Woonbond: "Corporaties maken 1500 euro winst per woning"

01.03.2018
Image

De Woonbond start een actie voor 10 procent huurverlaging. Volgens directeur Roland Paping kan dat omdat de corporaties de afgelopen jaren forse winsten hebben geboekt. "Bijna een kwart van de huur die corporatiehuurders betalen is winst." Directeur Max Norder van Aedes wijst de oproep af. Hij stelt dat corporaties het geld nodig hebben voor nieuwbouw en verduurzaming.

De huren zijn de vorige kabinetsperiode fors gestegen. Inmiddels is de gemiddelde huurprijs van een corporatiewoning 535 euro. Voor veel huurders zijn die prijzen volgens Paping nauwelijks meer opbrengen. "De corporatiesector maakte in 2016 bijna 3,3 miljard winst op een huuropbrengst van ruim 15 miljard. Het is onverteerbaar dat huurders kampen met armoede terwijl er zulke winsten worden gemaakt." Volgens Paping gaat het in deze cijfers om reguliere exploitatiewinst. Verkoopinkomsten en hogere vastgoedwaarderingen zijn niet meegerekend. De winst zou neerkomen op 1500 euro per woning.
Norder van Aedes vindt 'winst' een gek woord in dit verband. "Elke cent blijft beschikbaar voor de sector", zei hij op Radio1. De spaarpot is volgens hem nodig vanwege de grote opgaven waar corporaties voor staan, zoals de bouw van extra woningen en de verduurzaming.
De Woonbond baseert zijn gegevens op het Sectorbeeld 2017 dat de Woonautoriteit heeft uitgebracht. Daarin wordt ook geconstateerd dat er grote verschillen zijn tussen woningmarktregio's. De Metropoolregio Amsterdam is een van de drie regio's met minder financiële ruimte en tegelijkertijd een hoge opgave voor verduurzaming en instandhouding van het bezit. Daarbij genereert de WOZ-gebaseerde verhuurderheffing een extra lastennadeel. "De WOZ-grondslag doet afbreuk aan het stelsel," constateert de Woonautoriteit zelfs.
Volgens Paping is er ondanks de bouw- en verduurzaamheidsopgave ruimte voor huurverlaging. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is somberder over de investeringscapiteit van corporaties in relatie tot de klimaatdoelstellingen: Het borgstelsel zou voldoende robuust zijn om de investeringen naar gemiddeld label B in 2021 te dragen, maar raakt daarna wel de grenzen. Daarna is er nog maar beperkt ruimte: "WSW ziet hier te grote financiële en bedrijfsmatige risico’s om deze investeringen geborgd te financieren."
Volgens Paping zijn de rekenmodellen van het WSW extreem voorzichtig.