Bloemendalerpolder

Plan voor duizenden woningen tussen Amsterdam en Weesp
Bloemendalerpolder

Ondanks de crisis worden er nog grootschalige bouwplannen gelanceerd. In de Bloemendalerpolder bij Weesp moeten 2750 woningen verrijzen. De verantwoordelijkheid voor woningbouw en openbare ruimte ligt bij zes private partijen. “Geen PPS-constructies, maar ieder zijn eigen rol. Dat past beter bij de huidige tijd,” vindt gedeputeerde Tjeerd Talsma.

De ontwikkelaars van de polder
 Bij de bebouwing van de Bloemendalerpolder zijn zes private partijen actief betrokken: AM, Ymere, Bouwfonds, Van Erk Groep, Blauwhoed Eurowoningen en Van Wijnen. Delta Lloyd Vastgoedontwikkeling, zo staat in de samenwerkingsovereenkomst,  verkoopt haar grondpositie aan de leden van het consortium. Er worden minimaal 2350 en maximaal 2750 woningen gebouwd. Tien procent van de bouwproductie heeft het label ‘bereikbaar’. Het betreft koopwoningen tot een maximale prijs van 265.000 euro, starterswoningen (maximaal 225.000 euro) en sociale huurwoningen. Ymere neemt na afronding van de fusie met de Weesper woningcorporatie De Woningbouw de bouw van de sociale huurwoningen op zich.

____________________________________________

De Bloemendalerpolder blíjft een heel mooie polder, benadrukt Tjeerd Talsma, gedeputeerde bij de provincie Noord-Holland. “De woningen worden in een gordel ten noorden van Weesp gebouwd. Tweederde deel van de polder blijft groen. De Vecht-oevers krijgen geen bebouwing. De zogeheten Brediusgronden bij Muiden worden niet aangetast. En aan de kant van de A1 – de autosnelweg verschuift vanwege een aquaduct onder de Vecht naar het zuiden - komt bos en blijven de weilanden en de eendenkooi behouden.”

Jaren is er over de bebouwing van de polder gesteggeld. Talsma begrijpt dat wel. Het gaat om een kwetsbaar poldergebied met ingewikkelde eigendomsverhoudingen. Ontwikkelaars zagen rond de eeuwwisseling mogelijkheden voor de bouw van meer dan zevenduizend woningen. Tot in het parlement werd over de toekomst van de polder stevig gediscussieerd. Na lang onderhandelen hebben private grondeigenaren, het Rijk, gemeente Weesp en provincie Noord-Holland een samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst weten te bereiken over de bouw van maximaal 2750 woningen nabij het treinstation van Weesp. Het bouwrijp maken van de grond moet beginnen eind 2013.

Overheden stellen de kwaliteitseisen, maar de verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke ontwikkeling van het woongebied ligt helemaal bij private partijen. Zij zijn de komende vijftien jaar niet alleen verantwoordelijk voor de bouw van woningen, maar dragen ook de zorg voor het bouwrijp maken van de grond, de aanleg van wegen, groen en watergangen, inclusief een grote waterpartij middenin de wijk. De bouw van een sluisje maakt een vaarverbinding met de Vecht mogelijk. “Iedereen zit in de rol waar hij hoort. Zo werk ik het liefst. Het is aan de ondernemersgeest van de ontwikkelaars om tot de mooiste inrichting te komen. Ze mogen binnen bepaalde kaders zelf uitmaken wat voor woningen er worden gebouwd. Villa’s in het duurste prijssegment. Of toch meer woningen beneden vier ton. Maar het maximum is heilig. Ook hebben we een bodem in het programma gelegd. Tien procent van de productie moet sociaal bereikbaar zijn.” Hij had graag een hoger percentage afgesproken, maar daarvoor ontbrak bij de ontwikkelaars de ruimte.

Risico’s

De risico’s voor de provincie zijn gering. “Met mijn voorgangers is wel gesproken over publiek-private samenwerking. Noord-Holland zou op enig moment 75 miljoen euro meebetalen. Bij mijn aantreden april vorig jaar heb ik daar resoluut een streep door gezet. De provincie heeft na de problemen met de aanleg van het Wieringerrandmeer geleerd voorzichtiger te zijn. De Bloemendalerpolder kan worden bebouwd, maar de samenwerking moet zodanig zijn dat het risico bij de private partijen ligt. Dat was voor hen slikken. Maar zij hebben het vertrouwen dat woningbouw daar lukt.”

De constructie heeft ongebruikelijke kanten. Zo verkopen provincie, gemeenten en waterschap bijna 30 hectare grond tegen de relatief lage prijs voor agrarische grond. Na de bouwactiviteiten krijgt de provincie bijna 100 hectare ingericht groengebied voor versterking van de ecologische hoofdstructuur, recreatie en agrarisch gebruik om niet terug. Van ongeoorloofde staatssteun is volgens de PvdA-gedeputeerde geen sprake. Dat is uitvoerig onderzocht.

Talsma vindt het maatschappelijk van het grootste belang dat de bebouwing van de Bloemendalerpolder in zicht komt. “We hebben een grote woningbehoefte. Alleen al in Noord-Holland, met name in de buurt van Amsterdam, bestaat de komende dertig jaar behoefte aan 300.000 nieuwe woningen.” Hij spreekt liever niet in absolute getallen. Dergelijke prognoses zijn volgens hem sterk afhankelijk van de gebruikte modellen. Nu is de stad populair, maar dat kan over twintig jaar weer anders zijn. “Maar ook als de vraag 30 procent lager uitvalt, dan hebben we te maken met een stevige opdracht. Door de huidige crisis loopt de bouwproductie terug, dus wordt het tekort nog groter. Als we niks doen dan creëren we over twintig of dertig jaar een enorme woningnood. Komende generaties kunnen ons dan verwijten dat we eerder te weinig actie hebben ondernomen. Dat kunnen de huidige bestuurders niet voor hun rekening nemen.”

Voor overaanbod op de korte termijn is hij evenmin bevreesd. Ook al heeft Almere grootse uitbreidingsplannen en heeft Amsterdam kortgeleden besloten tot de uitbreiding van IJburg. “Provincie en gemeenten bespreken binnen de Metropoolregio Amsterdam hun bouwplannen. De gesprekken met Maarten van Poelgeest en Adri Duivesteijn verlopen in een uiterst prettige sfeer. We hebben allemaal de overtuiging dat de markt zo groot is, dat het een het ander niet hoeft te schaden. De plannen voor de korte termijn zijn heel verschillend. De ontwikkeling van het Homeruskwartier in Almere-Poort gaat een andere kant op dan de bebouwing van de Bloemendalerpolder. De groei van IJburg gaat niet zo hard. Wonen aan de rand van het Gooi is ook iets anders dan wonen op IJburg. Bovendien bekijken we de mogelijkheden om vergelijkbare woningen niet op hetzelfde moment in de markt te zetten.”