D66 heeft stevige bouwambities: 125.000 woningen binnen vijftien jaar. De productie kan omhoog, zo meent lijsttrekker en wethouder Melanie van der Horst, door juist meer dure woningen te bouwen. Extra woningbouw in de vrije sector zorgt voor meer financiële ruimte en dus een betere kans op woningbouw in zowel het sociale, als het middensegment. Bovendien moet de stad veel beter samenwerken met de markt, de eigen organisatie versimpelen en ‘Amsterdamse dingetjes’ achterwege laten.
D66 Amsterdam staat voor een ambitieus bouwprogramma: 125.000 nieuwe woningen binnen vijftien jaar. De bouwproductie moet oplopen van jaarlijks 7.500 woningen na meer dan 9.000 vanaf 2030. Hoe realistisch is dat? Afgelopen jaar is de productie blijven steken op een royale zesduizend woningen. “In deze tijd moet je ambitie tonen, de woningnood is zo ontzettend hoog. Overal waar ik mensen spreek, vragen ze om extra woningen. Bijvoorbeeld voor hun kinderen, die anders de stad moeten verlaten. Ook veel ouderen zijn op zoek naar een andere, beter passende woning, dus we moeten aan de bak. En ja, het is ambitieus, maar we denken dat het mogelijk is.”
Volgens Van der Horst zit het probleem niet in het vinden van voldoende bouwlocaties. Amsterdam beschikt over genoeg potentiële bouwgrond. De planvoorraad is eveneens van adequate omvang. En dat het afgelopen jaar slechts sprake was van de bouw van 6.053 woningen en 660 flexwoningen, baart haar evenmin zorgen. “We komen uit moeilijke marktomstandigheden. Door de oorlog in Oekraïne, stijgende inflatie en sterk gestegen personeelskosten zijn er minder woningen gebouwd dan eerder bedacht. De afgelopen tijd hebben we al een been bijgetrokken en er kan, denken we, nog wel een schepje bovenop.”
Melanie van der HorstMelanie van der Horst (41) is de nieuwe politiek leider van D66 Amsterdam. De afgelopen vier jaar was ze als wethouder verantwoordelijk voor verkeer, openbaar vervoer, luchtkwaliteit, openbare ruimte en groen, water en Aanpak Noord. Onder haar leiding werd de maximumsnelheid op het merendeel van de Amsterdamse wegen verlaagd naar 30 km/u. Al meer dan vijftien jaar is zij actief binnen D66. Van der Horst was van 2017 tot 2018 stadsdeelvoorzitter van Amsterdam West en van 2018 tot 2022 dagelijks bestuurder van Amsterdam West. Zij studeerde tussen 2004 en 2011 sociologie en wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Van der Horst is getrouwd en heeft drie kinderen. |
De grote bottleneck is de door de politiek gekozen verdeling binnen de bouwproductie, aldus Van der Horst. “De 40-40-20 regeling zit ons dwars. Wij kiezen voor wat minder sociale huurwoningen en wat meer dure woningen, 30-40-30. Dan is voor 70 procent nog steeds sprake van betaalbare woningbouw, heel Amsterdams, maar verdienen we wel meer geld. En de sociale sector zal daarvan profiteren, denken we. De huidige verdeling maakt het voor ontwikkelaars moeilijk tot een haalbare businesscase te komen. Bij de minste tegenwind gaat een bouwplan niet door, en worden er dus ook geen sociale huurwoningen gebouwd. Door heel pragmatisch te zijn en meer ruimte te bieden voor die vrije sector wordt woningbouw makkelijker, gaat de bouwproductie omhoog en zal het sociale segment daar van profiteren. Simpelweg omdat er daadwerkelijk wordt gebouwd. Ik durf de stelling aan dat we de meest sociale woonplannen van de stad hebben.”
