De rol van corporaties bij de aanleg van warmtenetten is in potentie groot, maar systemische knelpunten hebben de daadwerkelijke impact flink beperkt. Dat concludeert Herbert van den Hardenberg in zijn masterscriptie waarmee hij de Jeroen van der Veer Scriptieprijs 2025 won. Hij ziet kansen in de nieuwe wetgeving en het coalitieakkoord.
Waarom koos je de rol van corporaties bij warmtenetten als onderwerp?
“De wereld van woningcorporaties heeft me al een tijd geboeid. Het zijn organisaties met veel vastgoed én een maatschappelijke taak. Dat is fascinerend. Ook bij de energietransitie voel ik me betrokken. In mijn onderzoek kwam dat mooi bij elkaar. Deze scriptie is voor mij geen eindpunt. Ik ben nog niet klaar met het leveren van mijn bijdrage aan een rechtvaardige volkshuisvesting en een eerlijke energietransitie.”
Als casus koos je de regio Amsterdam. Waarom?
“Hier vond het grootschalige warmtenetproject Warm Amsterdam plaats. Een brede samenwerking van woningcorporaties, gemeente en energiebedrijf, met ambitieuze uitgangspunten vastgelegd in een intentieverklaring. Juist omdat dit initiatief uiteindelijk is vastgelopen, is het interessant het verloop te analyseren en te kijken wat daarbij de rol was van de corporaties.”
Hoe heb je je onderzoek aangepakt?
“Er is al het een en ander gedocumenteerd over Warm Amsterdam, maar voor een grondige analyse heb je context en nuance nodig. Daarom heb ik gekozen voor een kwalitatief onderzoek met interviews. Ik sprak betrokkenen van de zes Amsterdamse woningcorporaties, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, energiebedrijf Vattenfall en een grote huurdersorganisatie. Hoewel er soms kleine accentverschillen waren in de reacties van de respondenten, is het mooi om te zien dat de corporaties op één lijn zitten. Ze zien toekomst in warmtenetten, maar lopen tegen problemen aan.”
Hoe heb je de informatie uit die interviews verwerkt?
“Ik heb een capaciteitenmodel toegepast om tot de kern van het probleem te komen. Dat model is ontwikkeld om de rol van lokale overheden bij energie-gerelateerde ontwikkelingen te analyseren, zoals een warmtenet. Ik paste dit vervolgens toe op woningcorporaties aan de hand van zes categorieën: verantwoordelijkheid, autoriteit, financiering, personeel, kennis en lokale bronnen en energie-infrastructuur. Dit bleek goed te werken om de vinger op de zere plek te kunnen leggen. Dat dit was gelukt, bleek uit de reacties tijdens de prijsuitreiking op de AFWC-nieuwjaarsreceptie, Mijn scriptie werd gewaardeerd omdat deze overzicht en helderheid biedt in dit complexe speelveld.”
Waar is het misgegaan bij de Amsterdamse warmtenetten?
“De businesscase was niet stevig genoeg. Er was te weinig vastgelegd wie risico’s en verantwoordelijkheden zou dragen bij veranderende omstandigheden. Toen door de oorlog in Oekraïne de kosten stegen, kon Vattenfall vanuit hun perspectief niets anders dan de warmtetarieven verhogen. Hierdoor konden corporaties hun huurders niet langer garanderen dat warmte betaalbaar bleef, wat het draagvlak ondergroef. Omdat geen partij de oplopende rekening kon betalen, en de corporaties deze niet bij de huurder wilden leggen, waren zij gedwongen op de rem te trappen. Met als gevolg dat het financiële kaartenhuis instortte; het was niet meer rond te rekenen. Toch zien corporaties dit als een tijdelijke stop. De respondenten zien een warmtenet echt nog wel als het beste alternatief voor gas in buurten met een hoge bebouwingsdichtheid.”
Welke kansen zie je in de nieuwe wetgeving?
“De Wet collectieve warmte (Wcw) regelt dat op termijn warmtenetten voor meer dan 50% in handen zijn van publieke partijen, dus organisaties met een maatschappelijk motief. Daarnaast geeft de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) lokale overheden de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen voor een alternatieve warmtevoorziening. Gecombineerd geven deze wetten ietwat meer vertrouwen en duidelijkheid voor de lange termijn aan woningcorporaties en huurders.”
Is alleen nieuwe wetgeving genoeg?
“Nee, helaas niet. Warmtenetten zijn in hoogstedelijke gebieden het beste alternatief voor gas. Maar het is een dure investering. Er is geld nodig om dat gat te dichten en te garanderen dat deze rekening niet bij huishoudens terecht komt. Daarvoor kijken betrokkenen naar de Rijksoverheid. Het vergt politieke wil om daarvoor budgetten vrij te maken. In het coalitieakkoord staat dat de regering vol wil inzetten op warmtenetten en dit voor huishoudens betaalbaar wil houden. Bovendien zijn ze bereid om binnen de huidige financiële kaders private warmtenetten over te nemen en te participeren in nieuwe ontwikkelingen. Dat is hoopgevend en toont politieke wil, hoewel nog moet blijken hoeveel geld er daadwerkelijk wordt vrijgemaakt en in hoeverre dit betaalbaarheid garandeert.”
Wanneer zijn de corporaties weer aan zet?
“De nieuwe wetgeving is een goede start. Als er ook meer duidelijkheid is over de extra financiering kunnen corporaties hun rol weer oppakken. Ze zijn nodig om de warmtenetten lokaal van de grond te krijgen vanwege hun vaak geconcentreerd vastgoedbezit. Het is belangrijk om daarbij de huurders te betrekken. Zij hebben een negatieve perceptie van warmtenetten en woningcorporaties. Corporaties moeten dat vertrouwen terugwinnen en huurders overtuigen dat warmtenetten een goed alternatief kunnen zijn voor gas. Dat kan alleen als ze zo veel mogelijk zekerheid kunnen geven over de kosten.”
| ‘We blijven vol inzetten op warmtenetten, om zo ook netcongestie te verminderen. Mensen krijgen zo snel mogelijk duidelijkheid of ze een warmtenet krijgen of een andere verduurzamingsoptie. Om de uitrol van warmtenetten te versnellen en voor huishoudens betaalbaar te houden, is de overheid bereid om via een staatsdeelneming binnen de huidige financiële kaders private warmtebedrijven over te nemen en te participeren in nieuwe ontwikkelingen. Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen.’ |
| De Jeroen van der Veer Scriptieprijs voor de beste masterscriptie op het gebied van volkshuisvesting is een initiatief van de Amsterdamse Federatie voor Woningcorporaties (AFWC). De prijs is genoemd naar onderzoeker Jeroen van der Veer, die eind 2020 op 56-jarige leeftijd overleed. Jeroen werkte ruim 23 jaar bij de AFWC en heeft vele studenten begeleid bij hun scriptie. De prijs is op 28 januari 2026 voor de vijfde keer uitgereikt. |