Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Eerste verdieping

Werkende ouders willen dicht bij hun werk wonen

Gezin rukt op binnen de ring

Nog altijd verhuizen veel Amsterdamse gezinnen naar randgemeenten, waar ze wel een betaalbaar huis met tuin kunnen vinden. Maar een groeiend aantal van deze dertigers met kinderen blijft het laatste decennium in de stad wonen, ook binnen de ring. Het stadsgezin is een blijvertje. Nu nog een geschikte woning en woonomgeving.
Politiek omarmt stadsgezin
Met het stagneren van de nieuwbouwproductie en de Brusselse inkomensgrens voor corporatiewoningen wordt de kans er alleen maar kleiner op dat gezinnen met een middeninkomen erin slagen een geschikte woning in Amsterdam te vinden. Lichtpuntje voor hen is dat de lokale politiek meer dan in het verleden oog heeft voor de positie van het stadsgezin. Dat leidde ertoe dat de positie van kind en gezin een nadrukkelijker plaats kreeg in de definitieve tekst van de Structuurvisie, dankzij amendementen van onder andere PvdA en VVD. Michiel Mulder (PvdA): “Kinderen en gezinnen koesteren we in de stad door ook meer ontspannen woonmilieus te creëren, door de openbare ruimte gebruiksvriendelijk in te richten en door bij nieuwe plannen goed rekening te houden met de behoefte aan scholen en kinderopvang.”
D66 en VVD zien ook ruimte in de particuliere sector als de gemeente een ruimhartiger splitsings- en samenvoegbeleid toestaat. Naast het CDA manifesteert vooral D66 zich als een ware belangenbehartiger van het ‘stadsgezin’. Raadslid Sebastiaan Capel komt in maart met met voorstellen om meer woningen te scheppen voor stadsgezinnen (zie kadertekst onderaan).

“Gezinnen verlaten de stad,” kopte Het Parool in mei 2010. “Pogingen om gezinnen voor Amsterdam te behouden, zijn nutteloos. Hoe ze ook worden gepaaid met nieuwbouwwoningen en allerlei voorzieningen, dertigers met kinderen verlaten de stad toch wel.”
Zo zit het niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet. De migratiecijfers zijn juist, maar de conclusie is volstrekt verkeerd. Steeds meer gezinnen blijven namelijk in Amsterdam wonen. Het Parool gebruikte als bron de Atlas voor Gemeenten. Maar de makers van de Atlas kijken alleen naar de jaarlijkse migratiestromen en concluderen op basis daarvan dat de stad kampt met een wegtrekkende middenklasse van dertigers: jonge gezinnen met kinderen die de wijk nemen naar randgemeenten. Dat is op zich waar, maar de trend is juist dat er relatief méér gezinnen in de stad blijven. Steeds meer – juist hoog opgeleide – gezinnen kiezen bewust voor de stad. Ook binnen de ring. Sinds eind jaren tachtig groeit de Amsterdamse bevolking weer en vooral het laatste decennium neemt het aandeel gezinnen in de stad toe. Hun wens om in de stad te blijven, is in belangrijke mate gefaciliteerd door nieuwbouwprogramma’s. Zo kregen het Oostelijk Havengebied en IJburg een grote ‘kinderdichtheid’, maar dat geldt ook voor kleinere locaties als Park de Meer, Olympisch Kwartier en de oostkant van de Sloterplas. De meeste gezinnen wonen nog altijd in Nieuw-West, Zuidoost en Noord, maar de groei zit in Oost, Centrum en Zuid.

