Op zoek naar een eigen nestgeur

Ontwikkelaars en gemeenten kiezen voor nieuwbouw met een herkenbare stijl
Op zoek naar een eigen nestgeur

Een Zweeds ecodorpje in Almere-Oosterwolde. Nieuwe Gooise buitenplaatsen langs de Vecht. In navolging van de Zaanse gevels van Sjoerd Soeters in het Inverdan-project verschijnen rond Amsterdam steeds meer nieuwbouwbuurtjes met een uitgesproken architectuurstijl. Het spreekt aan. “Hier kunnen we een statement mee maken.”


Zaandam Inverdan
De ontwikkeling van Inverdan, met het iconische stadhuis (op de foto) en Inntel-hotel als blikvangers, heeft tot heftige debatten over gebiedseigen nieuwbouw geleid. De Zaanse vormentaal van Soeters wordt inmiddels ook elders in de regio toegepast. “Wat hier is gebeurd, is van het niveau Bilbao. Je kunt het mooi of lelijk vinden, maar de impact op de stad is enorm”, vindt Annius Hoornstra, de nieuwe concerndirecteur stedelijke ontwikkeling van de stad.

 


Opbuuren
Aansluiting zoeken bij het eigene van een plek is voor veel gebiedsontwikkelaars een belangrijk uitgangspunt geworden. Zo bouwde BPD de afgelopen jaren in samenwerking met Kondor Wessels in Maarssen langs de Vecht een gloednieuw dorpje –  Opbuuren – dat zich naadloos voegt in de architectuur van de streek. Aan de rivier staan ook moderne appartementengebouwen, maar vooral de statige herenhuizen, authentieke arbeidershuisjes en landelijke buitenverblijven geven de wijk een onmiskenbare Gooise sfeer. Het succes van Opbuuren hoopt BPD te evenaren met Weespersluis, de grote nieuwbouwlocatie bij Weesp.

 


Tudorpark in Hoofddorp
In de Haarlemmermeer ten zuiden van Hoofddorp groeit een woonwijk met 1200 woningen in  een Engelse romantische stijl

 

Begin in een zaal vol architecten over de Zaanse gevels die Sjoerd Soeters in het nieuwe centrum van Zaanstad liet bouwen en al snel klinken er harde verwijten over Disney-architectuur en nepfaçades. De ontwikkeling van Inverdan, met het iconische stadhuis en Inntel-hotel als blikvangers, heeft binnen en buiten de ontwerpwereld tot heftige debatten over gebiedseigen nieuwbouw geleid. Ook op de werkbijeenkomst die de gemeente Zaanstad dit voorjaar organiseerde om na te denken over de nieuwbouwopgave van de stad, bleef de vormentaal van Soeters niet onbesproken. Maar de toon van het debat bleef mild. Sommigen vonden de houten groene gevels te anekdotisch. En voormalig hoogleraar Nederlandse etnologie Gerard Rooijakkers had liever een speelsere omgang met de Zaanse identiteit gezien. Maar de waardering voor de gedurfde transformatie van een voorheen nogal kleurloos centrum overheerste in de workshops en onderlinge gesprekken. “Wat hier is gebeurd, is van het niveau Bilbao. Je kunt het mooi of lelijk vinden, maar de impact op de stad is enorm”, vertelt Annius Hoornstra, concerndirecteur stedelijke ontwikkeling van de stad.

Een nieuwe grondtoon

Zaanstad staat voor een grote opgave: tot 2040 wil de stad er jaarlijks duizend woningen bijbouwen binnen de bestaande contouren. Hoe kun je in die toekomstige nieuwbouw je eigen identiteit behouden en waaruit bestaat het DNA van de stad precies? Het zijn vragen waarover op verschillende bijeenkomsten met bewoners en professionals uitvoerig wordt gesproken. Stedenbouwkundige Frits Palmboom probeert als supervisor voor de verdichtingsopgave dat debat in goede banen te leiden. “We moeten met elkaar op zoek naar een nieuwe grondtoon voor de stadsverdichting. Dat is in mijn optiek niet één bepaalde kleur of stijl die je dwingend gaat voorschrijven maar eerder een aantal historische referenties waarvan de bandbreedte groter is dan het traditionele houten Zaanse huis. Ook de fabrieken en de trotse bakstenen gebouwen zoals het oude postkantoor horen daarbij.”
Hoornstra vindt de nieuwe Primark van Liesbeth van der Pol met zijn sterke verwijzingen naar de industriële architectuur langs de Zaan een mooi voorbeeld van zo’n bredere kijk op de eigen identiteit. “Het is eigentijds en ook typisch Zaans.” Hij is dan ook blij dat de Zaankanters in een recente enquête aangaven dat ze niet afwijzend tegenover moderne architectuur staan, mits het verwijst naar de traditie van de stad. Ook variatie in hoog- en laagbouw en oud en nieuw wordt over het algemeen op prijs gesteld. “Dat heeft mij positief verrast en is een prima uitgangspunt voor het gesprek over de stad.”

