Eilandgevoel op voormalig industrieterrein

Cruquiusgebied in Oost verandert in nieuwe stadswijk
Eilandgevoel op voormalig industrieterrein

Het Cruquiusgebied in Oost verandert in de komende jaren in rap tempo van karakter. Het rommelige schiereiland van weleer wordt een nieuwe Amsterdamse wijk waar wonen en werken samen moeten gaan. Niet de gemeente, maar Amvest trekt de gebiedsontwikkeling.

Niet iedere Amsterdammer zal precies weten waar het Cruquiusgebied ligt. Het L-vormige schiereiland ligt tussen de Indische Buurt en het Oostelijke Havengebied. In dat havengebied is de transformatie tot woongebied al in de jaren negentig van de vorige eeuw gestart. Nu is de beurt aan deze rommelige zone, die lang het domein was van wijnterminals, een betonfabriek en een afvalpunt waar inwoners van Oost hun grofvuil kwijt konden.
Voor wie het gebied wel kent, geldt het opvallend frisse, aluminiumkleurige bedrijfsverzamelgebouw aan het water van de Entrepothaven al langere tijd als voorbode van de vernieuwing. Recenter kwam The Harbour Club, aanvankelijk niet tot ieders genoegen, daar bij.
Het Cruquiusgebied moet een wijk worden waar zowel wordt gewerkt als gewoond. Amvest is half november begonnen met de bouw van de eerste twee woonblokken met appartementen; de eerste paal van nog eens twee woongebouwen gaat de grond in op het moment dat de vergunningen rond zijn. In deze eerste fase gaat het om tweehonderd woningen naar ontwerp van architectenbureaus Geurst en Schulze en Rietveld Architects. Half over het water komt een kantoorgebouw waar Amvest zelf naartoe verhuist.

Meebewegen

Start bouw Kopgebouw eindelijk aanstaande
Een oude wijnterminal werd er, na fel verzet, voor gesloopt. Sindsdien ligt het stuk grond naast de rij verbouwde pakhuizen aan de Zeeburgerkade braak. Op een randje hebben buurtbewoners een moestuintje gemaakt. Maar dat zal moeten wijken voor het Kopgebouw, het laatste echt grote gebouw van het Oostelijke Havengebied. De bouw heeft jaren op zich laten wachten. In 2008 presenteerde HBB Groep samen met het inmiddels failliete Amplan een ontwerp voor het Amsterdam City Harbour Hotel met 235 kamers, ruimte voor long stay, een restaurant en een café. Mulderblauw architecten tekende voor een gebouw dat aan het water als een toegangspoort naar de jachthaven oogt en aan de Th. Van Lohuizenlaan als twee aparte blokken, doordat een deel van het gebouw transparant is. Projectontwikkelaar Evelien Houwer van HBB Groep, die het hotelgebouw nu met Fris Groep Amsterdam ontwikkelt, verwacht dat de bouw in het eerste kwartaal van 2016 kan beginnen. Ze wil nog niet kwijt welke partij het hotel gaat exploiteren.
Volgens Houwer is de reden van de vertraging dat omwonenden jarenlang geprocedeerd hebben. “Het heeft heel lang geduurd door de procedures die Red het Blauw, een groep omwonenden, tot aan de Raad van State heeft gevoerd. Dat ging vooral om de jachthaven, die onlangs gerealiseerd is. Eind 2013 is daar pas uitsluitsel over gekomen.” Houwer denkt dat het verlenen van de vergunningen door de gemeente op korte termijn geregeld is. “Wij hopen dan ook een bijdrage aan een levendige buurt te leveren. Veel omwonenden hebben ons laten weten dat ze ook wel wat meer reuring in hun omgeving willen.”

