Top
Nieuwe colleges in de MRA continueren grotendeels bestaand woonbeleid
Een nieuw college, hetzelfde geluid?

Medio juli hadden ook de laatste gemeenten in de regio Amsterdam een nieuw college. De nieuwe wethouders konden bijna gelijk op reces. Hun nieren moeten dus nog worden geproefd. Maar op basis van de coalitieakkoorden valt op te maken dat veel ingezet beleid wordt gecontinueerd. De woningnood heeft topprioriteit.

Image
Beleidsplannen covers collage
Een aantal coalitieakkoorden (Pdf-bestanden zijn ter download beschikbaar onderaan dit artikel).

Amsterdam was er dit keer snel bij, maar zo’n vier maanden na de verkiezingen hadden ook de hekkesluiters in de regio Amsterdam hun colleges rond. Moeizaam ging het onder andere in Almere, waar formateur Henk Jan Meijer uiteindelijk een zevenpartijencoalitie bij elkaar sprokkelde. Zonder PvdA, GroenLinks en verkiezingswinnaar PVV (5 zetels), maar mét Leefbaar Almere. Vier wethouders kwamen terug van het vorige college, dat kort tevoren nog was afgetreden vanwege de miljoenentekorten bij de Floriade.

Lokale partijen deden goede zaken. In sommige gemeenten haalden wel vier lokale partijen de kiesdrempel. Behalve in Almere lijkt de term ‘Leefbaar’ bij de lokalo’s uit de mode. In plaats daarvan circuleren nu partijnamen met Hart voor …, Goed voor …. en Actief voor ….. Maar we stuiten ook op Volendam ‘80, geen voetbalclub maar de grootste partij van Edam-Volendam. In Zaanstad kwam de lokale Partij voor Ouderen en Veiligheid (POV) als grootste uit de bus.

De noodzaak om woningen bij te bouwen is in elk coalitieakkoord terug te vinden

De opkomst van de lokale partijen leidt tot verdere versnippering van het bestuur. Colleges met zes en zeven partijen zijn geen uitzondering meer. En ondanks al die keuze was de opkomst historisch laag. Voor het nieuwe bestuur in Lelystad was dat reden om maar helemaal af te zien van een coalitieakkoord. In plaats daarvan kwam er een ‘raadsakkoord’ waar 11 van de 14 fracties mee instemden. Het nieuwe college presenteert zich apolitiek; referenties naar partijen ontbreken bij de wethouders. Oud-wethouder Adam Elzakalai (VVD) maakte overigens een transfer van Lelystad naar Amstelveen, waar hij wederom verantwoordelijk wordt voor Wonen en de luchthaven. Eerder had hij deze portefeuilles ook al in Lelystad (Lelystad Airport) en Haarlemmermeer. Een echte cityhopper dus.

Woonvisies zorgen voor continuïteit

De nieuwe regionale colleges kiezen wat betreft Bouwen en Wonen grotendeels voor continuering van eerder ingezet beleid, of het nu in Haarlem, Zaanstad, Hilversum of Almere is. Vastgestelde woonvisies worden omarmd, gemaakte afspraken (al dan niet in MRA-verband) eerbiedigd. De noodzaak om woningen bij te bouwen is in elk coalitieakkoord terug te vinden. “De huidige woningnood gaan we fors aanpakken. Het vorige college heeft reeds plannen gemaakt voor de bouw van ongeveer 1.300 woningen. Wij willen dit aantal verhogen naar 2.000”, stelt bijvoorbeeld het nieuwe college van Waterland. Ook in Haarlem wil men de woningbouw versnellen. Het streven is er dit decennium nog 10.000 woningen bij te bouwen. En ook in Almere is “het bestrijden van de woningnood een topprioriteit”.
In contrast daarmee staan de wat terughoudende teksten in het Amstelveense coalitieakkoord. Men is duidelijk geschrokken van het gemor over de vele hoogbouwprojecten die de laatste jaren vorm kregen: “Groei is geen doel op zich” meer, de standaard bouwhoogte gaat terug van 18 naar 15 meter en door een aantal hoogbouwlocaties gaat mogelijk een streep.

