'In Almere kunnen mensen de stad maken'

De erfenis van Adri Duivesteijn
'In Almere kunnen mensen de stad maken'

Adri Duivesteijn heeft de deur achter zich dichtgetrokken in Almere. Maar volgens de oud-wethouder zal het ‘DNA van Duivesteijn’ nog jaren in de uitbreidingsplannen verankerd zijn.

Zeven jaar Duivesteijn in cijfers
  • Inwoners: met 16.318 gestegen naar 195.420 inwoners. 
  • Woningen: met ruim 8600 gestegen naar 77.466. 
  • Zelfbouw: 1418 kavels uitgegeven

Tien jaar geleden hield Adri Duivesteijn – toen nog Tweede Kamerlid voor de PvdA – in NUL20 een onversneden pleidooi voor een ‘ware revolutie in de Nederlandse woningbouw’. De burger moest terug aan de macht. Het institutionele bouwen moest plaatsmaken voor particulier opdrachtgeverschap.
Almere gaf hem vervolgens in 2006 de kans als wethouder zijn ideeën waar te maken. “Het heeft mij altijd geërgerd dat financiële partijen en ontwikkelaars de woningproductie monopoliseren. Zij hebben de grondposities. Een Kamerlid kan van alles beweren, maar de eigen ideeën zijn niet in de praktijk te brengen. Tot ik zeven jaar geleden de vraag kreeg voorgelegd of ik wethouder wilde worden met het oog op een onderhandelingspositie tegenover het Rijk en het vormgeven van de verdubbeling van de stad. Toen heb ik de keuze gemaakt met eigen handen te laten zien dat woningbouw anders kan.”
Duivesteijn is de architect van Almere 2.0. Hij heeft zich uitgeleefd in het spel met het Rijk. En niet op de laatste plaats maakte hij de dromen van individuele woningeigenaren waar. Onder zijn bewind verkocht de stad 1400 individuele kavels. “De stad kan op een andere manier worden gemaakt. We kunnen de afhankelijkheid van de institutionele partijen verkleinen en de individuele burger echt in positie plaatsen. Of het nou gaat om de laagste inkomens of de miljonair. In Almere kunnen mensen de stad maken. Die slag hebben we geslagen.”
Nog belangrijker dan particulier opdrachtgeverschap is voor hem de herontdekking van de stad: “We hebben de ziel van de stad opnieuw gevonden. Almere is geen compacte stad. De stedelijke structuur omvat meerdere kernen in een geweldig groen/blauw casco. Die kernen kunnen heel concurrerende milieus bieden: van dichte bebouwing aan de westkant bij Pampus tot extreem lage dichtheden in het oosten.”

Constante in planvorming

Een andere wezenlijke verworvenheid noemt Duivesteijn de zoektocht met architect, landschapsarchitect en ‘urbanist’ Winy Maas (MVDRV) naar een constante manier van planvorming. “Stadsbouwmeesters met uitgesproken opvattingen zijn een bron van inspiratie. Uren hebben we met elkaar gesproken over de stad. De structuurvisie. De doorontwikkeling van het Weerwater tot locatie voor de komende Floriade. Winy Maas hanteert één taal, maar faciliteert tegelijkertijd alle mogelijke initiatieven om een duurzame stad te maken. ”
Andere steden tonen zich gevoelig voor zijn aanpak. Amsterdam en Den Haag kennen tegenwoordig particulier opdrachtgeverschap. Hagenaars staan in de rij voor een kavel. Duivesteijn is trots op de letterlijke implementatie van de IbbA-methode (‘Ik bouw betaalbaar in Almere’) in zijn geboortestad, maar vraagt zich tegelijkertijd af waarom dat nog niet veel vaker gebeurt. “We hebben in Almere aangetoond dat mensen met een laag inkomen voor 185.000 euro een betere woning kunnen ontwikkelen. Zonder subsidie. En met een commerciële grondprijs. Het bleek minder moeilijk dan ik aanvankelijk had gedacht. Waarom kan dat vervolgens niet overal plaatsvinden? Collega-bestuurders moeten in de spiegel kijken. Accommodeer de vraag van de burger. ”

