"Verduurzaming portiekflats kan veel goedkoper"

Interview: André Köster van bouwbedrijf DuraVermeer
"Verduurzaming portiekflats kan veel goedkoper"

Verduurzaming van portiek-etagewoningen kan binnen enkele jaren 40 procent goedkoper, aldus André Köster van DuraVermeer. Maar dat kan alleen als er volume-afspraken worden gemaakt, zodat bouwbedrijven kunnen investeren in innovatie en industrialisatie van het bouwproces. En corporaties moeten het verlangen naar maatwerk loslaten.

Nul-op-de-meter-renovatie van portiek-etagewoningen in de Wegener Sleeswijkbuurt. De opknapbeurt van het rechterdeel is eerder dit jaar stilgelegd na protesten van bewoners. Er waren zowel klachten over de planning als de kwaliteit van de uitvoering.

 

De renovatie en verduurzaming van portiek-etagewoningen vraagt vandaag nog veel mankracht en is dus relatief duur. Maar het kan anders, zegt ir. André Köster, divisiedirecteur Bouw en Vastgoed van DuraVermeer. Hij bepleit een ‘geïndustrialiseerde aanpak’: “Mijn ideale beeld is er één van eenvoud: de benodigde bouwdelen komen uit een fabriek en worden daarna in korte tijd gemonteerd. Heel eenvoudig, zonder dat daarvoor specialistisch personeel nodig is.”
Het mes snijdt aan twee kanten. Niet alleen kunnen de schaarse vaklui elders worden ingezet, maar gecontroleerde productie verlaagt ook de faalkosten.
Naast de industriële productie van dak- en gevelelementen kan er volgens Köster ook bij het vervangen van installaties nog veel tijd en geld worden bespaard. “Nieuwe installaties zouden deel moeten uitmaken van die eenvoudig te monteren buitenschil. Dat vraagt om belangrijke innovaties in de installatiebranche. Wij - DuraVermeer is een familiebedrijf - investeren daarom zelf in nieuwe bedrijven.”

Naar een standaardaanpak

Köster verwacht een willig oor bij woningcorporaties: “Voor hen is kostenbesparing meer dan interessant. Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, staan zij voor een enorme uitdaging. Dan maakt het nogal wat uit of een renovatie, zeg, 30.000 euro goedkoper uitvalt.” Maar corporaties moeten volgens hem dan wel het idee loslaten dat elk complex uniek is. “We kunnen voor bijvoorbeeld nul-op-de-meterwoningen een catalogus opbouwen met een variëteit aan oplossingen, maar uiteindelijk is sprake van een standaardaanpak.”
Nederland telt 850.000 portiek-etagewoningen, maar de vraag voor bouwers als DuraVermeer is of er voor hun specifieke product voldoende vraag is om grote investeringen in innovatie te rechtvaardigen.
Alles draait om ‘bouwvolume’. “Hoe groter de bouwstroom, hoe efficiënter wij onze productie kunnen inrichten. Om innovatie op gang te brengen en een betaalbaar product te kunnen bieden, zullen corporaties en beleggers met een bouwer commitment moeten aangaan. De overheid speelt ook een voorname rol. Zij moet op buurtniveau duidelijk maken welke gebouwkwaliteit wordt gewenst en welke vorm van  energievoorziening straks beschikbaar is. Stadswarmte biedt in Amsterdam wellicht goede mogelijkheden, maar is in Stadskanaal misschien niet mogelijk. Dat bepaalt of we bij de verduurzaming moeten inzetten op nul-op-de-meter of met minder rigoureuze oplossingen kunnen volstaan.”

Meer service

DuraVermeer is als bouwbedrijf betrokken bij de stilgelegde nul-op-de-meter renovatie van portiek-etagewoningen in de Wegener Sleeswijkbuurt in Nieuw-West. Niet alleen techniek bepaalt het succes, concludeert Köster. “We zijn bij woningverbetering afhankelijk van de steun van de zittende bewoners. Wij moeten hen mee zien te krijgen en overtuigen van het voordeel van verduurzaming.”
Dat kan volgens hem door de communicatie te verbeteren, maar ook door beter met bewoners rekening te houden: “De aanpak van een complex is een enorme belasting voor hen. Zeker als we zowel de buitenschil willen verduurzamen als aan de binnenkant allerlei verbeteringen willen doorvoeren. Zo’n intensieve aanpak moeten we niet meer in bewoonde staat willen uitvoeren. Zoveel overlast kunnen we mensen gewoonweg niet aandoen.”
Hij steunt daarom het pleidooi van complex-eigenaar Eigen Haard om meer te differentiëren in bewonersvergoedingen. Nu heeft Amsterdam twee smaken: een volledige verhuiskostenvergoeding bij renovatie of sloop óf een betrekkelijk lage vergoeding bij renovatie in bewoonde staat. Köster: “Daar tussenin zit niks.”
Köster ziet ook een rol voor bouwers: “Waarom maken we niet meer een feest van woningverbetering? Regel dat er na aanpak van de buitenschil nieuwe gordijnen hangen of – indien noodzakelijk - een nieuwe vloer ligt. Dat zouden wij vanuit onze showroom heel goed kunnen regelen.”