"Ik durf de stelling aan dat we de meest sociale woonplannen van de stad hebben”
Van der Horst pleit bovendien voor meer woningbouw in het middensegment. “Het meest willen we bouwen voor het middensegment. In Amsterdam hebben we veel woningen voor de kleine portemonnee en voor de grote portemonnee. Daar tussenin is het aanbod heel beperkt, daardoor worden mensen de stad uitgedrukt. Het is ontzettend belangrijk dat verplegers en leraren, mensen die de stad keihard nodig heeft, een plek kunnen vinden in de stad. Meer middensegment – ik denk zowel aan de bouw van betaalbare huur-, als aan betaalbare koopwoningen – is daarnaast belangrijk voor de doorstroom. Als bijvoorbeeld meer mensen bereid zijn hun sociale huurwoning in te ruilen voor een woning in het middensegment, dan leveren we op hetzelfde moment een belangrijke bijdrage aan het verminderen van de wachtlijsten.”
Effect doorstroming
Betere doorstroming is een belangrijk thema voor de democraten. “Wij kiezen in ons woonprogramma ook voor bijbouwen specifiek voor senioren. Niet alleen in nieuwbouwgebieden, maar overal in de stad. Ouderen laten hun sociale netwerk niet makkelijk los, ze verhuizen niet zo gauw naar een andere buurt. Daarom is het belangrijk in bestaande buurten woningen bij te bouwen. Door optoppen of door sloop/nieuwbouw en verdichting.” Zij zou graag zien dat de gemeente daarover anders gaat denken. “In de verdeling van middelen en ambtelijke capaciteit moet het effect van onze bouwactiviteiten op de doorstroom veel zwaarder mee gaan tellen. Nu zijn we wellicht geneigd te denken: zo’n toevoeging is relatief ingewikkeld en levert weinig woningen op, dus verdient het geen prioriteit. Maar als we een kleine groep ouderen een beter passend huis weten te bezorgen, dan heeft dat weldegelijk effect. Ik ben daarom groot voorstander de komende jaren veel beter te volgen wat betere doorstroming in de stad doet.”
"In deze tijd moet je ambitie tonen, de woningnood is zo ontzettend hoog"
De extra inkomsten die voortkomen uit de bouw van meer dure woningen, zo benadrukt Van der Horst, kunnen ook worden gebruikt om extra voorzieningen te bouwen. “De Rekenkamer heeft ons er terecht op gewezen dat we buurten bouwen zonder voldoende voorzieningen. Daar moet wat aan gebeuren; meer groen, betere kinderopvang, meer sportaccommodaties. Wij denken daarnaast dat de bestaande stad zal profiteren van een andere bouwverdeling.” Zij verwijst naar plekken in Amsterdam Noord. Bewoners van verouderde woningen zien tegenover hun huis mooie nieuwbouw verrijzen, maar zij hebben zelf te maken met schimmel in huis en verwaarloosde openbare ruimte. “Groei van inkomsten maakt het makkelijker om dergelijke straten aan te pakken en bijvoorbeeld corporaties te helpen met woningverbetering.” D66 zou ook graag zien dat de stad anders omgaat met het Vereveningsfonds. “Partijen als GroenLinks en PvdA gebruiken het Vereveningsfonds om gaten in de begroting te dichten of om andere stedelijke ambities te financieren. Wij zeggen: nee, doe dat niet. Gebruik het ‘bouwfonds’, zo noem ik het Vereveningsfonds graag, voor woningbouw en de ontwikkeling van voorzieningen in buurten.”
Betere samenwerking
Het gaat volgens Van der Horst bij het ophogen van de bouwproductie om meer dan alleen voldoende financiële middelen. “De voorbereiding van een project duurt vele malen langer dan de daadwerkelijke bouw, daar zit dus lucht. Door beter met marktpartijen samen te werken, door elkaar over en weer meer vertrouwen te schenken, maar ook door binnen de gemeente het een en ander te veranderen, moet het volgens ons mogelijk zijn de afwikkeling van een bouwproject met drie tot vijf jaar te versnellen.” Zij verwijst in dat verband naar een aankondiging van burgemeester Halsema en wethouder Van Buren dat de gemeentelijke organisatie onder de loep wordt genomen. “We voeren een breder gesprek over het functioneren van de gemeente. Er ligt een opdracht om dingen te versimpelen, want we hebben het te complex gemaakt voor onszelf. Ik weet ook dat Steven van Weyenberg, onze wethouder, kijkt hoe het anders kan. De verandering van processen, en de versimpeling van de eigen organisatie zullen daarom ook een plek moeten krijgen in een komend coalitieakkoord.”
