaarbericht AFWC) en bleef de teller bij het CBS steken op 1.785 – 329 nieuwbouwwoningen minder.
Onder meer door de afwijkende nieuwbouwgetallen verschillen ook de cijfers van het CBS over de woningvoorraad van corporaties, gebaseerd op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), en die van de corporaties zelf. Dat zit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) al langer niet lekker, omdat woningmarktbeleid mede afhangt van de omvang van de woningvoorraad. Daarom heeft het ministerie het CBS gevraagd uit te zoeken waar die verschillen nu precies vandaan komen. Voor liefhebbers is het rapport op te vragen (via asd@cbs.nl). (ND)