Wonen aan een treinstation, zou dat een droom zijn of een nachtmerrie? Dat vroegen we ons af toen ik met regisseur Onno Krijnen op pad ging voor een nieuwe aflevering van het AT5-programma Bouw Woon Leef. We gingen van buiten naar binnen: eerst naar het stationsgebied van Zaandam.
Rollator-afstand
“Je kwam uit de trein en je dacht, ik moet hier snel weg zijn, of ik stop ermee, het was hier buitengewoon triest”, zegt Hans Luiten, Zaankanter en wethouder toen het station werd gebouwd. “Mensen zeiden toen tegen me, ach meneer, er valt hier niks meer aan te doen. Zaandam, het was niks, het is niks, het wordt ook helegaaar niks, werd er dan op z’n Zaans gezegd”. Maar nu is het een mekka voor shoppend publiek en voor toeristen, een ‘bruisend stadshart’. En bewoonster Tineke (80-plusser) vindt het er prima: “Alles is dichtbij. De supermarkt zit op rollator-afstand. Maar de auto, dat is wel een probleem. Omdat het ov niet echt goed is, kan ik de auto niet laten staan.”
De trein mag niet ideaal zijn, maar met nog geen vijf minuten in de NS-sprinter zitten we al op het stationsgebied van Sloterdijk. De meeste Amsterdamse centrumbewoners zullen bij Station Sloterdijk nog niet dood gevonden willen worden, met al die saaie kantoren, rijschoolauto’s en grote hotels. Een passant zegt in een vox pop-microfoon (van ‘vox populi’): “Ik zou hier never nooit willen wonen, tussen al die toeristen die zo om zich heen dolen”.
Maar de stad rukt op, de woningnood en de klimaatcrisis dwingen, en dan is bouwen rond stations een uitkomst. Het ov is om de hoek, auto hoeft niet of nauwelijks, dus de woningen kunnen dicht op elkaar en hoog worden gestapeld. Maar gaat het er ooit swingen?
De forenzen drommen er vroeg in de ochtend én laat op de middag. Studente Maria woont er: “Ik vind het gewoon een hele fijne sfeer omdat er altijd mensen zijn.” Filmmaakster Rasjel heeft een sociale huurwoning. “Ik zie het hier om me heen groeien en voel me er steeds veiliger. Er zijn steeds meer bewoners en in de buurtkamer beneden heb ik al veel mensen leren kennen.”
Modelspoorbaan
Sloterdijk-bewoners en pensionado’s José en Kees verwisselden hun gezinswoning in Ede voor een appartement van 70 vierkante meter met uitzicht op het spoor. “Goh wat leuk, is dit nou een Tiny House?”, vroegen hun vrienden. José lacht, ze zijn gelukkig hier, ook met het uitzicht. “Kees wilde altijd al een modelspoorbaan, nu heeft hij het echte werk voor zijn neus.” Ze zien het groen groeien en zwaaien naar hun nieuw gekomen buren die vanuit de slaapkamer hun huiskamer in kunnen kijken. En toeristen wijzen ze graag de weg.
Op Sloterdijk zit inmiddels een aantal horecazaken. De bakker zat er al vanaf het begin, met subsidie, de zaak loopt inmiddels als een trein en nu zit er ook een supermarkt. Woon je er als in een droom of als in een nachtmerrie? Voorlopig lijkt het daar ergens tussen leefbaar en gezellig toch vrij goed wonen te zijn.
| Susanne Heering maakt inmiddels 30 jaar programma’s over stad en ommeland bij AT5. Als één van de vier columnisten van NUL20 beschouwt zij iedere twee maanden een aspect van de volkshuisvesting, dat relevant is voor de Metropoolregio Amsterdam. Het kwartet vaste columnisten van NUL20 bestaat naast Susanne uit Ruud Fiere, Leon Bobbe en Kasper Baggerman. Alle columns van: Susanne Heering |