Pas toen Albeton vertrok, kwam de weg vrij voor woningbouw. Want in de buurt van een betonfabriek mag niet worden gewoond. Amvest, de grootste grondeigenaar op het schiereiland, heeft de verplaatsing naar het Westelijke Havengebied betaald. De strook langs de Entrepothaven - tegenover het Borneo-eiland - wordt in de komende vijf jaar bebouwd, zegt Heleen Aarts, directeur gebiedsontwikkeling van Amvest. Op het vrijgemaakte stuk eiland komen duurzame woongebouwen met verschillende hoogtes en rooilijnen. Aarts wil in het gehele gebied dat Amvest in de komende tien jaar ontwikkelt een gevarieerd aanbod van soorten woningen neerzetten. Niet alleen vrije sector huurwoningen, maar ook grondgebonden koopwoningen voor gezinnen en kleinere stadsappartementen voor starters. Mogelijk een deel binnen de sociale huursector. Zo heeft Amvest samen met huurder The Harbour Club bij het stadsdeel een initiatief ingediend om niet alleen het restaurant een permanente status in het gebied te geven, maar ook kleine appartementen toe te voegen. Stadsdeel Oost moet dat ingediende initiatief nog beoordelen.
Het stadsdeel toetst niet alleen. Oost heeft, naar goed Amsterdams gebruik, erop aangedrongen ook een deel in het goedkope segment te bouwen.
Stadsdeelbestuurder Thijs Reuten: “Het is niet alleen van belang een goede mix te hebben, maar ook om na te denken over nieuwe manieren van wonen. Bijvoorbeeld door kleine goedkope privé-eenheden te bouwen met een collectief deel. Of generatiewoningen. Ik denk dat de manier waarop we in de toekomst willen wonen, sterk gaat veranderen.” Aarts vindt variëteit en betaalbaarheid ook van belang. Volgens haar is er al veel belangstelling voor alle soorten woningen.
Hoewel in de komende jaren tempo gemaakt wordt met de woningbouw – met in de helft van de plinten kantoren en horeca – blijft het idee van ‘organische ontwikkeling’ overeind. Dat is volgens Aarts niet zozeer een restant van de crisis, maar een gegeven in een binnenstedelijk gebied met meerdere grondeigenaren. “Ook als we het zouden willen, is het niet realistisch om in een bestaand gebied in één keer alles te plannen. Iedere eigenaar bepaalt zelf of en wanneer hij iets wil veranderen.” Bovendien biedt die aanpak de mogelijkheid in te spelen op toekomstige woonwensen.

Eilandgevoel met boardwalk

Er is Amvest veel aan gelegen de openbare ruimte aantrekkelijk te maken, ook voor de eerste lichting bewoners. De artist impressions van de eerste woonblokken beloven binnenhoven en een parkje in het midden van het eiland. Daar blijven ook enkele historische gebouwen staan die een publieke functie krijgen (zie kader). “Voor de openbare ruimte hebben we inspiratie opgedaan in Scandinavië waar de relatie met het water vaak veel directer is dan in Nederland”, aldus Aarts. “De kades in Amsterdam zijn vaak heel hoog. In de Entrepothaven komt een boardwalk in het water te liggen.” Bovendien wordt het eilandgevoel in het hart van het Cruquiusgebied versterkt door de bestaande insteekhaven. “Dan heb je naar beide kanten toe zicht op het water.”
Amvest overlegt met andere grondeigenaren en stadsdeel om de openbare ruimte tot een eenheid te maken. “Warme kleuren en gemakkelijk toegankelijk”, aldus Aarts. Buro Lubbers is verantwoordelijk voor het ontwerp, waarin ook aandacht moet zijn voor biodiversiteit.