"In Amsterdam hebben we veel woningen voor de kleine portemonnee en voor de grote portemonnee"
Heeft de politiek voldoende vertrouwen in de markt? “Bij de politiek, zeker bij linkse partijen leven veel sentimenten. Er is veel wantrouwen naar projectontwikkelaars, überhaupt naar ondernemers, ik dring niet voor niks aan op verbetering van de samenwerking. Natuurlijk moet het bestuur opletten, regels zijn er niet voor niks. Gemeente en marktpartijen zullen goede afspraken met elkaar moeten maken, maar neem van mij aan: er zijn heel veel partijen actief in onze stad, die gewoon een mooie stad willen maken. Natuurlijk, zij willen ook geld verdienen. Oké, maar laten we zonder naïef te zijn structureel kiezen voor betere samenwerking.” Zij verwijst naar de afspraken kortgeleden gemaakt door D66-wethouder Van Weyenberg met chemiebedrijf Ketjen. “Door elkaar op te zoeken en elkaars zorgen serieus te nemen, zijn er goede afspraken gemaakt over de bouw van 6.500 woningen in het Hamerkwartier in Amsterdam Noord. Samenwerking loont, wil ik maar zeggen.” Zegt dat niet ook dat het bestuur van de stad sensitiever en praktischer moet zijn? “Het is belangrijk in dat soort zaken niet te denken dat de bestuursrechter uiteindelijk wel een uitweg biedt, maar probeer veel eerder op een normale manier een oplossing te vinden. Ga met elkaar om tafel. Ons belang is woningen te bouwen, zo snel als maar mogelijk. En plannen kunnen beter worden als partijen goed naar elkaar luisteren, ik hou daar van.”
Amsterdamse dingetjes
Moet de gemeente niet ook stoppen met steeds meer regels en vereisten? Extra regelgeving kost volgens Friso de Zeeuw in Amsterdam twintig- tot veertigduizend euro per te bouwen woning. “Reinier van Dantzig heeft het al bedacht: gewoon goed is goed genoeg, laat het beste niet de vijand van het goede zijn. We zullen dus kritisch naar onze eigen wensen moeten kijken. En niet steeds nieuwe ‘Amsterdamse dingetjes’ moeten formuleren. Zoals we ook voorstander zijn van duidelijkheid over de grondprijs voor een langere termijn. Dat voorkomt dat bij de eerste de beste tegenslag alle rekensommen moeten overgedaan en ontwikkelaars zich gedwongen voelen plannen te wijzigen. Juist dat zorgt voor enorme vertraging, of in het ergste geval het volledig schrappen van plannen.”
"Er zijn heel veel partijen actief in onze stad, die gewoon een mooie stad willen maken"
GroenLinks en PvdA vormen na de verkiezingen één grote fractie. GroenLinks-lijsttrekker Zita Pels kijkt fundamenteel anders naar de woningmarkt en lijkt minder geneigd regels af te schaffen. Ook denkt GroenLinks niet in bouwaantallen, het gaat Zita Pels om kwaliteit. “We kunnen lang doen over een paar mooie woningen gebaseerd op ideologisch regels, maar leg dat maar eens uit aan al die woningzoekenden. Wij gaan wel voor vooruitgang, doorbraken en, zoals gezegd voor samenwerking. Het is aan de kiezer: hoe groter wij worden, hoe meer wij onze stijl in dat college vorm kunnen geven. Zo simpel is dat.” Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer vorig jaar oktober stemde 23,9 procent van de Amsterdamse kiezers op D66. Van der Horst is niet bevreesd dat door de komst van een wat conservatiever kabinet de meer progressieve Amsterdammers niet opnieuw voor D66 zullen kiezen. “Samenwerking met twee rechtse partijen zorgt voor een iets rechtser coalitieakkoord dan ons eigen verkiezingsprogramma. In Amsterdam stellen we ons bovendien vaak nog wat linkser op, maar dat heet samenwerken. Rob Jetten doet het goed. Het kabinet lijkt ook bereid armoede in ons land te verminderen. Dat is belangrijk voor onze Amsterdamse kiezers.”
Zes verkiezingspunten
|