Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Zita Pels, lijsttrekker GroenLinks: ‘Het grote geld mag niet winnen in ons Amsterdam’

Zita Pels, wethouder Volkshuisvesting en lijsttrekker van GroenLinks, verzet zich tegen een Amsterdam waar het grote geld wint en wonen voor steeds meer mensen onbetaalbaar is. Ook is ze bondgenoot van slachtoffers van huisjesmelkers en huurders van schimmelwoningen. Eerlijke volkshuisvesting kent volgens haar maar één uitkomst: een betaalbare, passende woning voor iedereen. Het Rijk moet dus een andere, minder liberale koers gaan varen. Met veel meer financiële steun voor woningcorporaties en veel verdergaande regulering van de woningmarkt.

Tekst - auteur(s)
Bert Pots

In Amsterdam groeien grote groepen kinderen op in schimmelwoningen. “Dat dit nog steeds bestaat vind ik heel ernstig, daarmee overschrijden we een morele ondergrens. Artikel 22 van de Grondwet verplicht ons om zorg te dragen voor volksgezondheid en voldoende woongelegenheid. De overheid heeft dus een zorgplicht, kinderen moeten gezond kunnen opgroeien in een woning. Daarom ook hebben we twee jaar geleden met onze woningcorporaties afspraken gemaakt over een gezamenlijke schimmelaanpak. De gemeente steunt die aanpak met een aantal miljoenen, maar in de praktijk blijkt het vinden van goede oplossingen niet makkelijk. En het probleem kan nog wel eens veel groter zijn dan we doorgaans denken; we weten niet welke schaal schimmelproblematiek heeft in de private sector.”

Image

Zita Pels

Zita Pels (39) is sinds 2022 wethouder Volkshuisvesting van Amsterdam. Daarvoor was zij drie jaar lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. De idealen van GroenLinks kwamen al vroeg op haar pad; ze is een dochter van socioloog en GroenLinks-politicus Dick Pels. Zij studeerde onder meer bestuurs- en organisatiewetenschap (Universiteit Utrecht) en volgde een master religiestudies (UvA). Pels kent ook een heel andere kant; tussen 2005 en 2015 was ze werkzaam als instructeur in de paardensport. Zij woont in Amsterdam Oost.

Opgroeien in een schimmelwoning staat voor haar symbool voor het morbide systeem: eigenaren van koopwoningen en particuliere investeerders worden almaar rijker, terwijl huurders tegelijkertijd de prijs betalen. Zita Pels wil de Amsterdamse corporaties ook niet te zwaar vallen. “We kunnen het corporaties kwalijk nemen dat er nog steeds schimmel op de muren staat, maar zij beschikken niet over voldoende middelen voor de opgave die er ligt. Het Rijk is daar schuldig aan. Eerst door de Verhuurderheffing, nu door die steeds verder oplopende winstbelasting. Ik vind dat onbegrijpelijk. Daarom pleit ik voor het opnieuw uitvinden van de volkshuisvesting.” Zij kijkt daarbij naar een stad als Wenen. “Tot de jaren negentig van de vorige eeuw was er qua opzet van volkshuisvesting weinig verschil tussen beide steden. Ongedeelde steden. Maar daarna werd bij ons wonen geliberaliseerd en hebben we vol ingezet op de bouw van koopwoningen. Vervolgens zijn beide steden uit elkaar gegroeid en dat blijkt moeilijk te corrigeren. In 2022 hebben we in de coalitie met PvdA en D66 heel bewust gekozen voor handhaving van de verdeling 40 procent sociaal, 40 procent middensegment en 20 procent vrije sector. Die verdeling blijft heel hard nodig. Eigenlijk vind ik dat we nog veel meer betaalbaar zouden moeten bouwen maar als we zoals nu geld uit het Vereveningsfonds blijven halen en geen geld bijleggen, dan halen we het niet.”

Voldoende betaalbare woningbouw kan volgens haar dus alleen als het Rijk weer flink meedoet. “In het verleden stak het Rijk acht procent van ons bruto nationaal product (bnp) in volkshuisvesting, vandaag is daar amper een kwart van over. Stel we zouden alsnog kiezen voor vier procent van het bnp, dan kunnen we ervoor zorgen dat er geen schimmelwoningen zijn, dan kunnen woningen opgeknapt en verduurzaamd en dan kunnen we Amsterdam weer betaalbaar maken. Want dat is wat ik in verkiezingstijd van veel Amsterdammers hoor: Zita, we worden de stad uitgedrukt.”

