Circulair renoveren, kan dat?

Prijsvraag moet kennis en kunde bij corporaties vergroten
Circulair renoveren, kan dat?

Met de prijsvraag ‘Op weg naar een circulaire stad’ wil de gemeente Amsterdam woningcorporaties stimuleren hun kennis en kunde met betrekking tot circulaire principes te verdiepen. Er valt nog een wereld te winnen, blijkt uit een rondgang langs vier deelnemers. Woensdagavond presenteren de winnaars hun voorstel bij PakhuisNUL20. Je kunt je nog aanmelden.


Winnaars: Eigen Haard, Jan Slijkerman | Hemubo, Joris van Maastrigt | De Alliantie, Jurgen Klaassen

 

Winnaars prijsvraag

Eigen Haard heeft met Spaak CS (Circular Solutions) programma gestart om zo mogelijk circulaire alternatieven binnen haar verduurzamingsprogramma  SaVe (Samen Verduurzamen) toe te passen. Voor gevel- en spouwmuurisolatie werden al circulaire en zelfs kostenneutrale alternatieven gevonden.
Het consortium van renovatie-expert Hemubo, Stadgenoot en circulair sloopbedrijf A. Van Liempd richt op hergebruik van afvalstromen bij renovaties, vooral glas en kozijnmaterialen. Beoogd doel is het maken van hoogwaardige kozijnen van gebruikte materialen. De volgende fase bestaat uit het ontwikkelen van een tool waarmee verschillende ontwerpvarianten kunnen worden gegenereerd op basis van beschikbare materialen. Het ontwerp wordt dus aangepast aan het aanbod. In deze tool wordt ook de milieutechnische impact van de verschillende varianten meegenomen.
De Alliantie richt zich met diverse partners op het ontwikkelen van deelmobiliteitsoplossingen voor huurders in de Molenwijk in Amsterdam Noord. Doel is een deel van de parkeervoorzieningen in de toekomst overbodig te maken, waardoor ruimte ontstaat voor woningbouw.

De winnaars krijgen elk 40.000 euro als ze hun voorstel hebben uitgevoerd.

Aanmoedingsprijzen

Stadgenoot en Rochdale kregen een aanmoedigingsprijs van 15.000 euro. Hun beide voorstellen richten zich op de ontwikkeling van een beoordelingskader voor de circulaire milieuprestatie van materialen en producten.

 

Hoewel het een competitie was, werd benadrukt dat de corporaties juist veel kennis met elkaar uitwisselden. Dat was ook nadrukkelijk een doel, aldus wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Marieke van Doorninck. Het is volgens haar belangrijk dat we afval als grondstof gaan zien. Amsterdam is volgens haar een circulaire koploper en de lessen die hier geleerd zijn, zullen worden gedeeld in het buitenland.

“Het is natuurlijk idioot als je 30.000 woningen isoleert en aardgasvrij maakt, terwijl dat geen of nauwelijks CO2-winst oplevert vanwege de productie, het aanleveren en aanbrengen van de materialen.” Maarten de Laat, senior adviseur Strategie en Portefeuille bij Stadgenoot, vat mooi samen waarom de prijsvraag Op weg naar een circulaire stad van de Gemeente Amsterdam niets te vroeg komt. De woningcorporaties, eigenaars van zo’n 42 procent van de bestaande Amsterdamse woningvoorraad, zijn namelijk volop aan het verduurzamen. Daarbij staat circulariteit niet bovenaan de prioriteitenlijstjes, om het eufemistisch te zeggen. Ook niet van de gemeente overigens. In de nieuwe Samenwerkingsafspraken 2020-2023 wordt er geen woord aan vuil gemaakt.
Maar nu is er dan wel deze, door de gemeente geïnitieerde prijsvraag. Het idee daarachter is corporaties te stimuleren praktijkervaring op te doen met circulaire principes bij de renovatie, sloop/nieuwbouw en transformatie. Als worst wordt een drietal subsidies van 40.000 euro voorgehouden, en twee aanmoedigingsprijzen van 15.000 euro.
De startbijeenkomst was begin september. Daar presenteerden de deelnemende corporaties hun ‘challenge’, waarvoor ze de hulp van in de zaal aanwezige externe specialisten inriepen. Nadat er vervolgens in netwerksessies coalities waren gesmeed, volgden in de ruim twee maanden daarna een haalbaarheidsstudie en een plan van aanpak.

