Zonne-energie in de stad: groeipotentieel vooral in collectieve projecten
Zonnestroom voor daklozen?

Ook op stedelijke daken liggen steeds meer zonnepanelen. Maar de strenge regels rond ‘salderen’ frustreren gezamenlijke investeringen in zonnestroom door appartementbewoners. Voorlopig richten marktpartijen en corporaties zich daarom op stroom voor de collectieve voorzieningen van een complex.

In mei 2012 vierden de tweehonderd leden van Vereniging van Eigenaren Sporenboog een feestje. Op het dak van het appartementencomplex Het Funen in de Amsterdamse binnenstad waren net 175 zonnepanelen gelegd. Per jaar wekken ze zo’n 30.000 kWh aan groene stroom op en dekken daarmee een kwart van het elektriciteitsverbruik van de gemeenschappelijke voorzieningen. In vijftien jaar tijd hoopt de vereniging haar investering van een ton terug te hebben verdiend.
Een kwart van de investering werd overigens  door subsidie van het stadsdeel gedekt. “Bovendien stelde De Key een bedrag beschikbaar uit een duurzaamheidspotje en er is nog wat geld uit de algemene reserve gehaald. De 15.000 euro die toen nog overbleef, hebben we uiteindelijk via een extra maandbijdrage bij de leden opgehaald”, vertelt bewoonster en initiatiefneemster Paula van Zijl.  Corporatie De Key is eigenaar van 40 procent van de woningen, de overige VvE-leden zijn particuliere eigenaren.

Goedkope Chinese panelen

Volgens recent onderzoek zijn er in Nederland in 2012 net zoveel fotovoltaïsche panelen bijgeplaatst als in alle jaren daarvoor. De reden: het loont. Door de import van Chinese panelen zijn de prijzen dramatisch gedaald. Bovendien is de opbrengst door betere techniek flink toegenomen. De terugverdientijd is daardoor teruggebracht tot een jaar of zeven.
Op Amsterdamse daken liggen inmiddels zo’n 2100 zonnesystemen die samen tussen de 8 en 10 megawatt (MW) aan duurzame stroom opwekken. Daarmee kunnen zo’n 2500 huishoudens in hun elektriciteitsbehoefte worden voorzien. In de hoofdstedelijke Zonvisie, die binnenkort door de gemeenteraad wordt behandeld, wordt een stevige groei voorzien tot 160 MW in 2020. Dat is zestien maal zoveel als op dit moment. Voor 2040 rekent de gemeente zelfs op een opbrengst van 1000 MW. Daarmee zou de energiebehoefte van 270.000 Amsterdamse huishoudens - 63 procent van het totaal - zijn gedekt.

Wethouder Maarten van Poelgeest erkent dat het ambitieuze getallen zijn. “Maar ze komen niet uit de lucht vallen. We hebben ze gebaseerd op een recente berekening van marktpartijen die de potentie van zonne-energie voor heel Nederland hebben onderzocht.” Toch beseft hij dat het Amsterdamse daklandschap zich lastig met andere plaatsen laat vergelijken. De gemeente schat dan ook dat op slechts de helft van de daken in de stad - zo’n elf vierkante kilometer - panelen kunnen worden geplaatst. Daarmee zou maximaal 1300 MW kunnen worden opgewekt en hooguit een kwart van de totale elektriciteitsbehoefte in de stad worden gedekt.    

Het zijn de bedrijven en bewoners zelf die voor deze enorme groei moeten gaan zorgen. Er zijn dit jaar nog wel rijkssubsidies, maar de lokale Zon op je Dak-subsidies voor woningeigenaren zijn gestopt. De gemeente beperkt zich tot voorlichting en het wegnemen van onduidelijkheden over regels en vergunningen. Ze bekijkt ook of ze haar eigen daken en braakliggende kavels in de stad (tijdelijk) aan marktpartijen kan verhuren.

