23.06.21
Tijdelijke woningen bouwen gaat niet per definitie snel
Flexwonen

Woonstarter in de knelWoningen bouwen kost veel tijd. Van plan tot realisatie gauw zeven à tien jaar. Tijdelijke woningbouw moet mensen die met spoed een woning nodig hebben meer perspectief bieden. De flexwoning is een landelijke crisismaatregel. Wat is het, waar worden ze gebouwd en wie mag er wonen?

Het C3 Living project 'Tussen de Vaarten' in Almere Stad. De Alliantie verhuurt deze 44 tijdelijke woningen aan starters van 22 tot 27 jaar.

Wat is een flexwoning?

Hier begint de spraakverwarring. Bij flexwonen gaat het meestal om tijdelijke woningbouw. Maar de landelijke overheid hanteert een bredere definitie van flexwonen, waarbij de tijdelijkheid kan zitten in de woning zelf of in de bewoning (huurcontract). Flexwonen kan dus ook in permanente nieuwbouw.
De aanname is dat tijdelijke woningen sneller kunnen worden gebouwd, omdat niet alle procedures en regels hoeven worden gevolgd die gelden voor permanente woningbouw. Deze woningen komen steeds vaker als ‘bouwpakket’ uit een fabriek, waardoor ze na tien of vijftien jaar kunnen worden gedemonteerd en - na een opknapbeurt - elders opgebouwd.

Voor wie zijn die woningen?

Flexwoningen zijn voor ‘spoedzoekers’: iedereen die op korte termijn een woning nodig heeft. Vanwege het enorme woningtekort zijn dat er steeds meer. Dus niet alleen (internationale) studenten, statushouders, arbeidsmigranten en daklozen, maar ook gescheiden ouders, inwonende gezinnen, mantelzorgers, en uitstromers uit maatschappelijke opvang. Sommige gemeenten willen via flexwoningen ook woonstarters in het algemeen op weg helpen. Volgens een schatting van Platform31 is inmiddels al bijna 10 procent van de Nederlandse bevolking spoedzoeker. Een flink deel daarvan beschikt niet over voldoende geld, contacten of inschrijfduur om op korte termijn zicht te hebben op een reguliere woning. Men wordt van lieverlee ‘bankslaper’ bij vrienden, trekt in een caravan, een tuinhuisje, gaat/blijft bij ouders wonen of wordt in het slechtste geval echt dakloos.

Wat doen overheden en corporaties?

De politiek ziet tijdelijke woningbouw als extra mogelijkheid om woningzoekenden te helpen. Amsterdam pionierde ermee, in ieder geval wat grotere aantallen betreft. Hoofdstedelijke corporaties bouwden deze eeuw duizenden containerwoningen en prefabwoningen voor studenten, jongeren en statushouders.  
Sinds enkele jaren zetten ook landelijke en provinciale politici in op flexwonen. Dit leidde tot diverse stimuleringsmaatregelen (zie kader). De landelijke Stimuleringsaanpak Flexwonen uit 2019 had als ambitie de bouw van 15.000 flexwoningen per jaar vanaf 2020. De corporaties zegden vervolgens toe voor eind 2022 zo’n 10.000 flexwoningen te bouwen Maar kort geleden kwam koepelorganisatie Aedes met de noodkreet dat dit zeker niet gaat lukken als gemeenten niet snel meer grond beschikbaar stellen.

Zijn er voldoende locaties?

Pech: geschikte locaties vinden blijkt ook bij tijdelijke bouw een probleem. Grote braakliggende bouwlocaties die voldoen aan de criteria: dicht bij de stad of werk, met nutsvoorzieningen en OV-opstappunt in de buurt én zonder bestemming binnen tien à vijftien jaar, zijn er in Amsterdam bijvoorbeeld nauwelijks meer.
Op Zeeburgereiland is nog wel plek: eind dit jaar start De Key met de bouw van Startblok Zeeburg, 250 woningen voor statushouders, Nederlandse jongeren en studenten.
Ook elders in de regio gaat het nog niet hard. Purmerend bouwt vier kleinere complexen, in Aalsmeer leverde een arbeidsbureau een onderkomen voor arbeidsmigranten en er zijn projecten in ontwikkeling. Minister Ollongren stelde althans subsidies beschikbaar voor flexwoningprojecten in acht MRA-gemeenten. Maar deze locaties (zie kader) zijn veelal een stuk bescheidener dan de plek voor wooncontainers op het NDSM-terrein of Startblok Riekerhaven.

