Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Interview
Ymere-baas Gerritsen:
‘Corporaties moeten niet de baas willen spelen’

‘Echt aan de wijk- en buurtinitiatieven vragen wat zij van woningcorporaties nodig hebben, komt nog niet zo veel voor. Maar daar moeten we uiteindelijk wel naartoe’, zegt Erik Gerritsen, bestuurder van woningcorporatie Ymere.

Image
Ymere-baas Gerritsen
Ymere-baas Gerritsen

In mei 2023 verscheen bij Movisie de bundel Zorgzame buurten. Daarin komt een aantal succesvolle projecten aan bod. Evenals de systemische belemmeringen die het stimuleren van dit soort initiatieven soms in de weg staan. Kort daarna vond bij woningcorporatie Ymere in Amsterdam een symposium plaats over dit thema.

Over de rol van woningcorporaties spreken we Erik Gerritsen. Hij is sinds twee jaar bestuurder van Ymere. Eerder was hij onder andere secretaris-generaal van het ministerie van VWS en bestuurder van Bureau Jeugdzorg in de regio Amsterdam. ‘De corporaties hebben nogal onder vuur gelegen. Denk aan de parlementaire enquête en daarna minister Stef Blok die de woningmarkt “af” verklaarde. We moesten als woningcorporaties toen terug naar onze kerntaken. Alles wat we daarnaast deden, moest afgebouwd worden. De politiek maakte ons zo klein dat we zelfs geen buurtbarbecues meer mochten organiseren. Daar komen we vandaan.’

‘Gelukkig zijn onze contacten met de wijken en buurten niet volledig verloren gegaan’

‘Die tijden zijn gelukkig aan het veranderen, maar we moeten het wel weer gaan zien. We hebben een eigen minister, de verhuurdersheffing is afgeschaft en volkshuisvesting staat weer meer op de kaart. Er is weer ruimte om ons ook met leefbaarheid bezig te houden.’

Waakvlam

‘De vraag is nu hoe we die ruimte gaan invullen. Gelukkig zijn onze contacten met de wijken en buurten niet volledig verloren gegaan. De wijkbeheerders en onderhoudsmonteurs die in die wijken en buurten werken, weten heus wel waar de positieve krachten zitten. Maar de afgelopen tijd stonden deze contacten wel op de waakvlam. Nu moeten we opnieuw uitvinden wat onze rol kan zijn bij het aanboren van die positieve krachten. Die beweging moeten de corporaties weer gaan maken.

Van wie dit onderwerp is, ligt een beetje in het midden. Is de gemeente of de woningcorporatie aan zet? Of toch samen? Gelukkig zien we dat de hulp- en dienstverlening zich in en rond de buurtteams organiseert en dat er zo weer een beweging naar de mensen toe ontstaat. Hiermee moeten de woningcorporaties nauwe samenwerking zoeken. Korte lijnen zijn belangrijk, uitvoerders moeten elkaars 06-nummers hebben en elkaar regelmatig spreken. Dat werkt.’

Belemmeringen

‘Een probleem voor de buurtteams is wel dat er soms formele belemmeringen zijn, zoals de AVG [Algemene Verordening Gegevensbescherming, red.], of dat ze te krap bemenst zijn om effectief te zijn. Op uitvoeringsniveau worden best vaak belemmeringen ervaren, maar die signalen bereiken soms het management niet. Terwijl die er misschien wel iets aan kunnen doen. Bestuurlijke opschaling wordt te weinig ingezet om de belemmeringen voor de uitvoering weg te werken.’

‘Vaak zetten buurtteams de verkeerde professionals in’

‘Maar vaak zetten buurtteams ook de verkeerde professionals in. Als corporaties kunnen wij in ieder geval binnenkomen, dat is onze speciale positie. Wij kunnen achter de voordeur komen om heel andere redenen dan zorg of overlast. De dingen die we dan zien, kunnen we doorspelen aan andere partners. Onze medewerkers kunnen de ogen en oren zijn.