Roltrapregio

Ruim 50.000 mensen komen jaarlijks naar de stad (57.117 in 2009) en een kleiner aantal vertrekt weer (51.501 in 2009). De meeste vestigers zijn jong, tussen de 20 en 30 jaar oud; zij die de stad weer verlaten doen dit meestal voor hun 40e jaar. Een flink deel van de jonge Amsterdamse gezinnen verruilt sinds jaar en dag hun etage in de stad voor een (eengezins)woning in de regio. Volgens de ene beeldspraak fungeert Amsterdam daardoor als startpunt van een roltrap voor de regio (zie kader). Volgens de andere is Amsterdam een emancipatiemachine.
De laatste metafoor is van wethouder én geograaf Maarten van Poelgeest. Hij wordt naar eigen zeggen sinds zijn gelijknamige boek nog altijd achtervolgd door “het misverstand dat hij gezinnen de stad uit wil hebben”. Van Poelgeest: “Mensen moeten vooral zelf beslissen wat ze doen. Er is alleen de statistische werkelijkheid dat er jongeren de stad instromen, en dat de meesten er ouder, meer bemiddeld en vaak met kinderen later weer uittrekken. En dat is voor een deel maar goed ook. We moeten niet proberen iedereen vast te houden.” Hij pleit er bovendien voor vanuit een metropoolvisie te kijken: “In Diemen en Duivendrecht ben je formeel de stad al uit. Maar leg je de grenzen wat ruimer, dan is er in de metropool Amsterdam een enorme diversiteit in woonmilieus.”
Vroeger trokken veel gezinnen de stad uit zodra ze zich dat konden permitteren. Dankzij de auto en het groeikernenbeleid kon dat ook. Maar de stad blijkt een comeback kid. Wonen in de stad is weer populair. Zelfs in de binnenstad zijn gebieden waar het aandeel met kinderen groeit.
Volgens sociaal-geograaf Lia Karsten zie je de laatste tien jaar steeds meer ouders uit de middenklasse bewust voor de stad kiezen. Vaak gaat het om hoger opgeleide ouders, tweeverdieners die binnen de ring willen wonen. Deze gezinnen zoeken volgens Karsten ‘stedelijkheid in de luwte’: rust voor de deur, maar reuring om de hoek. Voorbeelden hiervan zijn de Helmersbuurt, Middenmeer en de Deurloostraat in de Rivierenbuurt.

‘Blinde vlek’

Raadsnotitie Het stadsgezin

In maart komt D66-raadslid Sebastiaan Capel met een raadsnotitie met voorstellen om meer woningen te scheppen voor stadsgezinnen.

De belangrijkste punten daaruit:

Meer samenvoegen
  • Corporatiesector: uitbreiding afspraken uit Bouwen aan de Stad II, waarin is opgenomen dat in marktgebieden 1 en 2 250 woningen mogen worden samengevoegd zonder afdracht, met de bepaling dat deze woningen beschikbaar zijn in het ‘modale huur’-segment. Een motie van D66 en VVD met deze strekking waarin het aantal van 750 woningen wordt genoemd, is inmiddels verworpen.
  • Particulieren: nieuw contingent splitsingsvergunningen verstrekken met de categorie ‘samenvoegen gewenst’. Onderzoek naar mogelijkheden om splitsingsvergunning te koppelen aan maximale huur.
Kindvriendelijke openbare ruimte
  • Genoeg speelplekken (ook bij nieuwe bouwlocaties)
  • Transformeer deel braakliggende grond tot ‘woeste speelplekken’
  • Kind gaat voor welstand (bv hekken bij water rond speelplekken)
  • Brede stoepen
  • Zoek naar creatieve oplossing voor dubbelgebruik speelplekken (bv schoolpleinen, voetbalvelden, parkeerpleinen)
  • Meer aandacht voor stadsgezinnen in herontwikkelingsgebieden, zoals de Noordelijke IJ-oevers en Zeeburgereiland. Bijvoorbeeld via eengezinsappartementen en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap.
  • Uitbreiding regeling Van groot naar beter, ook gericht op de ‘modale huur’-sector