Spelregels

Het is in Amsterdam niet vanzelfsprekend dat bij de ontwikkeling van een gebied de grondeigenaren in de lead zijn. Meestal is het de gemeente die bedrijven uitplaatst en de grond bouwrijp maakt. Nu ontwikkelen de grondeigenaren het gehele gebied. Van uitplaatsing van een bedrijf als Albeton tot de openbare ruimte en het bestemmingsplan. In ruil voor die verantwoordelijkheid krijgen zij meer vrijheid bij de invulling van het gebied. De partijen moeten zich aan een beperkt aantal spelregels houden.
Maar initiatieven worden wel door het stadsdeel getoetst, benadrukt Reuten. Dat geldt voor de nieuwbouwplannen van Amvest, maar ook voor plannen van andere eigenaren van voormalige bedrijfs- en fabrieksgebouwen. Van initiatiefnemers wordt gevraagd actief met betrokken bedrijven of omwonenden in gesprek te gaan. Aarts heeft daar positieve ervaringen mee: “Ik denk dat we daardoor uiteindelijk een beter plan hebben gekregen. We hebben niet één zienswijze gehad op het bestemmingsplan.”
Zo hebben gesprekken met de betrokkenen uit de buurt en de gemeente geleid tot meer afwisseling in de hoogte en ligging van de gebouwen. Ook de samenwerking met de gemeente is Aarts goed bevallen, hoewel de procedures door het opheffen van de stadsdelen langer hebben geduurd dan zij had gewild.

Voorzieningen

Insulindehuisje blijft behouden
Het zogenoemde Insulindehuisje midden op het schiereiland, wordt gespaard. Het geelkleurige gebouwtje in chaletstijl was woonhuis annex kantoor van de in 1913 opgerichte NV Oliefabrieken Insulinde, die op Java klapperolie won. Het gebouw verkeert in zeer slechte staat. Het tegeltableau van het bedrijf is nog te zien, maar veel andere originele details zijn in de loop der jaren verdwenen. Het historische pandje wordt volgens Heleen Aarts van Amvest met nieuwe materialen herbouwd. Ook het pompgebouw en het ketelhuis blijven behouden.

Amvest is niet alleen ontwikkelaar, maar ook belegger. “Wij blijven minstens twintig tot dertig jaar betrokken in dit gebied. Daarom willen we dat dit ook dan nog een prettige buurt is om te wonen,” zegt Aarts.
Toch lijkt een risico van de gekozen aanpak dat publieke functies, zoals scholen, een restcategorie worden. “Je wilt niet dat er één kavel overblijft waar die voorzieningen nog even geregeld moeten worden,” zegt Reuten. “Het is een taak voor de gemeente om daar op te letten en met de eigenaren afspraken over te maken.”
Het voornemen is flexibel mee te bewegen met de ontwikkelingen in de wijk. Reuten: “Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat kinderen aanvankelijk goed terechtkunnen op basisscholen in het Oostelijke Havengebied of de Indische Buurt. Maar dat kan veranderen als de wijk groeit. Daar moeten we wel nu al het gesprek over voeren.” Hetzelfde geldt voor winkels en een supermarkt. Een tandarts en huisarts hoopt men wel in een vroeg stadium te verleiden zich in het gebied te vestigen.

 

Spelregelkaart werkt niet overal
Net als in het Cruquiusgebied gold voor de herontwikkeling van het Zeeburgerpad aanvankelijk ook een aanpak met spelregelkaart. Onder invloed van woonbootbewoners en ondernemers uit de buurt is stadsdeel Oost van gedachten veranderd. De bewoners hebben de bouwhoogte van de nieuwbouw aan de overzijde van de straat aangevochten. De Raad van State heeft het bestemmingsplan daarop gedeeltelijk afgekeurd. Volgens stadsdeelbestuurder Thijs Reuten is dat niet de enige reden om meer greep op de ontwikkelingen te willen hebben. “Het Cruquiusgebied is veel meer één gebied en daar heeft het werken met een spelregelkaart goed gewerkt. Het Zeeburgerpad is veel langgerekter en kent op ieder stukje een andere context. Het lijkt verstandiger de herontwikkeling van die strook intensiever te begeleiden.” In overleg met alle belanghebbenden gaat nu gewerkt worden aan een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan waarin de bouwmogelijkheden preciezer worden vastgelegd.