Bouwen op vervuilde grond

De grond van veel toekomstige woningbouwlocaties moet gesaneerd
Bouwen op vervuilde grond

Veel toekomstige woningbouwlocaties in de Metropoolregio Amsterdam zijn voormalige bedrijventerreinen. Je hoort weinig meer over bodemvervuiling, en evenmin over bodemsanering. Komt dat doordat sanering een vanzelfsprekend onderdeel is geworden van het bouwrijp maken van grond of zijn de normen versoepeld? NUL20 onderzocht de praktijk in de hoofdstad, waar twintig ‘spoedlocaties’ met ernstige bodemverontreiniging blijken te zijn.


Bodemkwaliteitskaart van Amsterdam uit 2013. De gemiddelde bodemkwaliteit van zone 4 (paars), 5 (rood) en 6 (wit) is sterk verontreinigd.

(Klik op afbeelding om te vergroten)

 

VNG Bodemconvenant 2016-2020
“Na 2020 moeten alle vervuilde bodemlocaties veilig zijn voor mensen en milieu. Dit betekent dat deze locaties gesaneerd moeten zijn, dat de risico’s van de vervuiling onder controle zijn of dat er tijdelijke beveiligingsmaatregelen zijn genomen.”
In 2015 waren er nog 1500 locaties;
het Rijk heeft voor de sanering
536 miljoen euro beschikbaar gesteld.

“Bodemverontreiniging is op zich niet snel schadelijk voor de gezondheid”, zegt woordvoerder Johan Braber van de GGD. Maar de gevolgen zijn ook moeilijk te meten en zijn zeer afhankelijk van de hoeveelheid en soort verontreiniging.
Braber: “Je moet eerst schadelijke stoffen binnenkrijgen wil je er ziek van worden. Dat is in het geval van  bodemverontreiniging vrij makkelijk te voorkomen door bijvoorbeeld geen moestuin te beginnen op vervuilde grond. Waar goed op moet worden gelet, is loodverontreiniging. Dat komt nog steeds op veel plaatsen voor in Amsterdam, zowel in de oude binnenstad als daarbuiten. De aanwezigheid daarvan merk je niet, maar het kan al in kleine hoeveelheden gezondheidsschade opleveren. Dat kan bijvoorbeeld wanneer jonge kinderen in met lood verontreinigde grond spelen.”
Juist bij saneringswerkzaamheden kunnen er gezondheidsrisico’s voor omwonenden ontstaan door het vrijkomen van vluchtige stoffen. Braber: “Er komen soms stoffen vrij die op zijn minst stankoverlast kunnen veroorzaken. Daarom is de GGD meestal betrokken bij grote bodemsaneringen. Het is belangrijk dat er goede voorlichting wordt gegeven, zodat omwonenden zich niet onmiddellijk zorgen gaan maken. Bij ernstige stankoverlast wordt er gemeten of er PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen, JvV) vrijkomen. De afgelopen jaren is er in Amsterdam nog nooit een concentratie PAK’s gemeten die boven de grenswaarden uitkomt. En wanneer er erg veel stankoverlast is, adviseren wij om de werkzaamheden tijdelijk stil te leggen of de grond deels af te dekken. Ook kan de grond kan bij warm en droog weer nat worden gespoten, zodat er minder stofdeeltjes in de lucht komen.”

Twintig spoedlocaties

De afdeling Bodem Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor bodemgerelateerde zaken van de gebieds- en vastgoedontwikkeling in de stad. Gaston Dolmans is adviseur bij deze dienst. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in 2015 namens de gemeenten een ‘bodemconvenant’ gesloten met het Rijk dat in 2020 afloopt. Daarin is onder meer vastgelegd dat  tegen die tijd ‘het startsein is gegeven voor de sanering van alle gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare risico’s’. Die risico’s kunnen gezondheidsrisico’s zijn voor omwonenden en/of het milieu. Aan de gemeenteadviseur de vraag of Amsterdam aan die voorwaarde kan voldoen.
Dolmans: “Amsterdam telt momenteel twintig spoedlocaties waaronder in elk geval vijf in het Westelijk Havengebied en vier in Noord. Voor die locaties moeten voor 2020 de saneringsplannen zijn uitgewerkt. Daar zijn we momenteel druk mee bezig. Zodra die plannen klaar zijn, kan de daadwerkelijke sanering plaatsvinden. In een enkel geval wachten we tot er een bouwplan ligt voor een bepaald gebied.”

Gifschandaal

Na het gifschandaal in Lekkerkerk in 1984 kwam er de Interimwet Bodemsanering. Dolmans: “In Lekkerkerk kwam het eerste geval van ernstige bodemverontreiniging aan het licht in relatie tot woningbouw. Daarna kwamen binnen een jaar zeker dertig andere ernstig vervuilde locaties in beeld. Die Wet Bodemsanering werd een paar jaar later veranderd in de Wet Bodembescherming, omdat men tot inzicht kwam dat je in eerste instantie moet zorgen dat er geen afval meer wordt gedumpt. Bodemsanering was de volgende stap.”
Amsterdam heeft volgens de gemeenteadviseur met name last van historische verontreiniging. “De oude kern van Amsterdam heeft een oudstedelijke ophooglaag. De diffuse bodemverontreiniging in het stedelijk gebied is eenvoudigweg ontstaan door eeuwenlang gebruik van de bodem. De stad heeft heel veel oude bebouwing en vanaf de stadskern werd al het afval van de ene stadsring in de volgende gedumpt. In de laatste ring vind je dan ook het afval dat daar door de eeuwen heen terecht is gekomen. Ook is er een brede strook aan beide oevers van het IJ van intensief industrieel gebruik dat weer andere vormen van verontreiniging oplevert.”
De controle op de bodemsanering wordt in de regio Amsterdam uitgevoerd door de onafhankelijke Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Dolmans: “Dat is het bevoegd gezag voor uitvoering van de Wet Bodembescherming. In Amsterdam moeten we hoe dan ook heel zorgvuldig omgaan met de bodem. Wanneer we grond in erfpacht willen uitgeven, moet zo’n stuk grond altijd eerst geschikt zijn gemaakt voor de nieuwe functie.”

