01.07.20
De energietransitie van de Amsterdamse corporatievoorraad
Amsterdamse warmtemotor komt langzaam op gang

Kunnen corporatiewoningen versneld aardgasvrij worden gemaakt? En hoe worden bewoners daarbij betrokken? Bij een livecast vanuit Pakhuis de Zwijger werd duidelijk dat corporaties de energietransitie van woningen niet per se meer laten samenvallen met de renovatie ervan. Te ingewikkeld. En huurders voelen zich niet altijd serieus genomen in hun vrees voor kostenstijgingen en de levering van niet duurzame warmte.

Amsterdamse woningcorporaties hebben de afgelopen jaren het aantal woningen met slechte energielabels (D of hoger) al flink teruggedrongen, aldus Frank van der Veek, beleidsadviseur energietransitie en duurzaamheid bij de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC). Inmiddels zijn ook de eerste woningblokken aardgasvrij gemaakt. De verduurzaming van de Amsterdamse corporatievoorraad gaat echter niet hard genoeg: “Als we in 2050 CO2-neutraal willen zijn, dan moet de aanpak worden versneld. Daarom zijn we met de gemeente en Vattenfall het project de Amsterdamse Warmtemotor gestart. Onderzocht wordt of corporaties tegen betaalbare kosten tienduizenden woningen kunnen aansluiten op het warmtenet. Deze aansluiting zorgt namelijk direct voor een flinke CO2-besparing.”

"We proberen om de warmtetransitie te combineren met renovatie,
maar als dat niet lukt dan zorgen we eerst voor goede isolatie."


De overstap naar alternatieve energievoorziening, veelal het warmtenet, mag de huurder niet op kosten jagen. Een belangrijke stap daarvoor is volgens Van der Veek gezet met de landelijke afspraken over de hoogte van het vastrecht. De kosten van stadswarmte worden zo beter vergelijkbaar met die van aardgas. En er is een afspraak gemaakt dat die warmte in de toekomst gegarandeerd CO2-neutraal wordt opgewekt.

 

Ontwikkeling energielabels

Energielabels Amsterdamse corporatievoorraad in %, bron AFWC

“De echte uitdaging is nu de versnelling van het aantal aansluitingen”, aldus Van der Veek. “Dat lukt alleen bij een gestandaardiseerde aanpak. Daarvoor zullen ondergrondse werkzaamheden moeten worden losgekoppeld van de aanpassingen binnenshuis. De in de woning noodzakelijke werkzaamheden moeten bovendien bij aanwezigheid van de bewoners kunnen worden uitgevoerd, maar dat vraagt wel wat van alle betrokken partijen.” Verder moeten gebouweigenaren de aanpassing kunnen betalen, benadrukt Van der Veek. “Als corporaties het niet kunnen betalen, dan kunnen ze ook niet starten.”

'We hebben haast'

In een gespreksronde met Marjan Minnesma (directeur Urgenda), Marie-Thérèse Tetteroo-Mathijsen (adviseur Over Morgen) en Anke van Hal (hoogleraar sustainable building Nyenrode University) werd stilgestaan bij de komst van de Amsterdamse Warmtemotor. “Mensen willen zeggenschap over hun woning. Probeer daarom bij bewoners te achterhalen wat er speelt. Als zij in de weerstand gaan en niet mee willen gaan in de transitie, dan wordt versnelling lastig. Als bewoners voordeel zien, dan zullen ze sneller in beweging komen”, zo benadrukte Tetteroo. 
Minnesma legde de nadruk op de afkomst van de beschikbare warmte: is die echt duurzaam? De voorgenomen bouw van een biomassacentrale bij Diemen is voor haar geen goede oplossing. Zij is wel voor toepassing van geothermie en gebruik van restwarmte.
Van Hal waarschuwde op haar beurt voor teveel focus op CO2-reductie. “De energietransitie kan ook worden gebruikt om in kwetsbare wijken de kwaliteit van leven te verbeteren.” De koppeling van het sociale met het energiedomein maakt de kans op draagvlak voor toekomstbestendige wijken volgens haar groter. Minnesma heeft haar bedenkingen: “We hebben haast. Als we de opwarming van de aarde willen beperken tot minder dan 1,5 graad, dan hebben we geen dertig jaar de tijd.”

