17.03.21
“Betaalbaarheid en productiecapaciteit, dat is nog het probleem”
Hout is hot

Hernieuwbaar, herbruikbaar, licht, mooi, gezond en snel. Hout lijkt het ideale bouwmateriaal voor onze toekomstige CO2-neutrale, circulaire wereld. Waarom wordt er niet veel meer gebruik van gemaakt? Of staan we aan de vooravond van een grote transitie naar houtbouw? In ieder geval: Hout leeft.

Woongebouw HAUT, Amstelkwartier Amsterdam

Woontoren HAUT wordt 73 meter hoog

Als hout wordt verbrand in een biomassacentrale, komt de opgeslagen CO2 vrij. Toch wordt energie uit biomassa door Rijk en EU gezien als CO2-neutraal; nieuwe bomen nemen immers weer CO2 op. Steeds meer mensen vinden dat raar. Nog gekker is dat als datzelfde hout gebruikt wordt voor huizen, de opgeslagen CO2 er volgens de normen ineens niet toe doet. Het argument: op een zeker moment wordt het hout afval en komt de CO2 weer vrij. Dat is op zijn minst inconsequent, want in een biomassacentrale komt de CO2 meteen vrij. Huizen blijven daarentegen lange tijd staan en daarna kan het hout worden hergebruikt. Bij een demontabel ontwerp, wat past bij een daadwerkelijk circulaire bouw, kan dat hout verschillende levens mee. Idealiter eindigt het zelfs helemaal nooit in de oven.

“Dat de gebufferde CO2 niet wordt meegerekend in de MPG (milieuprestatie voor gebouwen, nvdr) is te gek voor woorden”, vindt Ernest Kuiper van Finch Buildings. “Als je dat kunt meerekenen in een businesscase, dan wordt houtbouw goedkoper. In onze gebouwen zijn tientallen, zo niet honderden tonnen CO2 gebufferd.”
‘Te gek voor woorden dat gebufferde CO2 bij houtbouw niet wordt meegerekend en bij biomassa wel’
Zo’n tweehonderd bouwers, architecten en projectontwikkelaars, waaronder bedrijven als BAM, Dura Vermeer en Ballast Nedam, eisen in een manifest dat de tijdelijke opslag van CO2 door biobased materialen in de MPG wordt meegenomen. Nu komen gebouwen van beton en staal er ten onrechte gunstiger uit, stellen zij. De beton- en staallobby wordt vaak als de kwade genius gezien. Ook TNO-onderzoek onderschrijft dat bouwen met hout “aanmerkelijk gunstiger” uitpakt voor het klimaat dan uit de huidige MPG-systematiek blijkt.

Bouw produceert veel CO2

Bos en gezondheid
Mede vanwege biomassa ligt houtkap enorm gevoelig. De strategische verkenning Ruimte voor Biobased Bouwen van het Rijk stelt: er is voldoende hout. Nu wordt ruwweg de helft van de natuurlijke aanwas in Nederland geoogst, dat zou kunnen worden verhoogd zonder dat er bos verdwijnt. Ook in Europa is voldoende hout beschikbaar en als het ligt aan de EU, die meer bossen wil aanplanten, zal dat alleen maar toenemen. FSC Nederland gaf onlangs nog een workshop houtbouw voor woningcorporaties; ook zij geloven erin.
Bomen zijn de longen van de aarde, er moet vooral veel bijgeplant worden. Maar als bouwmateriaal zorgt hout nog steeds goed voor de mens. Hout ademt en reguleert vocht, heel belangrijk nu in het kader van de energietransitie woningen potdicht worden gemaakt. Bij biobased bouwen komen geen schadelijke stoffen vrij, zoals wel in de reguliere bouw.

Na Kamervragen heeft minister Ollongren toegezegd dit verder te onderzoeken. Dat de bouw moet omschakelen, staat buiten kijf. De impact op het klimaat is enorm. Volgens de strategische verkenning Ruimte voor Biobased Bouwen van het Rijk is de bouwsector, los van de bijbehorende transportbewegingen, verantwoordelijk voor ongeveer 11 procent van de mondiale CO₂-uitstoot. Dit is zonder het dagelijks energieverbruik van gebouwen - goed voor 28 procent van de mondiale CO₂-uitstoot. Traditionele grondstoffen worden bovendien schaars en dus duurder.

Een ander breed gedragen manifest van Superuse Studios en Ex’tax pleit voor een CO2-beprijzing van bouwmaterialen, wat ongunstig uitpakt voor beton en staal. Gezien de circulaire ambitie van het Rijk dat Nederland in 2030 50 procent minder primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) gebruikt, zou die CO2-beprijzing er heel goed kunnen komen.

