De woningproductie in Nederland daalt al drie jaar op rij. In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het beeld minder somber, vooral dankzij de aanhoudende bouwproductie in de hoofdstad. Toch blijft ook de MRA achter bij de ambities uit de Woondeal. Kan een militair aan het roer helpen? De vraag is eerder of de afgesproken doelen nog realistisch zijn.
Luitenant-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan wordt de nieuwe minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Zou een militair er wel in slagen de vastgelopen woningbouw vlot te trekken? Na een klein decennium van absentie bemoeit het Rijk zich weer nadrukkelijk met ruimtelijke ordening en woningproductie. En met minister Hugo de Jonge in Rutte IV herrees ook het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Aan ambities, studies, beleidsinstrumenten en maatregelen sindsdien geen gebrek: wetgevingstrajecten, studies, knelpuntanalyses, agenda's, programmering-eisen en subsidies. Maar als het om aantallen nieuwbouwwoningen gaat, blijft resultaat vooralsnog uit. Ja, woningbouw is een zaak van lange adem. Maar de woningproductie daalde vorig jaar voor het derde achtereenvolgende jaar!
Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA maakt bestaande afspraken nog weer iets complexer. Weliswaar blijft de doelstelling om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, waarvan tweederde betaalbaar en 30 procent sociaal. Maar daar is nu aan toegevoegd om binnen dat betaalbare segment 25 procent koopwoningen te realiseren. Hoewel die norm regionaal kan verschillen en niet keihard is geformuleerd, betekent dat in de praktijk minder ruimte voor middeldure huurwoningen. Juist in dure woningmarktregio’s zoals Amsterdam is het ontwikkelen én betaalbaar houden van koopwoningen uitermate lastig gebleken.
Ondertekening MRA Woondeal op 19 maart 2023
In het voorjaar van 2023 legde toenmalig minister Hugo de Jonge met provincies en regio’s in het hele land nieuwbouwafspraken vast voor de periode 2022–2030. Deze zogeheten regionale Woondeals, bouwstenen van de Nationale Woon- en Bouwagenda, telden gezamenlijk op tot 900.000 woningen. Op papier zou daarmee in 2031 de woningnood grotendeels zijn opgelost.
Ook in de Metropoolregio Amsterdam kwam er zo'n Woondeal. MRA-gemeenten en andere bestuurslagen in de MRA hadden overigens samen met het Rijk al in 2019 de koppen bij elkaar gestoken om afspraken te maken om de woningproductie in de regio te coördineren én op te voeren. Bij die 'woondeal' mikte men op 15.000 nieuwbouwwoningen per jaar, wat indertijd behoorlijk ambitieus was, maar grosso modo is gehaald. De Jonge vond in 2023 die 15.000 onvoldoende. Zo kwam hij landelijk niet aan zijn ingeboekte 100.000 woningen per jaar. En zo kwam er in maart 2023 een MRA Woondeal waarbij alle gemeentelijke en regionale bestuurders bij het kruisje tekenden voor de opgave om voor 2031 de bouw van 170.000 woningen mogelijk te maken: circa een vijfde van de nationale opgave.
"We zijn enthousiast over de richting en dankbaar voor de 30 procent sociale nieuwbouw, maar maken ons zorgen over de knelpunten bij veel projectlocaties. Dat zijn er nogal wat"
Wie niet tekenden: de partijen die daadwerkelijk bouwen, waaronder de woningcorporaties. "We zijn enthousiast over de richting en dankbaar voor de 30 procent sociale nieuwbouw, maar maken ons zorgen over de knelpunten bij veel projectlocaties. Dat zijn er nogal wat", aldus destijds Anne-Jo Visser, directeur van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC).
Die zorgen blijken terecht. De lijst met belemmeringen is schier eindeloos gebleken: personeelstekorten bij gemeenten en bouwbedrijven, sterk stijgende bouwkosten, stikstofbeperkingen, netcongestie, langdurige bezwaarprocedures, faillissementen onder ontwikkelaars, hogere rente, steeds hogere eisen, onwillige grondeigenaren en geldgebrek. Drie jaar na het sluiten van de MRA Woondeal is de conclusie onontkoombaar: de bouw van die 170.000 woningen in de MRA in negen jaar tijd is onhaalbaar.
De eerdere regionale afspraken uit 2019 waren realistischer, zoals uit onderstaande grafiek blijkt. Over de periode 2019–2025 groeide de woningvoorraad in de MRA netto met circa 16.000 woningen per jaar. Woningzoekenden merken er wellicht weinig van, maar in totaal kwamen er in die periode 113.000 woningen bij, waarvan ongeveer een kleine helft (52.054) in Amsterdam.
Bouwmotor van Amsterdam blijft draaien
Landelijk werden in 2025 bijna 80.000 woningen aan de voorraad toegevoegd via nieuwbouw en andere toevoegingen zoals transformatie. Daarmee groeit de achterstand op de beoogde gemiddelde productie van 100.000 woningen per jaar verder.
In de MRA is het beeld iets gunstiger. Hoewel de regio de Woondeal-doelen niet haalt, werden er vanaf 2023 gemiddeld 15,5 duizend woningen per jaar toegevoegd. Daarvan nam de hoofdstad bijna de helft (7.426 woningen) voor haar rekening. De bijdrage van andere MRA-gemeenten schommelt sterk per jaar. Amstelveen voegde in 2024 bijvoorbeeld 679 woningen toe, maar in 2025 slechts 158. Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar in Haarlem (853 versus 241) en Zaanstad (1.813 versus 802). Dit betreft zowel nieuwbouw als overige toevoegingen. En dan zijn er gemeenten die hun woningproductie structureel niet omhoog krijgen. Daar hoort schrijnend genoeg ook ‘groeigemeente Almere’ bij. In 2025 werden in de polderstad 1.384 woningen toegevoegd, niet veel meer dan de helft van de eigen doelstelling.
In onderstaande grafiek is de woningproductie van elke MRA-gemeente op te vragen.