 


De juryleden van links naar rechts: Kees Faes (SGS Research, voorzitter), ... , Els Lecrerq (AMS Institute/TU Delft), Dermie Armelita (Stichting !WOON) en Robbert Jan van der Veen (Plein06). Tweede van links is presentator Thieme Hennis.

Rochdale wil eerst objectief beoordelingskader

“Echt circulair werken heeft misschien wel meer impact dan isoleren”, beseft Pierre van Vliet, adviseur Vastgoed en Duurzaamheid bij Rochdale. De corporatie zoekt naar een methodiek om circulariteit en CO2-impact van materiaalkeuzes en bouwprocessen objectief vast te stellen. Rochdale ontwikkelt daarvoor in het kader van de prijsvraag een afwegingskader dat wordt gevisualiseerd in een digitaal dashboard. Ze noemen het zelf ‘de menukaart Circulair en Gezond Renoveren’. Van Vliet: “We willen een heel concreet instrumentarium ontwikkelen: de menukaart en het afwegingsmodel. Die moeten helpen om bijvoorbeeld twee remontabele producten te vergelijken uit oogpunt van circulariteit.”
Als ‘case study’ dient een te renoveren woningcomplex uit 1904 van zo’n tweehonderd woningen. Zodra het project concreter wordt, komt ook de huurder in beeld: “Samen met een panel gaan we op zoek naar wat waarde heeft voor de klant. Misschien levert circulair verbouwen wel argumenten op die belangrijk zijn voor huurders, zoals een beter binnenklimaat.”

Stadgenoot: primair gericht op CO2-reductie

Ook Stadgenoot zet in op de ontwikkeling van een beoordelingskader waarmee de circulaire prestatie van materialen en producten kan worden gemeten. De corporatie baseert zich net als Rochdale op de One-Click-LCA-methode. Hiermee kan onder andere de MPG (MilieuPrestatie van Gebouwen) en de CO2-impact van producten worden vergeleken. Voor Stadgenoot is circulair geen doel op zich, maar een middel om te komen tot CO2-reductie. De Laat: “Natuurlijk willen we ook geen toxische of milieuonvriendelijke stoffen. En wat we verder mee kunnen pakken, nemen we mee: circulair omgaan met water, rainproof. Maar de focus ligt op CO2-reductie.”
Stadgenoot gebruikt als case study een wooncomplex van rond 1900 met 42 woningen en zes bedrijfseenheden. Van het complex moet in ieder geval de fundering hersteld en de gevel en de algemene ruimtes aangepakt. Daar blijft het waarschijnlijk bij, maar voor de circulaire pilot wordt een volledig woningverbeteringsprogramma doorgerekend.
De Laat. “Het zou fantastisch zijn als blijkt dat er een milieuvriendelijker alternatief is voor het beton waarmee we nu funderen.” Maar ja, beton heeft zich bewezen en niemand wil dat het pand na vijf jaar weer gaat verzakken.
Hij vermoedt dat een circulair alternatief duurder uitpakt. “Maar de vraag is wat je allemaal meerekent: alleen de huidige investering of alle kosten gedurende de hele levenscyclus van een gebouw tot en met de sloop/demontage. Als je daarvan uitgaat verwacht ik dat een circulaire oplossing best kostenneutraal kan zijn.”

