28.10.20
Geactualiseerd op: 
09.11.20
Woningcorporaties halen meeste doelstellingen van prestatieafspraken 2015-2019
Samenwerkingsafspraken

De meeste afspraken uit de Amsterdamse Samenwerkingsafspraken 2015-2019 zijn gehaald, zo blijkt uit de Monitor 2019. Zowel over 2019 als over de hele looptijd van de afspraken laten de cijfers een positief beeld zien, concludeert wethouder Ivens in de begeleidingsbrief aan de raad. Wel wordt vastgesteld dat er minder woningen aan kwetsbare groepen worden toegewezen dan de afgesproken 30 procent. Ook ligt de gemiddelde vrijesectorhuur iets te hoog.

De meeste afspraken uit de Samenwerkingsafspraken 2015-2019 zijn gehaald, zo blijkt uit de gemeentelijke Monitor 2019. In deze prestatieafspraken zijn doelstellingen voor corporaties vastgelegd voor de beschikbaarheid en verduurzaming van huurwoningen voor diverse doelgroepen. Dit omvat onder andere afspraken voor de verkoop, liberalisatie en nieuwbouw van sociale huurwoningen. Zowel over 2019 als over de hele looptijd van de afspraken laten die cijfers een positief beeld zien, aldus de gemeente in zijn evaluatie. Onderstaand een samenvatting van de bevindingen. Omdat de afspraken halverwege 2015 zijn gemaakt, is 2016 het eerste volledige jaar waarvoor de afspraken golden.

Aanbiedingsafspraken

Aanbiedingsafspraak sociale huurwoningen
De corporaties hebben 85% van de vrijkomende sociale huurwoningen verhuurd onder de aftoppingsgrenzen van de huurtoeslag (daarmee kunnen de huurders optimaal huurtoeslag krijgen). Daarmee is de afspraak dat minimaal 75% per stadsdeel onder de aftoppingsgrenzen wordt aangeboden, ruimschoots gehaald. Dit hoge percentage heeft tegelijkertijd een nadelig effect op de slaagkansen van de inkomensgroep die geen recht heeft op huurtoeslag. De corporaties hebben daar in 2019 enigszins op bijgestuurd. Het percentage loopt in 2019 uiteen van 70% in Centrum tot 90% in Zuidoost. Dit valt binnen de marge van 5 procentpunten van 75% per stadsdeel, zoals afgesproken.
 
Vrije sector huurwoningen en middensegment
Er ontstaat op gezette tijden verontwaardiging als een corporatie een voormalige sociale huurwoning voor 'de marktprijs' van bijvoorbeeld 1.500 euro verhuurt. Daar kun je van alles van vinden, maar het mag. Volgens de afspraken die de corporaties met gemeente en huurders hebben gemaakt verhuren ze minimaal 65% van de vrijkomende vrijesectorwoningen in het middensegment (tot €1009, prijspeil 2019). Aan die afspraak houden de corporaties zich min of meer: het is elk jaar - behalve in 2018 - net iets minder. In 2019 was het bijvoorbeeld 64%. Ook overschrijdt de gemiddelde huurprijs van die middensegmentwoningen al drie jaar net het afgesproken maximum: in 2019 bijvoorbeeld €902 in plaats van de afgesproken €901.

Ontwikkeling sociale voorraad

Tot 2015 was het nog zo dat de corporatievoorraad in de hoofdstad jaarlijks afnam: al 25 jaar werd er meer gesloopt, verkocht en geliberaliseerd dan nieuw bijgebouwd. Die trend is gekeerd met de Samenwerkingsafspraken 2015-2019: vastgelegd werd dat het aantal zelfstandige sociale huurwoningen van corporaties niet mocht zakken onder de 162.000 woningen. Daar kan een vinkje bij: op 1 januari 2020 hadden de corporaties 165.020 zelfstandige sociale huurwoningen in bezit. Er hoort wel een kanttekening bij: de laatste jaren zijn er relatief veel kleine studio's bijgebouwd voor studenten en andere jongeren.
 
Verkoop en liberalisatie
In 2015 verkochten de corporaties nog 2.042 sociale huurwoningen. Dit is de jaren daarna fors teruggelopen, tot 885 in 2019. Voor de periode 2016-2019 is destijds afgesproken dat er gemiddeld maximaal 2.000 woningen per jaar mochten worden verkocht. In 2017 is dat aantal omlaag bijgesteld naar 1.200 per jaar. Ook nam de liberalisering van sociale huurwoningen sterk af: van 861 in 2015 naar 309 in 2019. Dat is ruim binnen de afgesproken maxima: aanvankelijk lag dat op 1.000 woningen per jaar en vanaf 2017 sturen de corporaties op maximaal 500 per jaar.

Nieuwbouw

De corporaties hebben vorig jaar 524 reguliere sociale huurwoningen en 1.077 studentenwoningen gebouwd. Gemiddeld zijn er tussen 2015 en 2019 932 reguliere sociale huurwoningen in aanbouw genomen, en 520 studentenwoningen. De afspraak om gemiddeld 1.200 sociale huurwoningen te bouwen, waarvan 800 regulier is daarmee gehaald.

Jongerencontracten

Het aantal woningen dat corporaties via WoningNet hebben verhuurd met een jongerencontract is toegenomen van 398 in 2016 (vanaf 1 juli) en 846 in 2017 tot 1.558 woningen in 2019. Dat is 24% van de verhuringen, dat is minder dan het gestelde maximum van 33%.

Doelgroepen/toewijzing sociale huurwoningen

Op jaarbasis zijn er 6.521 sociale huurwoningen beschikbaar gekomen in 2019. Daarvan zijn er 1.622 woningen toegewezen aan kwetsbare groepen, oftewel 25%. Het percentage lag in alle jaren tussen de 25 en 29%. De afspraak van circa 30% is daarmee in geen enkel jaar gehaald. Naast de toewijzing aan kwetsbare groepen zijn er nog 392 woningen toegewezen aan stadsvernieuwingsurgenten (6%) en 120 woningen door maatwerk van corporaties (2%). Deze twee aantallen zijn alle jaren onder de afgesproken maxima (respectievelijk 15% en 5%) gebleven.

Duurzaamheid

In 2019 zijn er 13.227 labelstappen gemaakt in ruim 6.800 woningen. Over de hele periode zijn er 72.617 labelstappen gemaakt, waarmee de ambitie van 40.000 labelstappen over de periode 2015 t/m 2019 ruimschoots is gehaald. In de periode 2014-2019 is overigens de ambitie om 80 MW aan zonnestroom op huurdaken te realiseren bij lange na niet gehaald. De partijen hebben tussentijds geconcludeerd dat het bijhouden van het aantal zonnepanelen beter inzicht geeft in de prestaties op zonne-energiegebied dan het bijhouden van gerealiseerde Megawatt. In 2019 hebben de corporaties circa 10.900 zonnepanelen geplaatst, waardoor het totaal aantal over vier jaar op circa 36.000 zonnepanelen. 
Bij de Samenwerkingsafspraken 2020-2023 wordt als doel gesteld 15 MW aan zonneenergie te realiseren op corporatiedaken. In tegenstelling tot de vorige afspraak (80 MW) is dit geen inspanningsverplichting maar een resultaatafspraak.

Trefwoorden: