27.01.21
Geactualiseerd op: 
27.01.21
Verkiezingen in zicht. Wat willen de partijen rond wonen?
CDA: ‘Steden mogen buiten gemeentegrenzen bouwen'

Wat willen de politieke partijen rond wonen en ruimtelijke ordening? In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen lichten we er in een serie afleveringen per partij een of enkele opvallende punten uit, met de woordvoerder van dienst. We starten met Julius Terpstra, kandidaat-Kamerlid voor het CDA. We laten ook steeds een veronderstelde criticaster reageren. Deze keer Sijas Akkerman, directeur van Natuur en Milieufederatie Noord-Holland.

Amstelkwartier, 2015
Steden mogen buiten de stadsgrenzen groeien om in de stad meer ruimte te houden voor groen, vindt het CDA. Parken, speelweides, volkstuinen en stadsnatuur vergroten volgens kandidaat-Kamerlid Julius Terpstra (nr. 20) de leefbaarheid.
“Iedereen is voor meer woningbouw, maar we komen vervolgens als snel in allerlei ideologische kwesties terecht. Partijen aan de linkerzijde kiezen overwegend voor binnenstedelijke verdichting en natuurbehoud buiten de stad. Het CDA staat iets anders voor. Verdichting gaat langzaam, leidt tot verstening en het verdwijnen van groen. Wij willen steden en dorpen leefbaar houden en groener maken. En kiezen om de woningnood te verminderen ook voor het tot ontwikkeling brengen van nieuwe uitleglocaties, suburbane wijken met voldoende groen en water.” Hij denkt daarbij aan  herontwikkeling van verouderde bedrijventerrein aan randen van steden of voor de aanwijzing van nieuwe grootschalige snel te ontwikkelen woningbouwgebieden. Bijvoorbeeld in de vorm van woningbouw langs de toekomstige Lelylijn tussen Amsterdam en Groningen.  
 
Het CDA kiest daarbij nadrukkelijk voor regie door het Rijk met een verantwoordelijke minister. “Wij hebben nu het gevoel dat ruimtelijke ordening en woonbeleid er een beetje bij wordt gedaan. De huidige minister moet zich, zeg ik wel eens gekscherend, ook bezighouden met de AIVD en gemeentelijke herindelingen, terwijl de strijd om de ruimte meer dan ooit onze aandacht vraagt. We kennen een enorm woningtekort. Koopwoningen zijn duurder dan ooit. De kwaliteit van natuur en milieu, neem de stikstofproblematiek, plaatst ons voor grote uitdagingen. Dat vraagt meer coördinatie, meer regie, meer afwegingen en meer sturing. Als gemeenten en provincie er samen niet uitkomen, dan moet een minister besluiten kunnen nemen om bijvoorbeeld woningbouw te versnellen.”
Terpstra verwijst naar Rijnenburg bij Utrecht. Daar gaat het volgens hem niet alleen om meer sturing om tot duidelijkheid te komen over de toekomst van de polder als mogelijk woon-werkgebied. Ook is steun van het Rijk nodig om tot een goede infrastructuur te komen. “Er zal een nieuw ministerie van VROM moeten komen met voldoende financiële middelen."
 
REACTIE VAN: SIJAS AKKERMAN
"Er zijn nog voldoende mogelijkheden in de bestaande bebouwing"

“Verdichting leidt tot verstening en meer mensen op een bepaalde oppervlakte. Dat is waar, maar toch vinden wij het belangrijk binnen de Metropoolregio Amsterdam vast te houden aan binnenstedelijk bouwen. Daarvoor hoeft geen groen te worden opgeofferd. Er zijn nog voldoende mogelijkheden bestaande bebouwing te vervangen door hogere nieuwe gebouwen; nieuwbouw met bij voorkeur groene gevels”, aldus Akkerman.
Hij verwijst naar de Zaanstreek. In Krommenie of Wormer bevinden zich tal van oude fabriekslocaties of vergeten gebieden waar alsnog woningbouw kan worden gepleegd. “Maak van Zaanstad een aantrekkelijke stad aan de rivier, dan kan het omliggende veenweidegebied gespaard.” Ook Almere leent zich volgens hem goed voor verdichting. “Die stad wordt gedomineerd door laagbouw, maar lang niet iedereen, neem de groeiende groep ouderen, verlangt naar een huis met een tuintje.”
Voor gebieden buiten de MRA is hij minder streng. “Langs de spoorlijn naar Den Helder zijn nieuwe goed ontsloten woningbouwlocaties denkbaar, maar ook die nieuwe wijken moeten voldoende groen zijn. Dat kan door elke hectare op te offeren landbouwgrond slechts voor de helft te gebruiken voor woningbouw en de rest een groene bestemming te geven. Gezien de hoge prijs die voor bouwgrond wordt betaald, al gauw 2,5 miljoen euro per hectare, is dat financieel goed haalbaar.”

Sijas Akkerman is directeur Natuur en Milieufederatie Noord-Holland.