Alternatieve vormen van saneren

Bodemsanering door middel van afgraven van de vervuilde grond is kostbaar, doordat die grond ook weer op een verantwoorde manier moet worden afgevoerd en verwerkt. Op duurzame broedplaats de Ceuvel in Amsterdam-Noord wordt al vijf jaar geëxperimenteerd met het schoonmaken van verontreinigde grond door middel van fytoremediatie. Bepaalde gewassen die op het terrein van de voormalige scheepswerf zijn geplant, waaronder wilgen en diverse grassoorten, breken de verontreiniging af volgens een ingewikkeld procedé.
Dolmans noemt de Ceuvel een ‘bijzonder experiment en ‘een fantastisch project’. “Het is een mooi streven om eens een keer niet de grond in te gaan om verontreiniging te elimineren. Ieder initiatief op dit gebied moet een kans krijgen en ik ben zeer benieuwd naar het resultaat. Dat weten we over een paar jaar als het experiment afloopt.”
Elders worden weer andere alternatieve methoden gebruikt om verontreiniging af te breken. Dolmans: “Teerverbindingen kunnen bijvoorbeeld door bepaalde schimmels worden afgebroken en sommige bacteriën kunnen minerale olie en vluchtige chloorverbindingen afbreken. Je kunt die biologische vormen van afbraak stimuleren en dat gebeurt ook op bepaalde plekken. Die methode is bijvoorbeeld toegepast op een terrein aan de Asterweg in Noord waar een chemische wasserij heeft gezeten. Deze vorm van bodemsanering wordt vooral gebruikt bij diepe verontreiniging, waar de factor tijd van minder belang is.”
De gemeenteadviseur wijst erop dat bodemverontreiniging soms ook kansen biedt bij herontwikkeling. Bijvoorbeeld dat een noodzakelijke afgraving een ondergrondse parkeergarage weer dichterbij brengt. “Een van de terreinen in Buik-
sloterham in Noord moest bijvoorbeeld bijna vier meter worden afgegraven. Wanneer je toch al zo diep graaft kun je makkelijker besluiten ondergronds te bouwen.”

 

Bodemsanering: leeflaag en signaleringsdoek

Aan de Kadoelenweg in Amsterdam-Noord (zie foto) wordt momenteel het voormalige Kiekensterrein bebouwd. Ontwikkelaar Hurks Bouw en Vastgoedontwikkeling kon pas gaan bouwen na een bodemsanering van bijna een miljoen euro. Met dank aan eerdere gebruikers, zoals de Koninklijke Marine, die er vanaf 1879 onder meer buskruit opsloeg. Van 1925 tot 2001 was machinefabriek Kiekens op die plek gevestigd. De fabrieksgebouwen werden in 2015 gesloopt.
Uit onderzoek van Arcadis bleek toen dat de bodem zwaar verontreinigd was met onder meer PAK’s (teerachtige stoffen die overblijven na onvolledige verbranding), zware metalen en asbest. Ook werd er minerale olie aangetroffen in zowel de grond als het grondwater.
Inmiddels is ongeveer duizend kuub verontreinigde grond afgegraven. Ook heeft er grondwatersanering plaatsgevonden. “Met name de olieverontreiniging was ernstig”, zegt projectontwikkelaar André Darding van Hurks Bouw. “Eerst is bij de sanering de vuile grond afgegraven. Daarna hebben we een signaleringsdoek geplaatst met daarop een schone leeflaag van 1.40 meter. Zo’n leeflaag is de standaardprocedure bij dit soort verontreiniging. Alleen is de leeflaag hier 40 centimeter hoger geworden dan normaal, omdat de toekomstige bewoners anders natte voeten krijgen.”
Zo’n signaleringsdoek moet toekomstige gravers duidelijk maken dat ze problemen kunnen verwachten als ze de schop nog dieper steken. Darding: “Er blijft onder de leeflaag eigenlijk altijd restverontreiniging achter. Daar is weinig aan te doen. Maar het Kiekens‑
terrein is nu gereed voor gebruik en voldoet aan alle wettelijke eisen. De grond is zo schoon, dat de bewoners met een gerust hart een moestuintje kunnen beginnen.”
Als de grond niet van de gemeente is, zijn de saneringskosten voor de projectontwikkelaar. Darding: “De tijd van de Vinexwijken is voorbij. Nu zijn we bezig met inbreiding en wordt er volop gebouwd in de industriële gordel rond de steden. Dat geeft weer nieuwe uitdagingen en ook extra kosten. De sanering van het Kiekensterrein heeft ongeveer 20.000 euro per woning gekost.”
Inmiddels is het bouwterrein omgedoopt tot Klein Kadoelen. Er komen 48 vrijstaande koopwoningen in ‘Waterlandse bouwstijl’. De prijzen lopen op tot bijna een miljoen euro.