Boeken

In de NUL20 boekenrubriek worden publicaties besproken op het terrein van stedelijke ontwikkeling, wonen, volkshuisvesting, wijkontwikkeling en leefbaarheid.

Van wie is de publieke ruimte? Behoort het beslissingsrecht daarover exclusief toe aan de overheid? Nee, denken sommigen. Dat zijn burgers die het heft in eigen hand nemen en zelf initiatieven starten, meestal gericht op sociale samenhang. In dit boek staan de nodige voorbeelden.

Nu het tijdperk van de grootschalige stedelijke vernieuwing voorbij lijkt, wordt nagedacht over alternatieven. In dit boek wordt dit gedaan vanuit het standpunt van de ontwerper. De ondertitel is dan ook: pleidooi voor ontwerpkracht.

Stedenbouwkundigen en verkeerskundigen spreken elkaars taal niet. Sterker, de neiging tot samenwerken wordt ondermijnd door wederzijdse negatieve stereotyperingen. Althans, dat is de ervaring van architect Jeroen Mensink (Jam*architecten), initiatiefnemer van ‘Stromen en verblijven’.

Hoe is het weer in de stad? Sana Lenzholzer vindt dat helemaal geen vreemde vraag. Zij houdt zich namelijk bezig met het 'stadsklimaat', een vakgebied dat nog in de kinderschoenen staat. Het is volgens Lenzholzer niet vanzelfsprekend dat het in steden warmer is dan daarbuiten en dat er plekken zijn waar je ineens van je fiets waait.

Dat een stad voortdurend verandert mag een platitude heten. Maar het levert wel mooi beeldmateriaal op voor een fotograaf die er oog voor heeft. Rogier Alleblas volgde de renovatie van een woonblok in de Gorontolastraat in Amsterdam-Oost en hij deed dat met een warm gevoel voor de betrokkenen. Zijn fotoboek houdt het midden tussen een artistieke en documentaire benadering.

De reputatie van de naoorlogse tuinsteden uit het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP, 1935-1970) is er de laatste decennia niet beter op geworden. Door de eenzijdige samenstelling van de woningvoorraad concentreerden zich hier de problemen van de multiculturele samenleving. ‘Slaapsteden’ was nog de vriendelijkste kwalificatie. Maar het tij keert. Deze uitgave is er een bewijs van.

De Amsterdamse oud-wethouder Duco Stadig zegt het in zijn voorwoord: de terminologie van de organische stadsvernieuwing doet alweer bijna clichématig aan. Dat neemt niet weg dat flexibele gebiedsontwikkeling momenteel de aangewezen weg lijkt. In dit boek bieden twee geëngageerde ontwerpers daarvoor bruikbare suggesties.

'Hervorming Stedelijke Vernieuwing, een paradox tussen vast en vloeibaar' is een uitgave van het Amsterdamse Projectmanagement Bureau. Het is het schriftelijke residu van een drietal seminars voor de Amsterdamse ambtelijke top over de toekomst van de stedelijke vernieuwing.

In dit Engelstalig boek willen de vele auteurs en initiatiefnemers van projecten duidelijk maken dat lokale voedselproductie meer betekenis heeft dan een leuke hobby: stadslandbouw kan - in zijn vele vormen - bijdragen aan minder vervoerskilometers, verser en beter voedsel en - niet onbelangrijk - meer betrokkenheid van burgers bij hun buurt en stad.

Digitale apparaten en systemen veranderen de manier waarop we leven, en dus ook hoe we als bewoners een stedelijke samenleving creëren. Gaat het die kant op – van een verzameling anonieme technologieën die het verkeer of energieverbruik reguleren, of de toegang tot bepaalde gebouwen: de smart city? Of blijft er ruimte voor een social city?

Terwijl in Amsterdam het fietsparkeren tot een echte kwestie lijkt uit te groeien, is de fiets volgens de Rotterdamse ontwerpers Stefan Bendiks en Aglalée Degros toch echt dé oplossing voor stedelijke verkeersproblemen, inclusief files, lawaai, vervuiling en ruimtegebrek. En het is nog gezond ook.

Het aantal Nederlandse architectenbureaus stijgt omgekeerd evenredig met de omzetontwikkeling in de branche. Uit noodzaak - en soms uit overtuiging - starten ontslagen en startende architecten een eigen onderneming. In dit boek worden ze de 'post-star' generatie genoemd. Ze houden zich zelden meer bezig met iconische ontwerpen of grootschalige seriebouw.

Steeds meer gezinnen willen in de grote steden wonen, maar veel woningen in de stad zijn daar niet geschikt voor. Veel gezinnen passen daar een mouw aan om toch maar in de stad te kunnen wonen. Heren 5 architecten zocht met BNA Onderzoek en vijftien collega architecten naar slimme ontwerpoplossingen voor eensgezinsappartementen.

421 archiefdozen, 81 verhuisdozen, 10 stellingkasten, vier ladenkasten en ontelbare herinneringen liggen aan de basis van ‘Cordaan Rond’, een geschiedenis en beschrijving van wat tegenwoordig een ‘zorgconcern’ heet. Een boek over talloze vormen van zorg, met aandoenlijke verhalen. Maar ook een beeld van verzakelijking: fusies, schaalvergroting en ‘bedrijfsopbrengsten’.

Dit boek vormt natuurlijk zelf het antwoord op de titel. Maar het verwijst misschien ook naar de angst van menige stedenbouwkundige: kiest de zelfbouwer en masse voor de boerderette of een goedkope cataloguswoning met zo veel mogelijk binnenruimte? Of brengt de geboden bouwvrijheid onvermoede creatieve talenten naar boven?

Pagina's