Nieuwe Vechtdorpen en Gooise buitenplaatsen  

Aansluiting zoeken bij het eigene van een plek is ook voor veel gebiedsontwikkelaars een belangrijk uitgangspunt geworden. Zo bouwde BPD de afgelopen jaren in samenwerking met Kondor Wessels in Maarssen langs de Vecht een gloednieuw dorpje –  Opbuuren – dat zich naadloos voegt in de architectuur van de streek. Aan de rivier staan ook moderne appartementengebouwen, maar vooral de statige herenhuizen, authentieke arbeidershuisjes en landelijke buitenverblijven geven de wijk een onmiskenbare Gooise sfeer. “We hebben ons bewust laten inspireren door het ontwerp van omliggende Vechtdorpen en landelijke buitenplaatsen in de buurt”, vertelt senior ontwikkelingsmanager Noord-West Edward Zevenbergen.
Het succes van Opbuuren hoopt BPD te evenaren met Weespersluis, de grote nieuwbouwlocatie in de Bloemendalerpolder bij Weesp, waarvan de eerste huizen in aanbouw zijn. Ook op deze plek zal nauw bij de bouwtraditie van de Gooi en Vechtstreek worden aangesloten. De drie buurten van de nieuwbouwwijk krijgen elk een eigen accent, maar centraal staat de fin-de-siècle architectuur uit de omgeving met rijke geveldecoratie, versierde dakgoten en ambachtelijke details. “We hebben geprobeerd om de traditionele vormen niet één op één te kopiëren. Het moeten wel gebouwen van deze tijd worden. Door de stijl van de streek als uitgangspunt te nemen, voegt de wijk zich op een natuurlijke manier in het gebied.”

Engelse Tudorstijl in de polder

In Zaanstad en de Gooi en Vechtstreek kunnen ontwikkelaars en architecten nog teruggrijpen op een gebiedseigen vormentaal. Maar hoe zit dat in ‘nieuwe’ gebieden als de Haarlemmermeer of Flevoland? Wordt het ontbreken van een lokale architectuurtraditie daar ervaren als een gemis of zien ontwikkelaars er juist kansen in om met nieuwe concepten te komen? Het oorspronkelijke idee voor een nieuwbouwwijk in Engelse Tudorstijl was afkomstig van Ymere, maar Dura Vermeer kan zich als ontwikkelaar prima vinden in de uitgangspunten van het Hoofddorpse TudorPark. De meeste woningen lijken met hun steile daken en buitenproportioneel grote schoorstenen en ramen met klassieke roeden uit een Engelse plattelandsdorpje weggelopen. “Hier kunnen we een statement mee maken. Het is een sterk concept”, vertelt verkoopmedewerker Eric van Oversteeg.
Het zijn vooral gezinnen die afkomen op de wijk en zich prettig voelen bij de historische bouwstijl, legt hij uit. “Die willen in een mooi en ruim opgezet wijkje wonen dat anders is dan andere nieuwbouwwijken.” Op de verkoop van de woningen heeft het eigenzinnige ontwerp een sterk positief effect. De eerste helft van de tweede fase is nu ook uitverkocht. “Voor deelgebied Shakespeare Island, dat in fasen vanaf 31 mei in de verkoop gaat, hebben zich al meer dan vijfhonderd geïnteresseerden voor de 33 vrijstaande woningen en twee-onder-een-kappers gemeld.”

Zie ook deze korte video van BouwWoonLeef over Tudorpark (november 2016)

Wonen als Pippi Langkous

Ook Jessika Kersting heeft over belangstelling niet te klagen. Met haar bedrijf Kvist is ze initiatiefnemer van een Zweeds ecodorpje dat deze zomer in Almere-Oosterwolde wordt gebouwd. Het energieneutrale wijkje met 22 houten huizen die inmiddels allemaal zijn verkocht, is niet het resultaat van een uitgekiend marketingconcept maar een langgekoesterde droom van Kersting zelf. “Ik wilde als kind al dolgraag in een buurtje wonen met veel groen en andere kinderen, net zoals Pippi Langkous in de boeken van Astrid Lindgren. We importeerden al tien jaar houten huizen uit Scandinavië, toen ik vorig jaar zag dat je in Almere-Oosterwolde een eigen buurtje kon bouwen. Toen is spontaan het idee voor Bolderburen ontstaan.”
Om de juiste bewoners voor haar wijk te vinden, voerde Kersting met alle kandidaat-kopers persoonlijke gesprekken. “We hebben veel gemeenschappelijke voorzieningen, dus ik vind het belangrijk dat mensen achter onze uitgangspunten staan en bijvoorbeeld een open houding hebben tegenover het delen van spullen.”
In Bolderburen zuiveren de bewoners ook hun eigen afvalwater en komt er een moestuin en een boomgaard voor eigen gebruik. Toch is Bolderburen volgens Kersting geen hardcore ecowijkje. “We doen een aantal dingen zelf, maar dat heeft deels met gemeentelijke eisen te maken. Er is bijvoorbeeld geen riolering in het gebied en kavelkopers zijn verplicht om op een deel van de voormalige landbouwgrond voedsel te verbouwen.”
Met het aanbieden van verschillende woningtypen en -grootten heeft Kersting ook geprobeerd om niet alleen gezinnen naar Bolderburen te halen. “Veel bewoners drukten ons op het hart dat de wijk een prettige menging van gezinnen, starters en oudere stellen zou moeten hebben. Als ik naar onze kopers kijk, is dat uiteindelijk ook gelukt.”