Eerste hulp bij burenruzies

Buurtbemiddeling: al 15 jaar een beproefd concept
Eerste hulp bij burenruzies

Burenruzie is van alle tijden, maar het aantal gevallen van overlast stijgt al jaren. Vooral het aantal overlastgevallen door verwarde personen neemt sterk toe. Woningcorporaties trokken onlangs weer aan de bel om dit probleem beter aan te pakken. Een belangrijke partner bij die aanpak is Beterburen. Deze organisatie voor buurtbemiddeling bestaat inmiddels 15 jaar. Er zijn 245 vrijwilligers actief in Amsterdam, Zaanstreek/Wormerland, het Amstellandgebied en Edam/Volendam.

 Maartje Berger en Daan Vunderink

 Maartje Berger en Daan Vunderink

 

Bente London, directeur van bemiddelingsorganisatie Beterburen voorspelde het al tijdens het jubileumfeest van de organisatie: de vraag naar buurtbemiddeling zal alleen maar groeien. In het eerste kwartaal van dit jaar ontving Beterburen 588 meldingen, een lichte stijging ten opzichte van het jaar daarvoor.
In Amsterdam, Zaanstreek/Wormerland en Amstelland bestaat de top drie van klachten uit geluidsoverlast, pesten en treiteren en, met een gedeelde derde plaats, overlast van dieren en tuinperikelen. In de gemeente Edam/Volendam hebben zoals te verwachten de tuinperikelen de overhand, gevolgd door geluidsoverlast en last van dieren. Wat dat betreft is er niets nieuws onder zon. Wat de laatste jaren wel sterk toeneemt – met name in toch al kwetsbare buurten in Amsterdam –  is overlast door mensen met multiproblematiek, zoals psychische- en verslavingsproblemen. Daarvan getuigen ook de cijfers van OIS. Het aantal meldingen van overlast door personen in Amsterdam steeg van ruim 10.000 in 2015 naar bijna 17.000 in 2018.

Zeer doeltreffend

Beterburen startte in 2004 op kleine schaal met buurtbemiddeling in Amsterdam. De organisatie is in de 15 jaar van haar bestaan flink gegroeid. Het concept is vrij eenvoudig maar doeltreffend. Na een melding gaan twee bemiddelaars op pad die eerst met de klager en vervolgens ook - indien mogelijk - met de overlastgever om de tafel gaan. Wanneer beiden bereid zijn met elkaar te praten, wordt een bemiddelingsgesprek georganiseerd op neutraal terrein. Hierbij zoeken de bewoners zelf naar oplossingen voor het conflict. Die methode blijkt in 70 procent van de gevallen effectief.
Wanneer sprake is van een conflict tussen meerdere bewoners, wordt een groepsbemiddeling aangeboden. Dat gebeurt door speciaal getrainde groepsbemiddelaars. Wanneer iemand aangeeft liever eerst zelf met de buren te praten maar niet weet hoe hij of zij dat aan moet pakken, biedt Beterburen een coachingstraject. Dat wordt ook ingezet wanneer een van de bewoners niet mee wil werken aan bemiddeling. Ook hiervoor zijn de vrijwilligers speciaal opgeleid.
Volgens het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), waarvan Beterburen het keurmerk draagt, is buurtbemiddeling een zeer doeltreffende manier om burenruzie aan te pakken. Twee derde van de zaken wordt volgens onderzoek van het CCV succesvol afgerond. Inmiddels heeft acht op de tien gemeenten een of andere vorm van buurtbemiddeling.

Meer psychosociale problematiek

Het CCV concludeert ook dat 20 procent van de 17.000 zaken die in 2018 werden afgehandeld als complex werd aangemerkt. Het aantal mensen met psychosociale problemen die voor overlast zorgen, nam de afgelopen jaren sterk toe. Mede daardoor stijgt ook het totaal aantal meldingen bij bemiddelingsorganisaties; de laatste vijf jaar met maar liefst 40 procent.

