Overslaan en naar de inhoud gaan

Steeds meer huurders in armoede

update 16-08-2013

Het aantal huurders dat in armoede leeft, stijgt in deze kabinetsperiode met 167.000 huishoudens tot 35 procent (in 2012 28%). Dat blijkt uit onderzoek van RIGO in opdracht van de Woonbond. De toenemende armoede wordt mede veroorzaakt door de stijgende woonlasten. De Woonbond vindt dat het kabinet zijn huurbeleid moet aanpassen.

RIGO heeft op basis van het Woon Onderzoek Nederland 2012 en de armoedecriteria van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) berekend hoeveel huurders na aftrek van hun woonlasten onvoldoende overhouden voor de overige noodzakelijke uitgaven en deelname aan het maatschappelijk leven.

In totaal kan 28 procent van de huurders van gereguleerde huurwoningen volgens die norm op dit moment de minimale kosten voor de overige onvermijdbare uitgaven en sociale participatie al niet betalen. Het gaat daarbij om 724.000 hurende huishoudens. Alleenstaanden en jongeren zijn hierbij oververtegenwoordigd. Dit aantal stijgt door de huurverhogingen tot 850.000 huurders in 2017. Wordt ook de stijging van de energieprijzen meegerekend, dan komt het aantal hurende huishoudens in armoede in 2017 volgens de Woonbond uit op 891.000. Dat is 35 procent van de huurders.

Als gevolg van de combinatie van huurverhogingen, stijgende energieprijzen en achterblijvende inkomensontwikkeling, stijgt het deel van het besteedbare inkomen dat wordt besteed aan woonlasten (woonquote) van een doorsnee huurder van 29,4 naar 32,6 procent in 2017. De Huurdersvereniging Amsterdam concludeert op basis daarvan dat de gevolgen van de crisis eenzijdig wordt neergelegd bij de huurders. “Degenen die een achteruitgang het minste kunnen hebben, mogen als enige betalen voor de crisis. Nog nooit is het regeringsbeleid zo asociaal geweest”, aldus voorzitter Frans Ligtvoet.


Woonquote (mediaan) van zittende huurders van gereguleerde huurwoningen per inkomensgroep, in 2012 en 2017


De helft van de huurders van gereguleerde huurwoningen (1,3 miljoen huishoudens) komt op grond van hun inkomen in aanmerking voor huurtoeslag. Toch houdt de helft van deze groep volgens het RIGO-onderzoek na aftrek van woonlasten zo weinig over dat zij in armoede leven volgens de criteria van het SCP. De Woonbond concludeert daaruit dat de huurtoeslag dus onvoldoende is.

De woonlasten gaan naar verwachting verder stijgen. Niet alleen heeft het kabinet extra ruimte geschapen voor jaarlijkse verhogingen. Bovendien stellen verhuurders de huren bij nieuwe verhuring fors naar boven bij, daartoe mede genoodzaakt vanwege de door het Rijk opgelegde verhuurderheffing. Nieuwe huurders blijken in elke inkomensgroep relatief hoge huurlasten te hebben. Rigo: "Als verhuurders bij mutatie de maximale huurprijs zouden vragen, dan nemen de huurlasten zodanig toe, dat veel huurwoningen onbetaalbaar zullen worden voor de primaire en secundaire doelgroep."

Woonbonddirecteur Ronald Paping vindt het dan ook hoog tijd dat dit kabinet inziet dat het huidige huurbeleid moet worden aangepast: "Om armoede onder huurders te beheersen is verbetering van de huurtoeslag, gerichte energiebesparing en vooral een gematigd huurbeleid nodig."