Maar als we dan op een zorgmijder stuiten en met een hulpverlener op huisbezoek gaan, vraagt deze hulpverlener: “Hebt u een hulpvraag?” Als het antwoord “nee” is en de hulpverlener weer weggaat, dan zijn we nog niks opgeschoten. Dit moeten we open bespreken met de bestuurders van de buurtteams. In moeilijke situaties moeten natuurlijk wel de beste mensen ingezet worden, de Champions League onder de hulpverleners. Bij de buurtteams is dus ook nog wel het een en ander te doen, maar de beweging is absoluut gaande.’

Gemeenschapsontwikkeling

‘Misschien is het nog wel belangrijker dat we als woningcorporaties weer contact gaan zoeken met het levendige verenigingsleven dat in wijken en buurten vaak aanwezig is. En ook met buurtondernemingen en dat soort initiatieven. Met deze groepen moeten we ons meer gaan verbinden en daar moeten we echt serieus werk van maken. Ook omdat deze initiatieven vaak een wat wiebelig bestaan leiden vanwege de afhankelijkheid van vrijwilligers of omdat ze door gemeenten ineens gedwongen worden om mee te doen aan ingewikkelde aanbestedingsprocedures.’

‘Zelfs knetterlinkse colleges organiseren aanbestedingen omdat ze denken dat dit moet’

‘Maar aanbestedingen zijn voor dit soort initiatieven natuurlijk dodelijk. Zelfs knetterlinkse colleges organiseren aanbestedingen omdat ze denken dat dit moet. Maar dat is helemaal niet zo; waar staat dat dan? Je kunt dat als gemeente ook heel anders regelen, met subsidies bijvoorbeeld. Wat Den Haag zou kunnen bijdragen, is nog meer benadrukken dat gemeenten helemaal niet hoeven te tenderen. Dat financiering ook anders kan en dat dit een keuze van de gemeente is. Maak je niet te afhankelijk van de ministeries.

Wij zijn erg trots op De Eenhoorn in Amsterdam-Oost. In een complex met driehonderd appartementen wordt een flink deel bewoond door cliënten van zorginstelling Philadelphia. Dat complex hebben we zo gebouwd dat gemeenschapsontwikkeling er bevorderd wordt. Wij ondersteunen dat ook actief met community builders, een vak op zich trouwens ‒ eigenlijk het oude opbouwwerk. Die moeten het niet overnemen ‒ een fout die we vaak maken ‒ maar mogelijk maken. Ze moeten “actief op hun handen zitten”, en soms juist wel nadrukkelijk aanwezig zijn. Vanzelf gebeurt dat maar zelden. Dit doen we bij nieuwbouwprojecten ook zo. Daar laten we de toekomstige bewoners vooraf met elkaar kennismaken. We bouwen zo dat je elkaar wel moet tegenkomen, de tuinen zijn gemeenschappelijk en er zijn ook gemeenschappelijke ruimten in het gebouw.’

Buurtinitiatief

‘Red Amsterdam-Noord is een mooi voorbeeld waar corporaties en de initiatiefnemers hiervan met elkaar in gesprek zijn geraakt. Toen ik daar was, wezen ze me op Flora 4 Life, een buurtinitiatief in Floradorp. Die wilden de band met Ymere weer aanhalen, dus ze nodigden me uit. Ik ging ernaartoe en ondanks het feit dat ik in mijn leven al best veel krachtige initiatieven heb gezien, was ik zeer onder de indruk van wat ze allemaal doen. Zo organiseren ze bijvoorbeeld ook de voedselbank. En als mensen zich schamen, brengen ze de producten bij de mensen thuis. Met elektrische voertuigen organiseren ze transport voor doktersbezoek of andere zaken. Ze knappen tuinen op en de arbeid is gratis. Ze organiseren uitjes voor kinderen en ouderen en doen ook klussen in onze woningen. Zeer indrukwekkend allemaal.