‘Virtueel salderen’

Particulieren kunnen nog wel gebruik maken van een zachte lening uit het Amsterdams Investerings Fonds (AIF). Uit deze pot betaalt de stad soms ook mee aan een project met een belangrijke voorbeeldfunctie. Zo heeft ze zich het afgelopen jaar garant gesteld voor een deel van de kosten van een strategisch zonne-energieproject op de daken van drie VvE’s - het ‘Zon op VvE’-project. Deze verenigingen botsten op de strenge regels rond salderen. Bewoners kunnen hun zelfopgewekte stroom alleen tegen een gunstig tarief verrekenen als het systeem achter hun individuele elektriciteitsmeter wordt aangesloten. Anders worden ze aangemerkt als energieleverancier met alle ongunstige fiscale consequenties van dien. In de praktijk betekent dat het trekken van kabels naar alle individuele appartementen en het plaatsen van extra omvormers. Een onrendabele zaak.
Amsterdam probeert Den Haag ervan te overtuigen dat de regels moeten veranderen. Daartoe is een boekhoudkundige list bedacht: virtueel salderen.
Met de bewoners van de drie VvE’s is afgesproken dat de zonnepanelen wel achter de gemeenschappelijke elektriciteitsmeter worden gehangen, maar dat Liander en NUON de in- en uitgaande energiestromen van de individuele VvE-leden nauwkeurig bijhouden zodat de vereniging deze onderling kan verrekenen. De leden krijgen hun gunstige terugleveringstarief dat geldt voor particuliere installaties. De gemeente staat bij deze proef garant voor het prijsverschil.
Leuk bedacht, maar het ziet er niet naar uit dat Den Haag virtueel salderen wettelijk gaat goedkeuren. Dat zou betekenen dat de drie VvE’s toch extra kabels en omvormers moeten plaatsen. De gemeente heeft beloofd in dat geval mee te betalen aan de kosten. Het ministerie van Economische Zaken heeft wel een fiscale stimulans aangekondigd voor kleinschalige initiatieven om energie op te opwekken, zoals een coöperatie. Van Poelgeest hoopt dat VvE’s ook automatisch onder deze regeling gaan vallen. “Dat lost een deel van de ongelijkheid met individuele initiatiefnemers op.”

Marktpartijen stappen in corporatiemarkt

Er zit meer schot in zonne-energieprojecten van corporaties. En die bezitten bijna de helft van de Amsterdamse daken. Vorig jaar installeerden Stadgenoot en De Key bijvoorbeeld in stadsdeel Nieuw-West 1.215 zonnepanelen.
De sociale verhuurders werken steeds vaker samen met gespecialiseerde marktpartijen die voor eigen risico en rekening zonnepanelen installeren. De verhuurders stellen hun dak gratis ter beschikking en krijgen vervolgens tegen een marktconform of gunstiger tarief zonnestroom voor hun collectieve voorzieningen.
De Alliantie ging dit voorjaar in zee met Kieszon die in totaal 364 PV-panelen plaatst op complexen in Amersfoort, Huizen, Almere en Amsterdam. Daarmee wordt één megawatt aan stroom opgewekt die deels wordt gebruikt voor de wooncomplexen en deels wordt verkocht aan een energiebedrijf. Kieszon, dat in Amsterdam eerder zonnepanelen op de daken van het Muziektheater en 27 basisscholen legde, brengt de Alliantie voor de afgenomen stroom een tarief in rekening dat net iets onder dat van grijze energie ligt.
Het project wordt gerealiseerd zonder subsidie. “Panelen zijn veel goedkoper  geworden en wij kunnen tegen scherpe tarieven de installatie regelen”, verklaart directeur Frank Heijckmann van het bedrijf.
De volgende stap is het leveren van zonnestroom aan individuele huurders van corporatiewoningen. Het bedrijf mikt daarbij op grondgebonden woningen. De investeringen zijn daarbij wel hoger en de administratie een stuk lastiger. Het valt dan ook niet mee om de businesscase sluitend te maken. Op subsidies rekent Heijckmann niet meer. ”Die tijd is voorbij.”

Subsidie voorlopig cruciaal

Eigen Haard en zonnestroomleverancier De Zonnefabriek konden bij hun project in Amsterdam-West nog wél rekenen op ongeveer 30.000 euro subsidie van het stadsdeel. In april van dit jaar werden op twee corporatiecomplexen PV-panelen gelegd voor het opwekken van groene stroom voor 35 huurders. Ieder huishouden krijgt maandelijks gemiddeld zo’n 100 kWh voor een vast tarief dat enkele euro’s lager ligt dan de gegarandeerde minimumopbrengst van de panelen.
De partijen kijken of ook in andere complexen huurders belangstelling hebben voor zonnestroom. Per gebouw moeten minimaal tien huishoudens meedoen om het project rendabel te maken. Ook andere corporaties hebben inmiddels belangstelling getoond en praten met De Zonnefabriek over het opzetten van soortgelijke projecten. Duurzaamheidsadviseur Wybrand Pieksma van Eigen Haard waarschuwt wel dat het lastig is om de businesscase zonder subsidie sluitend te krijgen. “We willen die richting uiteindelijk wel op.”