Wil de echte scheefwoner opstaan!

Slechts 3% van corporatiehuurders verdient meer dan 2x modaal
Wil de echte scheefwoner opstaan!

Het thema 'scheefwonen' staat weer hoog op de politieke agenda nadat coalitiepartijen een plan lanceerden om de huren van scheefhuurders in één klap fors te verhogen naar de liberaliseringsgrens. Dit om de doorstroming te bevorderen. Maar hoeveel scheefwoners zijn er nu eigenlijk in de regio Amsterdam? NUL20 zocht het uit. In de Metropoolregio Amsterdam is het aandeel scheefwoners in corporatiewoningen 14 procent, waarvan het merendeel een (lager) middeninkomen verdient.

Nadat de coalitiepartijen - CDA, ChristenUnie, D66 en VVD - kort geleden via het AD een plan lanceerden om verhuurders de mogelijkheid te geven de huren van scheefwoners in één klap fors te verhogen naar de liberaliseringsgrens (€711) is het thema 'scheefwonen' weer helemaal terug. 'Plan' bleek overigens een te groot woord voor een nauwelijks uitgewerkt idee. Zo hadden de betrokken partijen nog niet doorgesproken om welke inkomensgroep het moest gaan. Ging het om elke scheefhuurder boven de 41.000 euro of moesten alleen inkomens boven de 70.000 euro zo stevig worden aangepakt (CDA). Of moeten er wellicht diverse staffels komen? En bij welke inkomensgrenzen dan? Moet daarbij ook worden gekeken naar type huishouden? Wordt regionaal maatwerk mogelijk, zoals CDA-kamerlid Erik Ronnes suggereerde. Allemaal vragen waarop nog geen antwoord is. Een nog erg onrijp plan kortom, dat direct door de Woonbond werd afgedaan als een 'asociaal uitrookplan'. En ook veel oppositiepartijen hadden er geen goed woord voor over.
 
Even terug naar 'het probleem': de scheefhuurder. Alleen bij de toewijzing van een sociale huurwoning is er een inkomenstoets. Woningcorporaties moeten ten minste 90 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tot 41.056 euro. En ten minste 80 procent moet gaan naar huishoudens met een inkomen tot 36.798 euro. Voor particuliere gereguleerde huurwoningen ligt (in de regio Amsterdam) de inkomensgrens op 44.360 euro. Dat zijn al drie inkomensgrenzen. 
Huurders die meer gaan verdienen hoeven hun woning niet te verlaten. Zo ontstaat de scheefwoner. Om die óf een meer marktconforme huur te laten betalen óf te prikkelen rond te kijken naar een woning in de vrije sector, kwam het vorige kabinet met de inkomensafhankelijke huurverhoging. Verhuurders mogen huurders met een huishoudinkomen boven de 41.000 euro jaarlijks een extra huurverhoging van 4 procent geven. De maximale huurverhoging kwam daardoor in 2018 uit op 5,4 procent. Dat tikt op den duur flink aan, maar volgens de coalitiepartijen gaat het te langzaam. 
In de hele Metropoolregio Amsterdam (33 gemeenten) woont 14 procent van de huishoudens in de sociale corporatiewoningen scheef volgens de officiële inkomensgrens, maar er zijn grote verschillen per gemeente. Een groot deel van de scheefwoners heeft overigens een laag middeninkomen.

 

Storyboard: wil de echte scheefwoner opstaan in drie stappen:

 

Maar één van de grootste onbillijkheden is hierbij onbesproken gebleven. In de hele scheefwoondiscussie wordt geen onderscheid gemaakt tussen singles en gezinnen. Hoe anders is dat bij het berekenen van huurtoeslag. Het maakt in het Nederlanse belastingstelsel nogal wat uit of je kostwinner bent van een gezin met drie kinderen, een alleenstaande ouder of tweeverdiener. Peter Hendriks van Follow the Money geeft veelzeggende voorbeelden. Bij een verzamelinkomen van 45.000 euro betaalt één kostwinner 12.839 euro belasting en bedraagt de pensioenpremie 1980 euro, terwijl tweeverdieners samen slechts 5.450 euro belasting en 1311 euro pensioenpremie betalen.  Volgens het Nibud kan dit eenverdienersgezin zich slechts een rekenhuur van 640 euro per maand veroorloven, een sociale huurwoning dus. De conclusie van Hendriks: eenverdieners en grotere gezinnen worden gediscrimineerd; de huidige definitie van scheefhuurder is totaal ongeschikt.