Volgens Karsten hebben Amsterdamse beleidsmakers en architecten nog altijd een blinde vlek voor gezinnen. “Kijk naar de concept-Structuurvisie. Kinderen komen daar nauwelijks in voor.” De emancipatie tussen de seksen ziet Karsten als een belangrijke reden waarom ouders weer voor de stad kiezen: “Voor werkende ouders is timing belangrijk. Dat je zeker weet dat je met je bakfiets in een kwartier van je werk naar de crèche kunt komen, is veel waard.”
Maar intussen werden en worden er volgens Karsten heel veel appartementen gebouwd met slechte plattegronden voor gezinnen: enorme woonkamers, zonder mogelijkheid om daar meerdere kleine kamers van te maken. Karsten: “Dan zitten de portiekflats in Nieuw-West beter in elkaar.”
Gezinnen hebben natuurlijk ruimte nodig, maar het moderne stadsgezin is volgens Karsten bereid offers te brengen om in de stad te kunnen blijven. “Dit is een atypische groep in hun woonwensen. Oppervlakte is niet alleen doorslaggevend.” Goede buitenruimtes, voorzieningen en een brede stoep zijn ook belangrijk.

Sophia Loren

Architect Bas Liesker van Heren 5 Architecten trekt het boetekleed aan: “Wij architecten hebben inderdaad lang met oogkleppen opgelopen.” Bij hem viel het kwartje toen hij weer eens Sophia Loren in Una Giornata Particolare van kamer naar kamer zag lopen: de Nederlandse woningplattegrond waarin alle kamers op de gang uitkomen is niet vanzelfsprekend! Hij liet stagiaires uit vijf Europese steden de plattegrond van hun eigen ouderlijke appartement tekenen. Het studieproject leidde tot een tiental aanbevelingen voor het ideale ‘eengezinsappartement’ (EGA). Met stip op 1 staat: veel kamers. “Een EGA bestaat uit veel kamers. Rust het appartement liever uit met meer kleinere kamers dan één grote woonkamer met keuken.” Verder heeft een EGA volgens Liesker geen smalle gang of hal: “Dimensioneer hem zodanig dat de racebaan er ook in past.” Het casco van de EGA moet zijn voorbereid op wijzigingen, zodat het huis met het gezin kan meegroeien. “Vierkante meters zijn duur in de stad. Het is woekeren met ruimte. Zorg er dus voor dat collectieve ruimtes voor meer doelen kunnen worden gebruikt en dat er handige plekjes zijn om buggy, kinderfietsjes en dergelijke op te bergen.” Liesker doet ook nog aanbevelingen over de woonomgeving: brede stoepen, autoluw en voorzieningen voor diverse leeftijden in de buurt. 

 

 

De Roltrap: jong richting Amsterdam en later settelen in de regio
De roltrapregio

De Amsterdamse bevolking is deze eeuw al met meer dan 36.000 inwoners gegroeid. In 2000 waren er nog 731.289 inwoners, begin 2010 waren het er 767.773. De instroom naar Amsterdam bestaat voornamelijk uit alleenstaande twintigers, hoogopgeleid en met een laag inkomen. Deze vestigers komen uit het hele land, grotendeels van buiten de regio. Een deel daarvan blijft ook op latere leeftijd in Amsterdam of in de regio wonen. Naar de regio stromen uit Amsterdam vooral gezinnen tussen de 30 en 50 jaar. De verhuizing sluit aan bij een nieuwe levensfase (samenwonen, kinderen). Bijna de helft zoekt een eengezinswoning met tuin. Jongere huishoudens (25-34) verhuizen vaker naar Almere en Haarlem; de leeftijdscategorie daarboven vaker naar Purmerend, Amstelveen of ook Haarlem.
Via Amsterdam wordt de regio dus gevoed met nieuwe bewoners; daar komt de term roltrapregio vandaan. Nieuwkomers in de Stadsregio Zuid komen voor 45 procent uit Amsterdam. In Stadsregio Noord en Almere is dit aandeel respectievelijk 47 procent en 33 procent. Vanuit Stadsregio Zuid vindt ook nog wel doorstroming plaats naar Amsterdam. Vanuit de andere regio’s is dit veel minder het geval.

Bron: Wie kan er nog in de regio wonen? Stadsregio Amsterdam, 2010

Fred van der Molen
 

Bronnen: Wie kan er nog in de regio wonen?
De weg naar balans tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt Amsterdam;
Stadsregio Amsterdam, 2010.
D66 organiseerde op 3 februari een debat over stadsgezinnen. Daar spraken Sebastiaan Capel, Maarten van Poelgeest, Lia Karsten en Bas Liesker.