Aan de eerdere keuze binnen de MRA voor vooral binnenstedelijke verdichting wordt nergens getornd. De coalities zijn vrij expliciet in hun afwijzing om voor woningbouw groengebieden op te offeren of uitzichten te bederven. Dat geldt voor Zaanstad (“trots op landschappelijk karakter”) en Waterland (“landschap behouden”) even goed als voor Hilversum (“Illusiegebieden beschermen”) en Amstelveen (“De Middelpolder en de Bovenkerkerpolder houden we groen”). Haarlemmermeer en Almere hebben nog wel grote uitleglocaties. Het college van de polderstad benadrukt dat het op de huidige ontwikkellocaties de woningbouw wil versnellen maar dat er deze termijn geen energie wordt gestoken in Almere Pampus en Oosterwold 2.

Een duidelijke bijstelling in veel gemeenten is de toegenomen ambitie om tijdelijke en flexibele woonconcepten toe te voegen. Dat moet vooral helpen om ‘bijzondere doelgroepen’ met een urgente woningvraag een dak boven het hoofd te geven.  

Betaalbare woningen

Met de stijgende koopprijzen en oplopende wachtlijsten is de betaalbaarheid van woningen in nagenoeg alle Metropoolgemeenten een belangrijk thema geworden. Bezwerende zinnen als ‘een passende woning voor iedereen’ komen we veel tegen. De subsidievoorwaarden van het Rijk (voorwaarde voor impulssubsidies is 66 procent ‘betaalbare’ nieuwbouw) hebben natuurlijk ook een sturende invloed.

Van linkse gemeentebesturen in Amsterdam en Haarlem viel te verwachten dat de nieuwbouwprogrammering met 40-40-20 (sociaal-midden-duur) zou worden gecontinueerd, maar ook in bouwprogramma’s van steden als Almere, Haarlemmermeer, Hilversum en - zelfs - Amstelveen wordt nadrukkelijker ingezet op betaalbare woningbouw in het sociale en middeldure segment. Zaanstad wil bouwen met een 30-30-40-programma, Hilversum kiest voor 33-50-17 over het geheel aan nieuwbouwplannen en ‘waar mogelijk’ bij nieuwbouw de periode van gedwongen huurmatiging verlengen van 25 jaar naar 40 jaar.

Amstelveense bestuurders halen niet langer hun neus op voor de bouw van sociale huurwoningen

Amstelveense bestuurders halen niet langer hun neus op voor de bouw van sociale huurwoningen, al vindt men gemiddeld 20 procent sociale nieuwbouw wel genoeg. In totaal richt het bouwprogramma zich in Amstelveen op 66 procent ‘betaalbare’ nieuwbouw. Daar rekent men overigens ook eengezinswoningen tot 468.000 euro toe. De gemeente wil ontwikkelaars minder ruimte geven om dure huurwoningen te ontwikkelen, die nu veelal worden gelabeld als ‘hoog middensegment’ De huurgrens voor nieuwbouw middensegment is voortaan 1.194 euro.

Meer voorrangsregels

Politieke partijen willen uiteraard iets betekenen voor hun eigen inwoners. Steeds meer gemeenten komen daarom met aanvullende voorrangsregels voor de eigen bevolking, veelal gericht op starters. Ook voorrangsarrangementen voor maatschappelijke beroepen - de bekende leraar, zorgmedewerker en politieagent - breiden zich als een inktvlek buiten Amsterdam uit.

Nieuwe wetgeving geeft gemeenten de ruimte 50 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen via lokale voorrang toe te wijzen. Die ruimte wordt ook benut: “We willen de lokale ruimte bij de toewijzing van sociale huurwoningen zo groot mogelijk maken. (...) We streven ernaar om die beslissingsruimte op te rekken van 30 naar 50 procent van de vrijgekomen woningen”, aldus bijvoorbeeld het Amstelveense coalitieakkoord.
In navolging van Zaanstad staan ook meer gemeenten in de startblokken om eigen inwoners voorrang te geven op nieuwe koopwoningen, al dan niet in combinatie met bepaalde woonfinancieringsvormen. Men speelt daarbij in op de nieuwe wetgeving die voorrangsregels voor ‘sociale koopwoningen’ (tot NHG-grens) toestaat.

Fred van der Molen