Dashboard Verstedelijking moet de meerwaarde van nieuwbouw gaan meten

College van Rijksadviseurs komt met Dashboard Verstedelijking
"Woningbouwplannen toetsen op maatschappelijke meerwaarde"

Het College van Rijksadviseurs pleit ervoor dat nieuwbouw moet plaatsvinden op locaties waar het de meeste maatschappelijke meerwaarde genereert. Alleen als dat het geval is moet het Rijk zich er met geld en ondersteuning achter stellen. Het instrumentarium van het 'Dashboard Verstedelijking' moet helpen vast te stellen waar het beste woningbouw kan plaatsvinden. Als testcase worden daarmee de woningbouwplannen in de Metropoolregio Amsterdam geanalyseerd.

 
Het 'Dashboard Verstedelijking' komt uit de koker van het College van Rijksadviseurs (CRa). Dat er een groot woningtekort bestaat, is ook voor het college geen vraag. Maar waar kunnen die het beste worden gebouwd? In het huidige debat voeren volgens de rijksadviseurs de argumenten over de kosten van binnenstedelijk of buitenstedelijk bouwen de boventoon. Terwijl de woningbouwopgave veel bredere effecten heeft dan het rondkrijgen van de grondexploitatie. Het CRa pleit ervoor dat nieuwbouw van woningen moet plaatsvinden waar het de meeste maatschappelijke meerwaarde genereert.
Om die meerwaarde te kunnen meten, heeft men negen thema's met bijbehorende indicatoren onderscheiden. Als proefkonijn voor de denk- en rekenexercitie heeft men de Metropoolregio Amsterdam genomen. Een handige testcase: daar is een concrete en grote woningbouwopgave gedefinieerd (250.000 woningen tot 2040) en daar zijn harde en zachte plannen al in beeld gebracht. Bovendien kent de regio een grote variatie aan woningbouwopgaven, van hoogstedelijk tot landelijk. En niemand twijfelt er aan dat er grote nationale belangen zijn gemoeid met de woningbouwopgave in de MRA.
Bij de uitwerking van de case worden drie modellen met verschillende typen verstedelijking doorgeakkerd: een stedenregio, de verdere ontwikkeling van woonlandschappen en inzetten op verdichting bij ov-knooppunten. 

Meer rijksbemoeienis

Het staat voor de Rijksadviseurs buiten kijf dat het rijk zich (weer) actief moet gaan bemoeien met de woningbouwopgave. Niet in de zin dat het Rijk bepaalt, zoals in het verleden, waar woningen worden gebouwd. Maar wel dat het dat het de randvoorwaarden opstelt vanuit een nationaal maatschappelijk belang. En dan is er altijd nog de sturende rol van de geldkraan: het CRa adviseert dat bewezen maatschappelijke meerwaarde en bijdrage aan rijksdoelen een randvoorwaarde is voor rijksfinanciering en -ondersteuning. Men wijst op het Londense model. Daarbij wordt elk plan getoetst aan de vraag in hoeverre het bijdraagt aan de doelstellingen van de regio. Zo ja, dan komt het in aanmerking voor subsidies. 

Dashboard Verstedelijking - belangrijkste conclusies

In het najaar van 2017 is het College van Rijksadviseurs in nauwe samenwerking met Gert-Jan Fernhout (Rebel) en Ad de Bont (Urhahn) gestart met de ontwikkeling van het Dashboard Verstedelijking. De eerste testcase was de Metropoolregio Amsterdam. De analyse neemt enkele tientallen pagina's in beslag. De belangrijke conclusies per thema zijn:

Tijdig

  • Er is voldoende plancapaciteit in de MRA.
  • Veranderende woonmilieuvoorkeuren (meer stedelijk of meer landelijk) zijn op te vangen (doordat er een overschot aan locaties is in elk woonmilieucategorie).

Betaalbaar

  • In alle drie de verstedelijkingsmodellen is het saldo van verwachte opbrengsten minus kosten positief. De plannen zijn dus, regionaal bekeken, financiëel haalbaar.
  • Gemiddeld genomen zijn met brown- en greyfield ontwikkelingen hogere kosten gemoeid, maar zijn ook de opbrengsten en het (eind)saldo hoger dan in greenfield plannen.
  • Directe kosten bepalen maar ten dele de betaalbaarheid van een woning.

Woonmilieuvoorkeur

  • Bouwen binnen bestaande steden en dorpen betekent niet automatisch bouwen in hoge dichtheden.
  • Ook wanneer er gekozen wordt voor uitleglocaties zal er herstructurering en transformatie van de bestaande steden plaatsvinden om in de vraag naar (hoog)stedelijke milieus te voorzien.
  • Eventuele veranderingen in woonmilieuvoorkeuren (meer stedelijk of meer landelijk) zijn op te vangen.

Duurzaam ruimtegebruik

  • De harde plannen worden voor driekwart gerealiseerd op greenfields.
  • Van de zachte plannen kan tot ruim tweederde op grey- en brownfields worden gebouwd.
  • Wanneer een kwaliteitssprong van het stedelijk groen als randvoorwaarde bij stedelijke verdichting wordt gesteld kan mogelijk verlies van stedelijk groen gecompenseerd worden.

Duurzaam Energiegebruik

  • De locatiekeuze voor nieuwe woningen heeft invloed op het aantal kilometers dat wordt afgelegd (per auto en OV) en daarmee op de energievraag en CO2-uitstoot.
  • De energietransitie lijkt kosteneffectiever te kunnen worden door de bouw van nieuwe woningen in de nabijheid van bestaande woningen.
  • De bouw van nieuwe woningen op afgelegen plekken betekent verloren meekoppelpotentieel voor de bestaande woningvoorraad.

Versterking leefklimaat bestaande stad

  • Ruim 40% van de nieuwe woningen ligt binnen 800 meter van een kwetsbare wijk.
  • 69% van de kwetsbare woningen in de regio kan door nieuwbouw een boost krijgen.
Versterking economie
  • Er zijn forse verschillen tussen de mate waarin de drie modellen aan de versterking van de economie van de regio bijdragen: van +20% meer banen bereikbaar tot een reductie van -22% bereikbare banen in de regio.
  • In model Stedenregio en Knooppunten liggen anderhalf keer zo veel banen op fietsafstand (binnen 10 km) als in Woonlandschappen.
  • Bij het model Woonlandschappen besteedt men 15% meer tijd in de auto dan in de andere modellen.

Benutten eerdere infra-investeringen

  • Door in te zetten op nabijheid kan onnodige (mobiliteit en) investeringen in infrastructuur worden voorkomen.
  • Nabijheid en keuzevrijheid tussen verschillende modaliteiten (auto, fiets, OV en lopen) kunnen een belangrijke afweegfactor zijn bij de keuze tussen woningbouwlocaties.
  • In de nabijheid van bestaande OV-knooppunten is nog volop ruimte voor multimodaal ontsloten woningbouw, tot wel 71% van de totale opgave.

Draagvlak voorzieningen versterken

  • Nog geen conclusies getrokken, omdat de indicator nog niet is uitgewerkt. Verwacht wordt een soortgelijke uitslag als die van werkgelegenheid. 
 

Hier te downloaden: Dashboard Verstedelijking