"Betaalbaarheid en doorstroming zijn nu de grote thema's"

Exit-interview: Freek Ossel vraagt Den Haag ruimte voor lokaal beleid
"Betaalbaarheid en doorstroming zijn nu de grote thema's"

Freek Ossel, de Amsterdamse wethouder Wonen Freek Ossel stopt ermee. In zijn bestuursperiode nam de druk op de Amsterdamse woningmarkt verder toe. In Den Haag vond hij de laatste jaren weinig gehoor. Hij pleit nog eenmaal voor maatwerk voor steden als Amsterdam en Utrecht. “We moeten meer ruimte krijgen voor lokaal beleid.”

Freek Ossel
Freek Ossel (59) volgde in 2007 Henna Buyne op als wethouder Werk en Inkomen. In 2008 nam hij tussentijds de portefeuilles Wijkaanpak en Koers Nieuw-West over van de afgetreden Tjeerd Herrema. In het huidige college beheert Ossel de portefeuilles Wonen en Wijken, Armoede, Openbare Ruimte en Groen, Programma Maatschappelijke Investeringen (PMI), Koers Nieuw-West, Zeehaven en Westpoort. Voor zijn wethouderschap werkte Ossel vijf jaar als zelfstandig adviseur voor strategisch advies en coaching. Van 2000-2003 werkte hij bij de Bestuursdienst Amsterdam als directeur sector maatschappelijke, economische en culturele ontwikkeling.

“Hoogleraren, architecten en topmannen uit het bedrijfsleven worden de stad uitgejaagd,” berichtte De Telegraaf in de zomer van 2010. De schuldige: Freek Ossel, de kersverse wethouder Wonen. Een rustige zomer zat er voor hem niet meer na de volledige wasbeurt van de wakkerste krant van Nederland.
De aanleiding? In juni 2010 had de gemeente alle eigenaren van pied-à-terres op barse toon opgedragen de woning bij leegstand te gaan bewonen of te verhuren, op straffe van forse boetes.  
“Daar word je een grote jongen van”, meldt hij achteraf laconiek. “Maar er zat ook een goede kant aan. Het maakte mij wel duidelijk dat er iets niet goed zat bij de handhaving. Daar hebben we nu veel meer grip op. Die afdeling werkt nu planmatiger en met veel meer rendement. En: we hebben een regeling gemaakt voor tweede woningen.”

Ossel neemt na de verkiezingen afscheid van de politiek. Hij laat nog zoiets als een politiek testament achter, in samenwerking met zijn PvdA-college Isabella uit Utrecht. Beide universiteitssteden worstelen met een enorme druk op de woningmarkt. Ossel een Isabella hebben Den Haag voorgesteld de beide steden de ruimte te geven om met maatwerkregelingen de doorstroming te bevorderen. Zij willen gedurende vijf jaar experimenteren met tijdelijke huurcontracten voor starters, flexibele huren voor lage middeninkomens en soepeler toepassing van wetgeving voor de basiskwaliteit. Maatregelen om de doorstroming te verbeteren en meer goedkope woonruimte in transformatiepanden te creëren.

De timing zal niet toevallig zijn? Net voor de verkiezingen en na de presentatie van minister Bloks novelle?
Ossel: “De verkiezingen? Ik geloof niet dat we hier meteen veel stemmen mee gaan scoren. Het debat over de novelle is natuurlijk wel belangrijk. Daar willen we echt bij zijn. Het woonveld is de laatste jaren enorm in beweging. Die novelle is een van de slothoofdstukken. De verhuurderheffing ben ik op tegen, het heeft geen zin daartegen te ageren. Wij doen in de brief juist voorstellen die kans van slagen zouden moeten hebben. Ze hebben vooral betrekking op de bestaande voorraad.
Wij bepleiten meer ruimte voor lokaal beleid. Dat is niet alleen voor ons belangrijk, maar bijvoorbeeld ook voor krimpgemeenten.”

Wat vindt u het grootste pijnpunt van die novelle?
“De voorstellen hoe corporaties DAEB- en niet-DAEB-financieringen moeten scheiden (DAEB zijn Diensten voor Algemeen Economisch Belang, in casu de bouw en beheer van sociale huurwoningen en maatschappelijk vastgoed, nvdr). Wat mij verbaast is dat de minister eerst flexibiliteit belooft en vervolgens tien hordes opwerpt voordat corporaties nog iets mogen doen. Het huidige voorstel levert alleen maar verliezers op. Corporaties kunnen nauwelijks nog gemengde programma’s of middeldure huurwoningen bouwen. Ik zou zeggen. Minister, u wilt de aansturing van corporaties meer bij de gemeenten leggen. Heb dan ook vertrouwen in die lokale overheden. De minister eist een merkwaardige dubbelrol op. Hij wil zowel de eindverantwoordelijkheid hebben als de toetsing doen.”

