Actuele cijfers over de ontwikkeling van de woningvoorraad in de Metropoolregio Amsterdam.
In de MRA worden de volgende deelregio's onderscheiden: Zaanstreek/Waterland, Almere/Lelystad, IJmond, Zuid-Kennemerland, Amstelland-Meerlanden, Gooi en Vechtstreek en Amsterdam.
Aantal woningen per 1 januari 2026: 1.250.455
Dezelfde gegevens als in bovenstaande grafiek maar dan gerubriceerd naar eigendom:
Meer gegevens over de samenstelling van de woningvoorraad per gemeente zijn te vinden op het Dashboard Metropoolregio van de afdeling Onderzoek en Statistiek van Amsterdam.
In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zijn in 2024 ruim 14 duizend nieuwbouwwoningen opgeleverd en enkele duizenden toegevoegd via transformatieprojecten en andere initiatieven. Rekening houdend met alle mutaties inclusief sloop kwamen er per saldo 14.200 woningen bij. Nog altijd kwam een fors deel van deze woningproductie uit Amsterdam (42%), maar ook in andere steden in de regio werd flink doorgebouwd. Dat blijkt uit een NUL20-analyse van recente CBS-cijfers. Na Amsterdam was Zaanstad vorig jaar de grootste bouwer. Daar verdubbelde de productie naar 1.821 woningen. In Almere bleef de woningbouw nagenoeg constant (1.701 nieuwe woningen). Na Almere volgt Haarlem met 1.179 woningen, flink minder dan in 2023 (1.518).
Belangrijke trends
-
Wonen in de regio Amsterdam blijft voor veel bewoners onveranderd duur. Tussen 2017 en 2023 raakte de verdeling van inkomens en woningmarktsegmenten uit balans door een duurder wordende woningvoorraad. Tussen 2023 en 2025 wordt deze mismatch niet groter, wel blijven de inkomens en woningmarktsegmenten uit balans.
-
Zo zijn er in 2025 net als in 2023 veel meer huishoudens met een laag inkomen (44%) dan woningen die voor deze groep betaalbaar zijn (36%). Deze groep is vrijwel uitsluitend aangewezen op sociale huurwoningen. Het aandeel corporatiewoningen daalde licht, van afgerond 33 procent naar 32 procent van de woningvoorraad.
-
Er zijn ook meer huishoudens met een middeninkomen (15%) dan voor deze groep betaalbare woningen (12%). Tegelijkertijd zijn er nog altijd meer dure woningen (52%) dan huishoudens die zich deze woningen kunnen veroorloven (41%).
-
De groei van de particuliere huursector is gestopt. Belangrijke oorzaak van deze trendbreuk is de verkoop van particuliere huurwoningen aan eigenaar-bewoners. Het aandeel huurwoningen daalde iets (van 53% naar 52%) en daarbinnen groeit alleen het dure segment. Middenhuurwoningen waren al schaars en zijn nog iets schaarser geworden. De koopsector groeide wel, na jaren van afname.
-
Huurders zijn in 2025 gemiddeld 27% van hun netto-inkomen kwijt aan de huur van hun woning, na aftrek van eventuele huurtoeslag. Dat is ongeveer evenveel als in 2023. Eigenaren van koopwoningen betalen gemiddeld 16% van hun inkomen aan hypotheek, na verrekening van belastingaftrek. Huishoudens die in de afgelopen twee jaar een woning hebben gekocht, zijn een veel groter deel van hun inkomen kwijt aan hypotheek: gemiddeld 25%. De gemiddelde bruto hypotheeklasten van deze huishoudens liggen met € 1.725,- ook aanzienlijk hoger dan in 2023. Naast de traditionele hypotheek maakten zij vaker dan gemiddeld gebruik van een schenking, overwaarde, spaargeld of een familiehypotheek om de woning te financieren.
-
In de sociale huursector is de gemiddelde woonquote gedaald en hebben minder huurders een hoge woonquote (= meer dan 40% van het inkomen kwijt aan woonlasten). In de middenhuur en dure huur nam het aandeel huishoudens met een hoge woonquote juist licht toe en hebben veel meer huurders een hoge woonquote.