Eigen Haard: zoektocht naar materialen

Eigen Haard verduurzaamt alleen al volgend jaar 1.500 woningen via het versnellingsprogramma SaVe (Samen Verduurzamen) door dak, gevel en vloer te isoleren, het glas te vervangen en de ventilatie te optimaliseren. “We zijn goed bezig”, vindt projectontwikkelaar bestaande voorraad Jan Slijkerman. “Maar qua materiaalgebruik kan het nog beter. In zoverre kwam deze prijsvraag uit de hemel vallen. De isolatiematerialen die we toepassen, komen allemaal voort uit de petrochemie. Binnen de subsidieregeling willen we onderzoeken of er circulaire alternatieven zijn.”
Energiebesparing en circulariteit gaan niet altijd hand in hand. Neem het vervangen van glas, standaard onderdeel van SaVe. “Nieuw glas presteert beter, maar de productie kost veel energie. Dan moet je op zoek naar het omslagpunt waar de energiebesparing van de huurder groter is dan de energie die het maken en aanbrengen kost.” Iets soortgelijks speelt bij het isoleren van kruipruimten. Dit onderdeel wordt specifiek onderzocht; het vraagt veel materiaal en daarmee indirect energie. Daarnaast zijn experts het niet eens of het veel effect heeft op het energieverbruik van de huurder.
Slijkerman zou een centrale materialendatabank toejuichen. “Evenals meer kennisuitwisseling. We staan tenslotte allemaal voor dezelfde opgave.” Eigen Haard trekt binnen de challenge samen op met Woonzorg Nederland. “Een gedroomde situatie. Er wordt een pilotstudie gedaan, waarin twee woningen circulair worden verduurzaamd. Wij verduurzamen een eengezinswoning en zij een appartement.”
Voorafgaand worden er onder begeleiding van Spaak CS (Circular Solutions) diverse simulaties uitgevoerd voor onderzoek naar materialen en de toepassing daarvan. Hierbij wordt samengewerkt met de Hogeschool van Amsterdam en Avans Hogeschool.

De Alliantie onderzoekt deelmobiliteit

Voor de Alliantie is circulariteit een van de speerpunten van haar duurzaamheidsbeleid. De corporatie participeert in Circulair Buiksloterham en het Bajes Kwartier. Ook voor deze prijsvraag stapt de Alliantie buiten de gebaande paden: deelmobiliteit. De corporatie wil het autobezit van huurders van vier woonflats in de Molenwijk, Amsterdam-Noord, terugbrengen door ze te verleiden naar ‘mobility as a service’, een abonnement op mobiliteit: huurders kunnen per rit kiezen of ze een deelfiets, -bakfiets of -auto willen gebruiken.
Deelmobiliteit is deeleconomie en die is circulair, legt gebiedsontwikkelaar Jurgen Klaassen uit: “We hebben in deze challenge bewust gekozen voor een andere insteek. We sturen niet direct op materialen, maar indirect door gedrag te veranderen.”
Over een jaar of tien wil de Alliantie de prominent aanwezige parkeergarage bij de vier flats slopen of renoveren. De corporatie hoopt dan met veel minder parkeerruimte toe te kunnen. “We willen zoveel mogelijk woonmeters vrijspelen”, vertelt Klaassen. Het mes snijdt volgens hem aan twee kanten: extra woningen en CO2-reductie. “Elke parkeerplaats die je bouwt, staat voor 11,5 ton CO2-uitstoot. En er hoeven minder auto’s te worden gebouwd.”
Dit is op zijn minst een gedurfd plan. De eerste stap is nu het in kaart brengen van de verschillende mobiliteitsbehoeften van de huurders. “Op basis daarvan gaan we marktpartijen vragen een propositie te doen. We willen naar een Trivago-achtige setting. In heel veel sectoren worden producten transparant gemaakt en met elkaar vergeleken, waardoor competitie ontstaat. Voor deelmobiliteit bestaat zoiets nog niet. We willen dat het voor onze huurders ‘goedkoopzamer’ wordt.” We moeten van het idee af dat duurzaamheid altijd duurder is”, vindt Klaassen. Vandaar de term goedkoopzaamheid.

Obstakels

Circulair bouwen en zeker circulair renoveren staat nog in de kinderschoenen. Dat twee van de vijf voorstellen zich richten op de ontwikkeling van een goed afwegingskader, maakt dat wel duidelijk. De eventuele extra kosten en complexiteit lijken nog een drempel. Van Vliet ziet ook conservatisme in de gehele keten als remmende factor. “Om tempo te maken, moeten we daarom een gezamenlijke agenda of pad creëren. Een initiatief zoals deze prijsvraag past hier prima bij. De wetgever moet ook helpen de boel in beweging te krijgen.”
Zou een duidelijk definitie van circulariteit helpen? Slijkerman: “Uiteindelijk is het niet zo ingewikkeld. Het gaat om de materialen die je toepast, de manier waarop je die aanbrengt en wat je er in de toekomst mee gaat doen. Nog eenvoudiger is het als je gewoon het doel omschrijft: zo weinig mogelijk negatieve gevolgen voor de aarde.”

 

Woensdagavond presenteren de winnaars hun voorstel bij PakhuisNUL20. Je kunt je nog: AANMELDEN.