Amsterdam heeft een slechte lobby in Den Haag, ook bij uw eigen fractie.
De PvdA-wethouders uit de steden praten zeer regelmatig met Kamerleden, we komen ook regelmatig op de thee bij Blok. Maar feit is dat er bij de opstelling van het regeerakkoord veel is uitgeruild. Dat maakt het lastig nog invloed uit te oefenen. We zullen nu moeten zien wat er uit onze brief komt. Er is nu een gunstiger klimaat om over dit soort zaken na te denken. Ik ben er wel positief over.”
 

Deregulering

Toen u aantrad constateerde u dat de woonsector door zijn overmaat aan regels en doelgroepen behoorlijk was vastgelopen. U bent niet de eerste wethouder die van dereguleren een item maakte. Nog iets opgeschoten?
“Zeker. Met de nieuwe regels rond de woonruimteverdeling zijn we een heel eind gekomen. En we hebben ook een aantal regels verduidelijkt: rond vakantiehuur, shortstay, kamerhuur, woningdelen. Daar zijn nu duidelijke regels voor in combinatie met wat ik een revolutie in de handhaving durf te noemen. We concentreren ons nu op gerichte acties met intensieve digitale recherche.
En ik denk ook dat we met de laatste prestatieafspraken voor 2014 geschiedenis hebben geschreven. We hebben een paar simpele afspraken gemaakt, met percentages voor het minimumaanbod aan betaalbare woningen én aan woningen in het lage middensegment. Bovendien hebben we een afspraak gemaakt om een armoedeval door huurverhoging tegen te gaan.
Maar het blijkt in deze sector heel moeilijk om snel en flexibel afspraken te maken. Te meer daar het rijksbeleid de laatste jaren voortdurend in ontwikkeling is. Neem bijvoorbeeld de transformatie van zorginstellingen naar jongerenhuisvesting. Dat komt nog niet van de grond, omdat de zorginstellingen pas op de plaats maken. Enerzijds natuurlijk omdat ze zelf nog in grote onzekerheid over hun toekomst verkeren, anderzijds omdat men voor aantrekkelijke locaties in de binnenstad zelf verdienmogelijkheden ziet.”

Ondertussen is het afsprakenkader Bouwen aan de Stad uitgegroeid tot een kleine Bijbel. De onderhandelingen met corporaties en huurders gaan bovendien de hele collegeperiode maar door. Is zo’n overlegcircus wel van deze tijd?
“Klopt. Het moet simpeler. We moeten meer op hoofdlijnen met elkaar spreken, maar dan wel met nog hardere afspraken. De afspraken voor 2014 hebben we in vier gestructureerde bijeenkomsten vastgesteld. Zo kan het dus ook. De grote thema’s in de stad zijn nu doorstroming en betaalbaarheid. Daar moet het dus vooral over gaan. In dat verband vraag ik me wel af of de bestaande afspraken over verkoop van corporatiewoningen wel moeten worden gecontinueerd. We hebben weliswaar per marktgebied langjarige quota vastgelegd. Maar er is wel wat veranderd de afgelopen jaren.”

De verdienmogelijkheden van corporaties zijn er in ieder geval niet groter op geworden. Keuzes zijn onvermijdelijk. Waar legt u dan de prioriteit?
“Natuurlijk. Corporaties kunnen hun geld maar één keer uitgeven. Je moet een balans vinden tussen betaalbare huren, woningverkoop en herstructurering. Daarin leg ik uiteindelijk de prioriteit bij het doorgaan van de herstructurering.”

Er zijn nog maar zes algemene corporaties over. Is het niet simpeler met elke corporatie apart afspraken te maken?
“Daar ben ik tegen. Het is veel sterker als we gezamenlijk uitspreken: zo doen we dat in deze stad. Dat begrijpen mensen ook veel beter.”

U deelde met Van Poelgeest de verantwoordelijkheid over de woonsector. Is het niet beter daar weer één wethouder voor te benoemen, zeker nu alle betrokken diensten worden samengevoegd?
“Dat zou kunnen, maar het is geen wet van Meden en Perzen. Het is goed onderscheid te blijven maken tussen het woonbeleid in de bestaande voorraad en alles wat met grondzaken/ontwikkeling te maken heeft. Waar overlap bestond, zoals rond het actieprogramma middensegment, hebben we goed kunnen samenwerken. Het kan dus allebei.”

Welk advies geeft u uw opvolger mee?

Allereerst. Ga zo snel mogelijk aan de slag met Bouwen aan de Stad III. En probeer in Den Haag het maximale binnen te slepen van de voorstellen die we nu met Utrecht hebben gelanceerd. In zijn algemeenheid is het beter snel op kleine schaal te starten en niet voor één richting te kiezen. Laat vele bloemen bloeien, maar let wel op de effectiviteit van projecten. Ik zou ook sterk aanraden extra aandacht te houden voor de zwakke plekken in de stad. Dus doorgaan met de Focus-aanpak in combinatie met de wijkaanpak en buurtinitiatieven. Ten slotte moet er nog een enorme slag worden gemaakt rond energiebesparing in de bestaande voorraad.”