Hoe reageren omwonenden?

De bouw van flexwoningen kan landelijk wel eens blijven steken op een schamele 1.500 per jaar, waarschuwde Aedes recentelijk. Volgens Rob Haans, bestuursvoorzitter van de Alliantie, loopt het vaak spaak bij gemeenten. Die stellen onvoldoende locaties beschikbaar. Daarnaast hebben gemeenten te maken met verzet van omwonenden. Ook de Alliantie kreeg daar eerder mee te maken op IJburg (SET) en recentelijk in Almere.
Zo maken omwonenden van het Annapark zich grote zorgen over de tweehonderd tijdelijke woningen die de woningcorporatie in Almere wil bouwen. Ze vrezen dat er statushouders, voormalig gedetineerden of ‘andere problematische gevallen’ worden ondergebracht, aldus Omroep Flevoland. De Alliantie houdt op de eigen website voorlopig open wie er komt te wonen: dat kunnen best ook jongeren uit de buurt of mensen met ‘essentiële beroepen’ zijn.
Haans over eerdere projecten: “Als de woningen er eenmaal zijn, gaat het eigenlijk altijd goed en leidt het vaak juist tot meer cohesie. Wij weten dat er zorgen zijn bij de omwonenden van Annapark, maar hebben daar ook vertrouwen in de goede afloop.” Hij vindt dat gemeenten duidelijker moeten maken dat flexwoningen onderdeel zijn van de oplossing van het woningprobleem.

Gaat tijdelijke woningbouw wel snel?

Nieuwbouwontwikkeling duurt niet alleen lang, maar steevast ook langer dan gepland. Tijdelijke bouw lijkt niet aan ‘planoptimisme’ te ontkomen. En net als bij reguliere bouw zijn er ook hier steevast ‘vertragende factoren’. Zo plande Purmerend in 2020 de bouw van tweehonderd flexwoningen op vier locaties. De eerste was inderdaad in maart van dat jaar klaar, maar toen kwam corona waardoor de prefabwoningfabriek op halve kracht ging draaien. Resultaat: de laatste tijdelijke woning wordt pas eind van dit jaar opgeleverd, aldus Milou van Putten van de gemeente.   
De landelijke ambities zijn ook al wat afgezwakt. In 2019 was nog het doel om 15.000 flexwoningen per jaar toe te voegen, maar eind 2020 sprak minister Ollongren over een doelstelling van 10.000 te bouwen flexwoningen ‘de komende twee jaar’. Het lukte NUL20 niet voor de Metropoolregio Amsterdam een concrete prognose te krijgen. Gemeenten houden de kaarten tegen de borst: ze willen pas naar buiten treden met locaties als de bestemming definitief is en het participatietraject afgerond. Zo gevoelig ligt het.
De meest concrete landelijke voorspelling voor dit jaar vinden we bij Aedes. De corporatiekoepel voorspelt dat corporaties en gemeenten dit jaar zo’n 3.500 flexwoningen realiseren. Daar komen dan eventuele projecten van andere woonondernemers nog bij.

 

Extra flexwoningen - afspraken en stimuleringsmaatregelen
  • Vrijstelling verhuurderheffing voor tijdelijke woningen die tussen 2020 en 2024 worden gebouwd.
  • Tijdelijke woningen mogen niet tien maar vijftien jaar blijven staan.
  • Rijksbijdragen aan provincies van 250.000 per jaar om flexwonen te stimuleren
  • Afspraken in de regionale Woondeals, zoals die in de MRA: 3.000 extra flexwoningen erbij voor 2025
  • Subsidies aan gemeenten voor de bouw van flexwoningen. November 2020 zegde minister Ollongren 50 miljoen toe voor 123 projecten. In de MRA zijn dat projecten in Aalsmeer, Amsterdam, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Lelystad, Purmerend en Zaanstad.
    Deze projecten moeten landelijk zo’n 12.500 extra woningen/woonplekken opleveren: 4.700 voor arbeidsmigranten; 5.100 voor spoedzoekers en 2.600 voor dak- en thuislozen.