Kansen voor industriële fabricage

Het rapport Ruimte voor Biobased Bouwen verwacht dat beton en staal in 2050 voor 80 procent door hout vervangen kunnen worden. Daarmee worden heel veel CO2-emissies vermeden. Er zijn meer voordelen. Dat hout licht is, biedt mogelijkheden voor prefabricage en industrialisatie. Daardoor kan preciezer gewerkt worden en is er minder verspilling; nu is 40 procent van het mondiale afval gerelateerd aan de bouw. De verwerking daarvan kost ook veel geld. De bouwsnelheid neemt toe, weersomstandigheden spelen minder een rol en voor de assemblage op de bouwplaats is geen gespecialiseerd personeel nodig. Er zijn veel minder transporten van bouwmateriaal en bouwafval nodig, dus minder congestie, overlast en, niet onbelangrijk, stikstofuitstoot.

 

In Diemen bouwt Sander Ehbets een volledig houten huis, een bouwpakket van Finnhouse

 

Cross laminated timber

Ondertussen wordt hout steeds meer toegepast. De spraakmakende gebouwen van de laatste jaren zijn allemaal gebouwd met kruislaaghout of cross laminated timber (CLT). In andere landen wordt daar sinds begin jaren negentig mee gebouwd, hier is het in opkomst. Daarvoor was houtbouw vooral houtskeletbouw. Hotel Jakarta op het Java-eiland, Patch22 in de Buiksloterham of de 73 meter hoge woontoren HAUT in het Amstelkwartier zijn overigens hybride gebouwen. Er wordt nog wel gebruik gemaakt van beton en/of staal, maar veel minder, waardoor de CO2-winst aanzienlijk is. Hoogbouw met hout alleen is technisch mogelijk, maar erg duur. Veel bouwers vinden dat beton voor de fundering het meest geschikt blijft. Overigens is hout licht, waardoor voor de fundering minder beton kan worden gebruikt.

Betaalbaar?

Maar hoe zit het met betaalbare woningbouw? Is hout daarvoor ook geschikt? Ook daar is er beweging. De kleine corporatie Fien Wonen in Zuid-Holland bouwt in de regel biobased als het niet meer dan 10 procent duurder uitvalt. Acht woningcorporaties in Brabant hebben zich verenigd om grootschaliger te gaan inzetten op houtbouw. In Monnickendam zet de Wooncompagnie twintig houten sociale huurwoningen neer (zie kader) en in Amsterdam en Almere werkt de Alliantie aan pilots.
Na het zien van de Tegenlicht-aflevering Houtbouwers besloot de Alliantie hout een nieuwe kans te geven, nadat zij in 2009 in Almere al het eerste houten meerlaagse appartementengebouw had neergezet: het Malmöhus. Zoals dat gaat als je koploper bent, waren er aanvankelijk problemen met geluidsoverdracht. “Toch hebben we daar veel van geleerd”, vindt gebiedsontwikkelaar Jürgen Klaassen. Sowieso: technisch is alles op te lossen. “Betaalbaarheid en productiecapaciteit, dat is het probleem.”

 

Opschaling

Uit een groot materiaalstromenonderzoek groeide het besef dat ze richting biobased en ‘losmaakbaar’ moeten bouwen. “Dan kom je bij hout uit. Dat is nog hernieuwbaar ook. Iedereen heeft het over aardgasvrij, circulair en de energietransitie, maar het doel is CO2-reductie. Het middel kan dus ook hout zijn.” Hij is nu bezig met drie pilots om daar lessen uit te leren. Ondertussen wordt geïnventariseerd welke projecten zich voor opschaling zouden lenen. Betaalbaarheid staat voorop. “Onze uitdaging aan de markt is: we kunnen in hout meer huizen bouwen dan in beton. Je moet niet alleen naar de bouwkosten kijken, maar naar de stichtingkosten. Dat is inclusief bijkomende kosten, zoals de bouwtijd, en grond.”
Het is heel belangrijk dat er kennis en capaciteit wordt opgebouwd. Dat gebeurt vanzelf als opdrachtgevers om houtbouw gaan vragen. Wel is het zaak te werken met architecten en bouwers die echt in houtbouw geloven. Hij vindt het cruciaal dat hout, biobased en losmaakbaarheid een belangrijke stem krijgen in de MPG. “Het meetinstrumentarium moet wel recht doen aan de feitelijke situatie, want dan gaat de markt vanzelf lopen.”

 

Productie van Finch Buildings-componenten. Hout biedt nieuwe mogelijkheden voor prefabricage en industrialisatie. De voordelen daarvan zijn legio: minder bouwafval, hogere bouwsnelheid, minder gespecialiseerd personeel op de bouwplaats, minder transporten, minder stikstofuitstoot.

Stimulerende overheid

Voor het zover is, zal houtbouw soms duurder zijn. Corporaties mogen daar niet de rekening voor krijgen. “We zitten met een woningcrisis. Het geld van de minstbedeelden in de samenleving moet besteed worden aan huizen, niet aan het afdekken van innovaties.” Een oplossing is het inzetten van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV) voor houtbouw en circulaire bouw. Deze regeling biedt woningcorporaties en verhuurders fiscaal voordeel als ze investeren in de nieuwbouw van huurwoningen met een lage huur. Dat is wel een sigaar uit eigen doos.

