Opinie: Rutger Groot Wassink (GL)
Twee uitdagingen voor een duurzaam Amsterdam

Het huidige Amsterdamse college heeft veel te weinig prioriteit gegeven aan verduurzaming, betoogt GroenLinks-lijsttrekker Rutger Groot Wassink. Hij wil dat een draaiboek wordt opgesteld om Amsterdam in 2030 aardgasvrij te maken. Om de noodzakelijke voortgang te boeken wil hij een Amsterdams warmtebedrijf oprichten. Lagere inkomens mogen niet de rekening krijgen van de warmtetransitie.

Ergens deze week, vlak voor de verkiezingen, zal het college met een juichend persbericht bekend maken wat de eerste wijk is waar Amsterdam van het aardgas af gaat. Dat is een slim getimede campagnestunt, en het is ook oprecht goed nieuws dat we nu eindelijk in een wijk ik Amsterdam daadwerkelijk beginnen. Maar laten we wel wezen. De oogst van vier jaar werken aan duurzaamheid is dat er nu één wijk is aangewezen, waar de gemeente gaat beginnen met praten over de warmtevoorziening. Er is nog geen woning van het gas af, en dat stemt bezorgd, als we weten dat er om in 2030 van het gas af te zijn – dat is de doelstelling in de programma’s van zowel GroenLinks als D66 – per jaar zo’n 40.000 woningen van het gas af gehaald moeten worden.

Aardgasvrij

Het is voor de komende collegeperiode in Amsterdam dus noodzakelijk om stevig aan te pakken met het aardgasvrij maken van de stad. Daarvoor zijn in ieder geval de volgende stappen nodig. Ten eerste moet zo snel mogelijk, nog voor de zomer, een brief van het college naar alle Amsterdammers gestuurd, waarin het college mededeelt dat Amsterdam in 2030 van het gas af is, en dat iedereen op zoek moet naar een alternatieve warmtevoorziening. In die brief moet de gemeente aanbieden te helpen bij de keuze van het alternatief. 
Vervolgens moeten ten tweede overal in Amsterdam, of in ieder geval in de wijken die vóór 2025 van het gas af gaan gesprekken gestart worden over dat alternatief. We moeten daarbij niet wachten op Haagse wetgeving. Als Nederland de doelstellingen van het klimaatverdrag van Parijs wil halen, moeten we van het gas af per 2035. En dan moet er dus ook wetgeving komen over dat van het gas af gaan, dat is een onvermijdelijk zekerheidje. Dan is het onverstandig om te wachten tot die wetgeving rond is; dat levert zo maar weer een jaar of vier vertraging op. Nu beginnen met de voorbereiding, zodat de spaden de grond in kunnen als de wetgeving er is is wat nodig is.
Ten derde moeten we ook niet meer wachten op marktpartijen om de warmteinfrastructuur aan te leggen. Dat is wat we de afgelopen periode gedaan hebben, en dat leidt er alleen maar toe dat de krenten uit de pap gepikt worden, dat nieuwbouwwijken waar het makkelijk is en de rendementen zeker worden aangesloten op fossiele restwarmte. Er is nog geen bestaande wijk van het gas afgehaald; want de terugverdientijden zijn te lang en de risico’s te hoog. Klassiek marktfalen dus, en dat betekent dat de gemeente moet instappen. Bijvoorbeeld met een eigen warmtebedrijf, of in een consortium met partijen als Waternet en Alliander (waar de gemeente toch al een aandeel in heeft). Dat stelt ons meteen in staat om meer te sturen op de ontwikkeling van duurzame, laagtemperatuur warmtebronnen als datacenters en het riool.

Eerlijk

Maar de stad heeft naast aardgasvrij worden nog een tweede opgave, want er tekent zich een zorgelijke ontwikkeling af in de verduurzaming van Amsterdam. Eerder dit jaar publiceerde milieudefensie een studie waaruit blijkt dat juist lagere inkomensgroepen in de transitie buiten de boot dreigen te vallen. Zij kunnen de investeringen die nodig zijn om van het gas af te komen zelf niet opbrengen. Tegelijkertijd zijn het vooral hoger opgeleiden met een goed inkomen die de weg naar subsidies voor verduurzaming van hun woning kunnen vinden. Ook in Amsterdam was aanvankelijk de subsidie voor een gasloze woning niet aan te vragen door huurders. 
Huurders in sociale woningen komen er sowieso bekaaid af. De huren stijgen al jaren, en nu de energierekening ook. Energiearmoede is voor veel Amsterdamse huurders al realiteit.  Talloze sociale huurwoningen zijn oncomfortabele en slecht geïsoleerd, met lage energielabels (G, F, E). Deze groepen mogen niet opdraaien voor de kosten van verduurzaming. Ze moeten aanspraak kunnen maken op comfortabele, energiezuinige huizen en een lagere energierekening, waardoor ze er ondanks een eventuele hogere huur op vooruitgaan, of in ieder geval niet achteruit. De kosten van de transitie moeten eerlijk verdeeld.
Daartoe moeten de corporaties ertoe bewogen worden woningen met slechte labels snel aan te pakken. Het allerbest zou het zijn als de corporaties daarvoor het geld van de verhuurdersheffing terug kregen om daarmee woningen te verduurzamen, zonder de huur nog verder te hoeven verhogen. Daar kunnen we vanuit Amsterdam echter alleen maar op blijven aandringen bij het rijk. De verhuurdersheffing mag echter niet meer gebruikt worden als een excuus om niet te investeren in duurzaamheid. Een andere mogelijkheid is daarom om te verbieden dat de huren in woningen met slechte labels nog verhoogd worden. Bevries de huren bij de lage labels, totdat de woning een beter label heeft. Als het heel lang duurt zou je zelfs een huurkorting kunnen geven, om te compenseren voor stijgende energiekosten. Dat geeft een stevige incentive om slechte woningen aan te pakken, en tot het zover is geeft het enig soelaas aan de huurders. 

Eerlijk aardgasvrij

Bijkomend voordeel van het goed isoleren van slechte woningen is overigens dat daardoor warmtenetten ook beter functioneren. Met goed geïsoleerde woningen hebben de warmtenetten veel minder last van  piekbelasting op koude winterdagen. Daarbij kunnen goed geïsoleerde woningen veel makkelijker verwarmd worden met duurzame laagtemperatuur warmtebronnen. Kortom: de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Amsterdam moet én kan alleen een eerlijke transitie zijn.