 

Maartje Berger: “Elkaar leren kennen helpt vaak al”
Maartje Berger is sinds drie jaar vrijwilliger bij Beterburen. In het dagelijks leven is zij jurist bij Defence for Children. Zij vond dat binnen die organisatie meer bemiddeld moest worden, dus volgde ze een opleiding mediation. Berger: “De kunst daarbij is om conflicten in een prettige sfeer en in een veilige setting op te lossen. Toen ik zag dat er vrijwilligers werden gevraagd voor buurtbemiddeling heb ik mezelf meteen opgegeven. Het is heel belangrijk dat mensen zich veilig en prettig voelen in hun eigen huis. Burenoverlast kan heel ingrijpende gevolgen hebben.”
Bergers ervaring is dat overlast bij iedereen voor kan komen. “Ik heb bemiddeld tussen twee nog vrij jonge mensen die boven elkaar woonden en veel overlast van elkaar ondervonden. Wanneer ze elkaar spraken liep dat steeds op ruzie uit. Wat niet hielp was dat ze allebei veel thuis waren.”
De situatie escaleerde zo dat de woningcorporatie werd ingeschakeld, die vervolgens Beterburen vroeg om bemiddeling. Berger: “Door rustig de zaken op een rijtje te zetten en een aantal oplossingen aan te dragen, is die situatie uiteindelijk sterk verbeterd. Dat geeft dan wel een goed gevoel.”
Volgens Berger zijn het vaak botsende leefstijlen en de individualisering die bemiddeling noodzakelijk maken. “Wanneer mensen elkaar niet kennen, kunnen ze ook veel minder van elkaar verdragen. Wanneer je mensen bij elkaar brengt zie je dat de problemen zich meestal snel oplossen. Wel zijn er steeds meer kwetsbare mensen die zelfstandig wonen en die voor overlast zorgen. Dat blijft lastig.”

 

Daan Vunderink: ‘Uitgangspunt is herstellen van de communicatie’
Daan Vunderink:  ‘Uitgangspunt is herstellen van de communicatie’
Een van de oudste bemiddelaars van Beterburen is Daan Vunderink (78). De gepensioneerde socioloog van de UvA meldde zich drie jaar geleden aan bij de organisatie. “Een van mijn functies bij de UvA was studentendecaan. Ik heb tijdens mijn werkzame leven dus al heel veel bemiddeld. Dat zit in mijn bloed.”
Vunderink vindt het een interessante en nuttige tijdsbesteding. “Er zijn zoveel bewoners die hinder van hun buren ondervinden. Het is fijn wanneer je mensen daarmee kunt helpen. Helaas lukt dat niet altijd. Wanneer het niet mogelijk is om mensen bij elkaar te brengen, zoeken we een andere oplossing. Door een klager te coachen bijvoorbeeld. Zo was er een vrouw die zoveel last had van een groot gezin boven haar hoofd dat ze haar huis uit vluchtte. Bemiddeling bleek niet mogelijk. Dus hebben we de vrouw geholpen om zich beter te weren tegen de overlast. Inmiddels kan ze er goed mee omgaan en vlucht ze haar huis niet meer uit, maar zet ze bijvoorbeeld een koptelefoon met muziek op als het haar te veel wordt.”
Vunderink bemiddelt ongeveer een keer per maand, maar besteedt daarnaast ook aandacht aan een nog lopende zaak. Zo wordt er gerapporteerd aan het bureau en worden er, als het nodig is, afspraken gemaakt voor een vervolgtraject. Vunderink: “Het uitgangspunt is het herstellen van de communicatie. Mensen denken vaak alleen aan zichzelf. En hoewel we van tevoren uitzoeken of er psychische- of verslavingsproblemen spelen – en dat komt helaas steeds vaker voor – kom je toch nog wel eens bij mensen die psychisch niet in orde zijn. Dan is het lastig communiceren en worden andere instanties ingeschakeld.”