Corporaties nemen voortouw bij aanpak Indische Buurt

In de Oude Indische Buurt wordt de stedelijke vernieuwing steeds beter zichtbaar. Woningen worden hersteld en de openbare ruimte opgeknapt. De drie woningcorporaties die in de buurt actief zijn, hebben stadsdeel Zeeburg het aanbod gedaan ook de rest van de buurt een stevige impuls te geven.

De Indische Buurt stond lange tijd bekend als een achterstandswijk aan de rand van de stad. Maar door de ontwikkeling van het Oostelijk Havengebied, IJburg, het Zeeburgereiland, het Science park en het Polderweggebied komt de ruim honderd jaar oude stadswijk steeds meer in de stad te liggen. “Het centrum breidt zich uit en wij willen daar bij aansluiten”, zegt Joop ten Brink, adviseur markt en vastgoed van Ymere. Hij doelt op het plan van de Alliantie, Eigen Haard en Ymere om van de Indische Buurt ‘een meer gemiddelde buurt’ te maken.
De woningcorporaties beheren veruit het grootste deel van de 11.500 woningen in de buurt, waarvan 87 procent uit sociale woningbouw bestaat. Van stadsdeel Zeeburg mag dat percentage dalen naar 70. De woningcorporaties hebben een plan neergelegd waarmee zij dat in vier jaar tijd willen realiseren, goed voor een investering van 275 miljoen euro. In vier jaar tijd moeten 800 woningen verkocht, 1400 huizen gerenoveerd en 870 woningen worden gesloopt, waarvoor 750 nieuwe in de plaats komen.
Dat de drie woningcorporaties een gezamenlijke visie neerleggen is volgens Chrétien Mommers, manager strategie van Eigen Haard, eigenlijk wel zo logisch. “Na de fusie met Woningstichting Olympus bleken we ineens veel bezit te hebben, verspreid over de gehele buurt en dat geldt ook voor de Alliantie en Ymere.” De Alliantie had in 2001 al een overeenkomst gesloten met het stadsdeel, gericht op de Oude Indische Buurt waar eind jaren negentig de fysieke en sociale problemen het grootste waren. Nu de vernieuwing daar vordert, wordt ook naar de overige drie kwadranten gekeken. Daar de veelal nog in goede staat verkerende stadsvernieuwingsbouw uit de jaren zeventig en tachtig heeft de vooroorlogse oudbouw in het straatbeeld grotendeels verdrongen. Vooral Ymere en Eigen Haard hebben daar veel bezit. Volgens Mommers is de tijd dan ook rijp om tot overeenstemming te komen en de buurt gezamenlijk aan te pakken. De Alliantie, Eigen Haard en Ymere zien tot hun genoegen veel van hun ideeën terug in het verse programakkoord van het stadsdeel.
Hoewel in het plan het aantal huizen in de buurt per saldo afneemt, is het de bedoeling dat de variatie in inkomen van de bewoners wordt vergroot door het aanbod in het middensegment uit te breiden. Bewoners kunnen dan een wooncarrière binnen de buurt maken, terwijl veel mensen nu nog vertrekken als ze meer verdienen of kinderen krijgen.

“Geen goede woningen slopen”

Stadsdeelvoorzitter Nico Salm is “erg enthousiast” over de plannen en wil net als de corporaties een volgende stap nemen in de vernieuwing van de buurt. Wel laat hij weten dat het stadsdeelbestuur geen voorstander is van het slopen van goede woningen. Alleen het Borneoblok van de Alliantie aan het Javaplein vormt een uitzondering. Daar moet onder meer de nieuwe bibliotheek komen als sluitstuk van de gewenste cultuurboulevard aan de Borneostraat. Salm wil meer variatie in de wijk, “maar er zullen geen mensen de buurt uitgezet worden”. Het Dagelijks Bestuur wil dan ook een ruime voorraad sociale woningen behouden.
Volgens Mommers “gaat het in de Indische Buurt vooral om het toevoegen van kwaliteit, dat moet de primaire drijfveer zijn”. Die kwaliteit zit niet alleen in het bouwen van woningen voor mensen met uiteenlopende leefstijlen. Driehonderd vierkante meter bedrijfsruimte voor startende ondernemers – winkeltjes of bedrijfjes in de creatieve sector – en tweeduizend vierkante meter voor combinatie van wonen en werken, moeten de Indische Buurt levendiger maken en van het eenzijdige etiket woonbuurt verlossen.
De corporaties willen ook de verschillende buurten sterker gaan profileren. Stedelijke voorzieningen zullen vooral te vinden zijn in de Oude Indische Buurt, het economische en culturele hart van de buurt. De overige drie kwadranten missen nu een duidelijk profiel; “het is vlees noch vis”, vindt Mommers. In het noordoost-kwadrant liggen kansen op het gebied van zorg door de relatie met het Flevohuis te versterken. In het zuidoost-kwadrant, dat tegen het Flevopark aanligt, is het plan om grotere woningen toe te voegen en wellicht ook horeca, waardoor docenten en studenten van het Sciencepark de Indische Buurt ‘ingetrokken’ kunnen worden.
Als tegenprestatie willen de corporaties dat Zeeburg flink investeert in de openbare ruimte, geen onnodige barrières opwerpt voor de vernieuwing en sociale problemen aanpakt. Want “van nieuwbouw en renovatie alleen worden mensen niet beter”, zegt Ten Brink. Salm onderschrijft dat, maar wijst ook op het feit dat het stadsdeel al veel doet aan sociale problemen en het opknappen van de openbare ruimte.
Er is nog wel een probleempje: geld. Zeeburg moet de komende jaren bezuinigen. Salm: “We kunnen niet alle openbare ruimte tegelijk opknappen, we zullen keuzes moeten maken.” In het convenant wil Salm prioriteiten stellen, maar hij gaat ook proberen extra geld uit Den Haag of Brussel te krijgen. Hij durft niet te zeggen dat de vernieuwing van de Indische Buurt over vier jaar voltooid is, maar Salm hoopt wel een eind op weg te zijn.

Joost Zonneveld

Corporaties nemen voortouw bij aanpak Indische Buurt

In de Oude Indische Buurt wordt de stedelijke vernieuwing steeds beter zichtbaar. Woningen worden hersteld en de openbare ruimte opgeknapt. De drie woningcorporaties die in de buurt actief zijn, hebben stadsdeel Zeeburg het aanbod gedaan ook de rest van de buurt een stevige impuls te geven.