Nieuwe Volkshuisvesting

Is dat realistisch? Is GroenLinks niet een roepende in de woestijn? “Mijn pleidooi voor Nieuwe Volkshuisvesting vindt steeds meer weerklank. Steeds meer mensen denken; oh ja, zo kan het ook. Het kost misschien tijd, ook omdat jonge mensen – opgegroeid onder vier kabinetten Rutte – eraan gewend zijn dat de markt alles bepaalt. Ze kunnen zich wellicht niet direct voorstellen dat wonen anders kan. Het is enorm belangrijk dat politici andere vergezichten schetsen, hopelijk voor mij komt dat alternatief snel dichterbij. En zeggen we samen: volkshuisvesting is een basisrecht, je moet gewoon een goed dak boven het hoofd hebben. En we slaan niemand over. We zorgen er ook voor dat al die daklozen, Amsterdam telt inmiddels 11.000 daklozen, de economisch daklozen nog niet meegeteld, een passend huis vinden.”

"Corporaties beschikken niet over voldoende middelen voor de opgave die er ligt. Het Rijk is daar schuldig aan"

Zij benadrukt dat het niet alleen over geld gaat. Over meer directe steun van het Rijk en minder fiscale voordelen voor huiseigenaren en investeerders. De samenleving zou de durf moeten hebben veel meer te reguleren. Daarbij denkt Pels allereerst aan uitbreiding van opkoopbescherming. “Wij hebben in Amsterdam geregeld dat tot een bepaald bedrag een woning door de eigenaar zelf moet worden bewoond. Zo’n woning valt dus niet in handen van een particuliere belegger die daar geld, veel geld mee verdient. Die regeling zou moeten worden uitgebreid naar een groter deel van de markt. Ook ben ik voorstander van het aan banden leggen van tweede woningbezit. Alleen als je een aantal dagen per week hier werkt of als er sprake is van bijvoorbeeld mantelzorg, dan mag dergelijk bezit. Dergelijke stappen moeten we durven zetten.”

Het kabinet Jetten lijkt echter voorstander van een landelijke regeling voor opkoopbescherming, minder royaal dan Amsterdam nu kent. “Mijn oproep aan het kabinet zou zijn, toch vooral rekening te houden met verschillen in woningmarktregio’s. Als je iedereen over één kam scheert, dan wordt Amsterdam nog minder betaalbaar. De politiek, ik zeg het nogmaals, moet zich verzetten tegen het beeld dat de markt altijd wint. Ik wil de Amsterdammer op 1. Daar kan de markt natuurlijk een goede rol in vervullen. We kunnen niet zonder bouwers, we hebben pensioenfondsen nodig voor de bouw van huurwoningen, maar het verkrijgen van een goed, en betaalbaar dak moet leidend zijn. En het gaat niet aan grove winsten te behalen over de ruggen van huurders die dat amper kunnen betalen.”

Ongelijkheid verminderen

Het kabinet wil ook morrelen aan de Wet betaalbare huur. “De wet wordt geoptimaliseerd, geloof ik. Ik hoop dat het betekent dat de WOZ-waarde niet meer meetelt in de hoogte van de huur. Daar zouden we met zijn alleen voor moeten zijn, het is namelijk niet zo dat een hogere WOZ-waarde een betere woning oplevert. Daarmee maken we de stad juist onbetaalbaar en zijn de mooiste plekken alleen voor de rijkste mensen. En zo’n stad willen wij niet. De volgende stap moet dus niet zijn dat die wet wordt afgezwakt, maar dat we de huurmarkt volledig reguleren. Misschien zijn veel mensen het vergeten, maar tot in de jaren negentig was er sprake van regulering. Zeker gezien de vele uitwassen op de vrije huurmarkt, moeten we die regulering in ere herstellen.” Volgens haar is dat ook een simpele manier om op heel veel maatschappelijke kosten te besparen. “Zeventien procent van de mensen die in de vrije sector huren, hebben daar eigenlijk een te laag inkomen voor. Dat betekent dat ze misschien geen nieuwe winterjas voor hun kind kunnen kopen of moeten afzien van dure huiswerkbegeleiding. Andere gezinnen kunnen dat wel betalen, dat moet Amsterdam toch niet willen. We moeten armoede bestrijden en ongelijkheid verminderen. Minister Boekholt heeft van de regeringscoalitie niet de beste instrumenten in handen gekregen en totaal geen geld, maar toch zou mijn pleidooi zijn: laten we zorgen dat iedereen een betaalbare passende woning heeft, omdat we daar met zijn allen uiteindelijk beter af mee zijn.”