Er zijn volgens Klaassen diepgaande systeemwijzigingen in het belastingstelsel nodig. Dat kan bijvoorbeeld een lagere onroerende-zaakbelasting op een duurzaam gebouw dan op een vervuilend gebouw zijn. “Toen er een korting was op de bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) op elektrische auto’s ging de verkoop ineens omhoog. Almere geeft residueel een korting op de grondprijs, ook een goed idee.”

De overheid zou ontwikkelaars kunnen toestaan bepaalde volumes sociale huur in de markt te zetten die ze na tien jaar – mits ze in hout bouwen – mogen uitponden. “Beleggers willen best sociaal bouwen als ze dat op tijd mogen uitponden en hun geld terughalen.” Iedereen heeft het over techniek, maar het heet niet voor niets circulaire economie. “Uiteindelijk gaat het over verdienmodellen.”

 

Finch Buildings: van project naar product

Deze zomer levert Finch Buildings in Monnickendam een woongebouw met 62 appartementen op dat bijna in zijn geheel is opgetrokken uit kruislaaghout (CLT). M’DAM bestaat uit een derde vrije sector koop, een derde sociale koop en een derde sociale huur - en is all-electric en energieneutraal.
Dat dit project wel gerealiseerd kon worden, kwam omdat woningcorporatie Wooncompagnie en Waterland bereid waren buiten de lijntjes te kleuren. Zo schreef de gemeente een tender uit voor een gebouw met een energieprestatiecoëfficiënt van 0,0 (de standaard was op dat moment 0,4). Finch Buildings kon dat betaalbaar leveren in partnerschap met De Groot Vroomshoop, een houtbouwer uit de VolkerWessels-stal. Ernest Kuiper van Finch Buildings: “Het is heel belangrijk dat we gebruik kunnen maken van dat netwerk. Wat we beloven kunnen we ook waarmaken. Daardoor kunnen we M’DAM binnen een half jaar neerzetten. Normaal zou dat één tot anderhalf jaar duren. Als je het snelle bouwproces meeneemt, wordt houtbouw vanzelf aantrekkelijker. We zitten ook met een enorme bouwopgave.”

Finch Platform
Finch Buildings werkt met gestandaardiseerde modules die geschakeld kunnen worden en op de bouwplaats worden gestapeld tot een gebouw. Om de betaalbaarheid en leveringszekerheid te garanderen, moeten opdrachtgevers en consumenten wel van het idee af dat een woning uniek moet zijn. “We rijden allemaal op een standaard fiets of in een standaard auto”, zegt Kuiper. “Daar hoor je nooit iemand over klagen. Als het over wonen gaat, wordt er steeds een nieuw prototype ontwikkeld.” Dat zit opschaling en industrialisatie – en dus kostenbesparing – in de weg. Van bouwen op projectbasis streeft Finch Buildings naar het bouwen van een product: het Finch Platform.
De Groot Vroomshoop heeft daar een nieuwe productielocatie voor aangeschaft. M’DAM is het eerste project. “We beginnen met vier modules per dag. Het is zo ingericht dat we gefaseerd kunnen opschalen naar twaalf modules per dag. Maar om op te kunnen schalen moet je wel batches kunnen maken van vergelijkbare modules.”
Zo’n productielijn kost veel geld. “Alles valt of staat bij doorlopende productie en aansluitende projecten. Dat kan eigenlijk alleen maar als je vragen gaat bundelen, waardoor je ook betere afspraken kunt maken met leveranciers van materialen, waardoor de kosten omlaag kunnen.” Om dat voor elkaar te krijgen, is het volgens Kuiper van belang dat uitvragende partijen niet met een dichtgetimmerd programma van eisen komen. Het helpt ook als gemeenten een voorkeur uitspreken voor biobased bouwen.
Volgens Kuiper mag het meer over materiaalgebruik gaan, in plaats van over energieprestatie-eisen. “De beweging is er al: grote bouwconcerns zijn naarstig op zoek naar kennis over biobased bouwen. Wat vooralsnog mist is een holistische visie op duurzaam bouwen van de overheid.”

 

Pakhuis de Zwijger heeft een drieluik over houtbouw georganiseerd. Die zijn nog te bekijken:
1. maandag 22 maart 20:30 uur - Tomorrow's Timber
Op welke manier kan hout bijdrage aan de woningbouw en klimaatopgave van ons land?
2. maandag 29 maart 20:30 uur The timber city
What impact will timber construction have on spatial quality and planning in cities?
3. dinsdag 6 april 20:30 uur - 1 miljoen houten woningen
Is houtbouw de oplossing voor de woningopgave?