Foto: Hans van der Vliet
In 2024 woonden bijna 12.000 huurders van corporatiewoningen in een sociale huurwoning, terwijl zij (mede)eigenaar waren van een koopwoning. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Zo'n 1.200 hebben twee woningen of meer. Enkelen hebben er zes en in uitzonderlijke gevallen tien of meer. Het CPB spreekt van een ‘bijzondere vorm van scheefwonen’, die haaks staat op de kerntaak van woningcorporaties: betaalbare huisvesting voor mensen met een lager inkomen.
Deze vorm van scheefwonen is corporaties ook al tijden een doorn in het oog. Zo onderzocht Eigen Haard jaren geleden al mogelijke fraude bij een aantal huurders en is Ymere-bestuursvoorzitter Erik Gerritsen een fel pleitbezorger van meer regels op dit gebied. Een inkomenstoets doen corporaties eenmaal aan de voorkant, en nadat het huurcontract is getekend niet meer. Inkomens kunnen stijgen en vermogens toenemen, de corporaties komen daar niet achter. Daarvoor is hulp van het Kadaster nodig en van de Belastingdienst. En een wetswijziging, want corporaties mogen geen vermogenstoets doen. Zolang dat niet gebeurt, zijn de corporaties afhankelijk van bijvoorbeeld tips van buren om erachter te komen dat een huurder ook huizen bezit en verhuurt.
Maar ook als corporaties weten dat een huurder woningen bezit en verhuurt, kunnen ze een huurder er niet zomaar uitzetten. Dat is wettelijk niet toegestaan. Ymere stapte in zo'n geval niet zo lang geleden naar de rechter en kreeg voorjaar 2025 gelijk van de rechter. “Huurbescherming heeft niet tot doel diegenen te beschermen, die geen of minder bescherming behoeven”, aldus de kantonrechter toen. Voor het CPB was die uitspraak aanleiding om om te kijken hoe vaak deze praktijk voorkomt.
Amsterdam
De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) zegt in een reactie dat corporaties inderdaad met regelmaat huurders aantreffen die een of meerdere woningen op hun naam hebben staan. Hoe vaak het in Amsterdam exact voorkomt, is volgens de AFWC niet te zeggen, aangezien de federatie alleen kan afgaan op de gevallen die de corporaties tegenkomen. Dat zijn er per corporatie enkele per jaar. "Bij een enkele woning kan er ook sprake zijn van een erfenis of mede-eigenaarschap van een woning waar een ex-partner in woont", aldus de AFWC.
"De hoogste prioriteit voor corporaties zijn daarom situaties waarbij huurders meerdere woningen op hun naam hebben staan. Bij meerdere woningen is er sowieso sprake van opzet en een financieel verdienmodel. Het is daarbij al helemaal onacceptabel als de hoofdhuurder niet in zijn/haar sociale huurwoningen verblijft maar deze voor een vaak hoge prijs onderverhuurt."
Handhaven is momenteel enkel mogelijk als de hoofdhuurder niet zijn of haar hoofdverblijf op de sociale huurwoning heeft, maar deze onderverhuurt. Dan kan op grond van illegale onderhuur de woning teruggevorderd worden. (ND)