"Veel gezinnen zitten vast in te krappe woningen, voor hen moeten we echt veel meer doen"

Meer betaalbare woningen en – in een stad die niet oneindig kan groeien – minder heel dure woningen. Dat zal die moderne stedelijke economie met goede verdienende, internationaal georiënteerde werknemers echt niet schaden, meent Pels. “We weten uit onderzoek dat er een ernstig tekort is aan betaalbare woningen en geen tekort aan dure woningen. Mijn pleidooi voor uitbreiding van regulering betekent niet dat we die rijke bewoners niet meer in de stad willen hebben, dat we de economie op slot zetten, daar heb ik het niet over. We moeten reguleren om jonge, talentvolle mensen binnen te halen, om ook verplegers, politieagenten en leraren in de stad te laten wonen. Die mensen kunnen nu geen plek vinden of worden alsnog de stad uitgedreven. Pas op, straks hebben we geen mensen meer die onze kinderen goed onderwijs kunnen geven. Die prijs willen we toch niet betalen in ruil voor economisch succes.”

Moet de gemeente niet ook hand in eigen boezem steken? Die dure nieuwbouw is gerealiseerd doordat de gemeente dat mogelijk heeft gemaakt. Met tegelijkertijd een hoge grondopbrengst. “D66 heeft de afgelopen colleges gevochten voor elke voordeur. Niet onlogisch, want daarmee neemt de schaarste af. Maar het frame van ‘bouwen, bouwen, bouwen’ is afkomstig van de VVD. We horen die slogan zeker al tien jaar, maar in werkelijkheid heeft de crisis zich verdiept. Daarom kiest GroenLinks voor (betaalbare) kwaliteit boven kwantiteit. Dan gaat het wellicht allemaal wat langzamer, maar bouwen om te bouwen kost ons als gemeente veel geld. Een kwart van onze investeringsbegroting gaat op aan het stimuleren van zoveel mogelijk woningbouw. En juist omdat woningbouw zo op onze begroting drukt, is het weer lastig bouwgrond goedkoper te maken. We zullen ons dus op ons bouwprogramma moeten oriënteren.”

Gezinswoningen

Voor wie moet de stad wel bouwen? “De omvangrijke verkoop van particuliere huurwoningen de afgelopen tijd, maakt het noodzakelijk meer studentenwoningen te bouwen. De bouw van studentenwoningen moet dan wel in handen zijn van woningbouwcorporaties, anders raken we die woningen op een gegeven moment weer kwijt. GroenLinks vindt het ook belangrijk te focussen op de bouw van woningen voor gezinnen. Veel gezinnen zitten vast in te krappe woningen, voor hen moeten we echt veel meer doen. Ik hoor van corporaties dat het door de veelheid aan gemeentelijke eisen lastig is woningen groter te maken. Die eisen kunnen wat mij betreft tegen het licht worden gehouden. En niet op de laatste plaats is het belangrijk doorstroom te bevorderen. Dat is een verhaal apart. Juist zo’n vraagstuk maakt het voor een GroenLinkser interessant om aan het stadsbestuur mee te doen. Enerzijds hebben we onze idealen en willen we met elkaar volkshuisvesting opnieuw opbouwen, anderzijds proberen we praktische oplossingen te bedenken. Toevoeging van goed toegankelijke seniorenwoningen in wijken waar veel senioren wonen, zodat zij in hun eigen buurt oud kunnen worden, onze oudere Amsterdammers vragen erom.”

GroenLinks-zes verkiezingspunten

  • -Vooral bouwen voor ouderen, gezinnen en studenten;
  • -Vasthouden aan bouwverdeling: 40-40-20;
  • -Corporaties bouwen ook voor het middensegment;
  • -Einde aan verkoop van sociale corporatiewoningen;
  • -In 2030 moet Amsterdam schimmelvrij zijn;
  • -Oprichting Amsterdams Bouw- en Wooncollectief.