Ook met corporaties

De macht mag in Almere dan bij de burger zijn, maar Duivesteijn beijverde zich de afgelopen jaren ook voor spectaculaire bouwplannen met corporaties. Met wisselend succes. Het uiterst ambitieuze plan van Stadgenoot voor Almere-Poort met negentig gebouwen van 45 verschillende architecten haalde de eindstreep niet. Ymere heeft wel een begin gemaakt met de ontwikkeling van Nobelhorst.  
Duivesteijn: “Nobelhorst krijgt buurtcoöperaties. Huurders en kopers gaan samen hun leefomgeving beheren. Dat is weer een nieuwe stap. Met Stadgenoot is het niet gelukt. De crisis kwam een jaar te vroeg. Dat is pech, maar het kan alsnog goed komen met het Olympiakwartier. Jonge ontwikkelaars worden uitgedaagd hetzelfde plan in hanteerbare kavels tot bloei te brengen.”
Aan vraag zal het volgens hem uiteindelijk niet ontbreken. “De crisis duurt langer dan gedacht. Het werkt allemaal niet mee, maar de behoefte aan nieuwe woningen blijft bestaan. Om de eigen bevolkingsgroei op te vangen heeft Almere duizend nieuwe woningen per jaar nodig. Dan is er nog geen antwoord op de vraag uit de regio. Dertig procent komt van buiten. Als de economie weer aantrekt, dan zal al gauw spanning ontstaan op de woningmarkt. De plannen zijn zo ingericht dat initiatieven simpel kunnen landen. ”
Na zeven jaar is Duivesteijn vertrokken. “De stad is nooit af, maar Ik heb gezegd wat ik moest zeggen. Het heeft betekenis. Ik ben er trots op.”

 

“Haat/liefde-verhouding met corporaties”
 “Adri Duivesteijn heeft een haat/liefde-verhouding met corporaties,” zegt Maarten Pel. Hij is sinds vijf jaar directeur van de Alliantie in de regio Almere. “Direct bij de kennismaking werd het mij duidelijk dat hij de positie en macht van corporaties ter discussie stelt. De vrijheid van corporaties stuit hem tegen de borst. Nou kan ik dat deels volgen: we hebben in ons land de positie van corporaties tegenover gemeenten nooit goed geregeld. Maar bij Duivesteijn leidde dat tot een sterke drang om met bureaucratische regels de woningmarkt te beheersen.” Pel en zijn collega’s van Ymere en GoedeStede hadden twee jaar geleden een ernstige aanvaring met Duivesteijn over het systeem van woonruimteverdeling. Zij noemden in een brief aan de raad zijn plannen voor een huisvestingsverordening ‘kortzichtig, een opmaat naar een financiële blunder, bureaucratisch en misleidend’.  Pel heeft ondertussen wel grote waardering voor het zeer diverse woningaanbod dat in Almere is gerealiseerd. Duivesteijn heeft het particulier opdrachtgeverschap groot gemaakt. En hij prijst de oud-wethouder voor de discussie over de woningbehoefte. “Hij heeft Almere in het centrum van de politieke discussie over de woningbehoefte van de Randstad geplaatst. Ook heeft hij particulier opdrachtgeverschap groot gemaakt. Met het IbbA-programma wordt het eigenwoningbezit bevorderd van mensen die anders een beroep zouden moeten doen op corporaties. Daarom ook biedt de Alliantie als achtervang bouwgroepen de helpende hand.” Maar particulier opdrachtgeverschap, benadrukt Pel, vervangt de corporaties niet. “In de ontwikkeling van Almere zijn partijen nodig die risicodrager kunnen zijn in gebiedsontwikkeling. Daarom zijn we met de gemeente in gesprek over een groot woningbouwcontract.”

 

Nieuwe wethouder Henk Mulder zet in op herstel productie
In 2013 worden in Almere slechts vijfhonderd woningen opgeleverd. Een dieptepunt voor Henk Mulder, de nieuwe wethouder voor duurzame ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente komt met een speciaal programma om de woningproductie te verhogen. Mulder – voormalig directeur Stedelijke Ontwikkeling – denkt aan een aantal oplossingen. De druk op ontwikkelaars moet toenemen om eerder afgesloten contracten daadwerkelijk tot uitvoer te brengen. Bouwbedrijven worden actiever benaderd. En er komt nog meer aandacht voor zelfbouw. Ook wil de gemeente meer aandacht schenken aan de woonwensen van specifieke doelgroepen, zoals de behoefte van ouderen aan combinaties op gebied van wonen en zorg. Inhoudelijk zal Mulder de door Duivesteijn gekozen ontwikkelstrategie blijven volgen. Daar waar het kan moeten mensen zelf kunnen bouwen. ‘Growing green’ Almere zal door hem nader worden ingevuld. Mulder is niet afkering van stadslandbouw, zelfbeheer en het opzetten van buurtcoöperaties. Ook heeft hij als belangrijke taak de stad bij het kabinet in beeld te houden. Juist afgelopen maand nam het Rijk besluiten over de positie van Almere op lange termijn en de investeringen in verbetering van de infrastructuur.