Leren balanceren

Erik Gerritsen: ‘Kijk eens op de website van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners, lsabewoners.nl. Daar staan honderden succesvolle voorbeelden van hoe mensen samen verantwoordelijkheid nemen voor hun buurt. Vaak tegen de stroom in en omdat er bijzondere mensen bij betrokken zijn die elkaar hebben gevonden. De uitdaging is dat we voorkomen dat dit weer institutionaliseert, dat je het levensvatbaar houdt en ook niet afhankelijk raakt van de toevallige vrijwilligers waarop dit soort projecten drijven. Dat is behoorlijk balanceren, en dat moeten we leren.’

Toen bleek ook dat er veel oud-vaklui bij betrokken zijn, die echt wel weten wat ze doen. Misschien kunnen die ook wel iets betekenen in het energiezuiniger maken van onze woningen, dacht ik gelijk. We kampen immers met personeelstekorten... Misschien kunnen we daar ook weer een mooie combinatie maken met jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs. Misschien kunnen ze dan vier dagen werken en één dag naar school en kunnen we ze het perspectief bieden dat ze uiteindelijk servicemonteur bij Ymere kunnen worden. Wat is er mooier dan dat?

Dit is nu allemaal nog in het beginstadium. We zijn op dit moment aan het onderzoeken wat daar allemaal zou kunnen en wie we daar nog meer bij kunnen betrekken.’

Duurzame partnerschappen

‘Op het moment dat ik daar was, waren we toevallig ook met een flinke opknapbeurt bezig in Floradorp. “Daar zijn jullie zeker wel blij mee?” vroeg ik. Want dat is toch ook mooie pr voor ons. Toen werd het even stil.’

‘De les is dat we ons als verhuurders veel structureler moeten verbinden met dit soort buurtinitiatieven’

‘Na een tijdje kreeg ik wel de complimenten over onze communicatie in het begin van het project, met een mooi begrijpelijk boekje en zo. Daar was veel aandacht aan besteed. Maar toen de uitvoering begon, ontstonden er natuurlijk vragen en bleek iedereen weer moeilijk bereikbaar. Dat was frustrerend.

We slagen er dus in om zoiets waar de mensen eigenlijk blij van zouden moeten worden toch een minder positieve bijsmaak te geven. Zonde! De les is dus dat we ons als verhuurders veel structureler moeten verbinden met dit soort actieve buurtinitiatieven. Die ook tijdens zo’n proces veel kunnen betekenen, want natuurlijk komen er dan ook vragen over tocht, schimmel en andere zaken naar boven.

Die zelforganisaties struggelen trouwens vaak ook om op de langere termijn te kunnen blijven bestaan, want structurele financiering is er meestal niet. Daarom moeten we met dit soort initiatieven duurzame partnerschappen aangaan. Die verbindingen werken naar beide kanten heel positief, maar we moeten als corporatie natuurlijk niet de baas willen gaan spelen. Want dan werkt het niet meer.’

Uiterlijk vertoon

‘Het lastige is dat er vaak ook gedoe ontstaat in dit soort grote samenwerkingsverbanden tussen zelforganisaties en de meer formele organisaties. Dan lopen de contacten vast of worden ze uiteindelijk zelfs verbroken. Dat is een bekend fenomeen, maar het is ook erg zonde.

Afgelopen weekend las ik nog een stuk van Nanke Verloo van de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft veel over participatieprocessen. Verloo beschrijft heel mooi hoe met de beste intenties de vernieuwing vaak vooral verbaal blijft. Uiterlijk vertoon. In essentie koloniseert de systeemwereld toch vaak de leefwereld. Echt durven om de logica om te draaien en aan de wijk- en buurtinitiatieven vragen wat zij van ons nodig hebben, komt nog niet zo veel voor. Dat is een uitdaging. Maar daar moeten we uiteindelijk wel naartoe.’

Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken

Marc Räkers

Marc Räkers is verbonden aan Eropaf!