Monopolist

Huidige warmtenet
Minnesma deelt de vrees van huurders om bij een warmtenet overgeleverd te zijn aan een monopolist. Bovendien zijn er soms goedkopere oplossingen, zoals all-electric. Volgens Van Hal roept bij huurders het gevoel dat er voor hen besloten wordt weerstand op. “Als mensen het gevoel hebben dat ze niet kunnen kiezen, dat er over hun woning wordt beslist, dat alleen al kan voldoende zijn om tegen te zijn. Dat staat los van de aantrekkelijkheid van de aanbieding.” Tetteroo denkt dat als iedereen van begin af aan bij de keuzes wordt betrokken, de zo gewenste transitie wel zal lukken.

“We hebben wel ideeën hoe we huurders kunnen meekrijgen,
maar dat gaat niet lukken als de gemeente Amsterdam
al vooraf heeft gekozen voor het warmtenet.” 

 
In een tweede gespreksronde reageerden Bert Halm (bestuurder Eigen Haard), Arno van Gestel (Vattenfall), Peter Weppner (voorzitter Stichting Huurders Ymere Amsterdam) en Wybo Jurgens (projectmanager aardgasvrije wijken gemeente Amsterdam) op de noodzaak om met alle betrokken bewoners in gesprek te gaan.  Halm noemt de opgave 'ontzettend groot' en geeft aan dat Eigen Haard inmiddels anders in de wedstrijd zit: “In het verleden dachten we vooral vanuit de techniek. Nu begrijpen we beter dat we met bewoners, energiepartijen en de gemeente moeten overleggen. Bij deze transitie hebben we elkaar nodig.”  

Betrokkenheid huurders

De overstap naar een warmtenet zorgt voor opengebroken straten en ingrijpende aanpassingen in woningen. Het is volgens Weppner dus belangrijk dat huurders vroegtijdig bij de warmtetransitie worden betrokken. Maar in de praktijk merkt hij dat het de Federatie van Amsterdamse Huurders (FAH) bijvoorbeeld niet is gelukt bij de partners van de City Deal aan tafel te komen (binnenkort verandert dat, nvdr). “We hebben wel ideeën hoe we huurders kunnen meekrijgen, maar dat gaat niet lukken als de gemeente Amsterdam voor het grootste deel van de stad al vooraf heeft gekozen voor het warmtenet.” 
Huurders zijn volgens hem juist bij een warmtenet bang voor kostenstijgingen. ”Sommige rekenmodellen maken dat zonder meer duidelijk. Bovendien blijkt uit andere rekenmodellen, dat de CO2-reductie van warmtenetten minder is dan bij gebruik van andere technieken. Ook daar maken huurders zich druk om.” 

 "Over de warmtevisie is met duizenden bewoners gesproken"

 
Jurgens weersprak dat de overheid in weerwil van de inwoners een plan doordrukt. Over de warmtevisie is volgens hem met duizenden bewoners gesproken. Ook wordt er veelvuldig gesproken met huurders en woningeigenaren in wijken en buurten waar de transitie aanstaande is. En de gemeente ondersteunt initiatieven om huizen op andere manier te verwarmen. “We zoeken de breedte. Voor dertig tot veertig procent van de stad is sprake van de komst van een warmtenet. Voor de rest van de stad is sprake van andere oplossingen”, aldus Jurgens. 
Vattenfall is eigenaar van het warmtenet voor de oost- en zuidkant van de stad. Ook is Vattenfall betrokken bij Westpoort Warmte, het warmtenet voor de noord- en westkant van de stad. Het verzoek van huurders om mee te praten is volgens Van Gestel niet aan dovemans oren gericht. “Bewoners worden al heel lang bij de planvorming betrokken. Amsterdam loopt voorop in die aanpak, maar vaak wordt dezelfde groep bereikt. Het is lastig een ruimere groep te bereiken. Dat is echt een zorg.” 
Halm noemt het ook een zorg dat het door die vele gesprekken lang duurt. “Veel tijd gaat heen met een discussie over de techniek op de lange termijn. We willen met iedereen praten of de warmtetransitie kan worden gecombineerd met woningrenovatie, maar als dat niet lukt dan zorgen wij bij renovatie voor goede isolatie. Om een transitie te kunnen realiseren moet de warmtevraag toch omlaag. En dan zien we later wel welke techniek het huis wordt binnengebracht.”