Foto: Hans van der Vliet
Het aantal sociale huurwoningen in Amsterdam in bezit van woningcorporaties is voor de vijfde keer op rij gegroeid, meldt de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) in het Jaarbericht 2026. Netto kwamen er 1826 sociale huurwoningen bij. De corporaties bouwden de meeste sociale huurwoningen in zestien jaar en verkochten (596) en sloopten (276) daarnaast ook woningen.
De federatie verwacht dat de komende jaren minder woningen opgeleverd zullen worden dan in 2025. Dat komt doordat in 2025 in Amsterdam 1.515 sociale huurwoningen in aanbouw zijn genomen, en in 2024 1.817. Dat is minder dan waarop werd gemikt: 1900 tot 2500 sociale huurwoningen per jaar.
De corporaties moeten nog 15.500 woningen met een E, F of G label verduurzamen, maar het gaat ze niet lukken om voor 2029 alle EFG-labels weg te werken. Dat heeft onder meer te maken met oplopende bouwkosten, hogere rente en toegenomen belastingdruk. Die dwingen corporaties andere prioriteiten te stellen. Soms gaan die ten koste van verduurzaming. En soms ten koste van nieuwbouw. Corporaties besparen wat ze kunnen, maar dat is niet genoeg. Dus wil de woningproductie op peil blijven, dan zullen corporaties ook woningen moeten verkopen, "zolang de pot geld uit Den Haag niet komt", zei Anne-Jo Visser, directeur-bestuurder van de AFWC tijdens de presentatie van de jaarcijfers op donderdag 25 juni in Pakhuis De Zwijger. Woonwethouder Zita Pels, aanwezig bij de presentatie, kan niet wachten "tot ze in De Haag de portemonnee trekken." Ondertussen helpt het wel, benadrukte Visser een paar keer, als de gemeente bij de komende bezuinigingen de uitvoerende afdelingen zoveel mogelijk spaart. Het helpt natuurlijk ook als vergunningen er snel doorkomen. Tijd is immers geld: de bouwkosten blijven stijgen.
Tevredenheid huurders
De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoningen steeg licht, na jaren van daling, van 9,8 jaar in 2024 naar 9,9 jaar in 2025. Het 'kortst' zijn de wachttijden in Zuidoost en Weesp (7 jaar), het langst in Zuid (13,5 jaar) en Centrum (11,5 jaar).
De gemiddelde tevredenheid van huurders is de afgelopen jaren, ondanks de inspanningen van de corporaties, niet verbeterd. In vergelijking met de vorige meting, in 2023, is de gemiddelde tevredenheid van huurders met hun buurt licht afgenomen, van 7,1 naar 7,0, blijkt uit cijfers van WiA. Die tevredenheid hangt samen met het veiligheidsgevoel dat bewoners ervaren. Ook dat daalde de afgelopen jaren gemiddeld 0,1 procentpunt.
Visser is blij met de bouwcijfers en de nadruk op volkshuisvesting in het nieuwe coalitieakkoord, maar kanttekeningen plaatste ze ook. “We hebben een goed jaar achter de rug, met een enorme groei van het aantal nieuwe sociale huurwoningen. Meer woningzoekenden hebben daardoor een nieuw onderkomen kunnen vinden, dat, naar nu blijkt, ook steeds beter betaalbaar is. Het is spijtig dat onze enorme inzet om de leefbaarheid in onze buurten te verbeteren nog niet in de cijfers terug te zien is. Daarbij maken we ons in toenemende mate zorgen om de meest kwetsbaren in onze stad”. (ND)