Nieuwe Woningwet beperkt werkterrein corporaties

Huurders en gemeenten krijgen meer te zeggen, over minder
Nieuwe Woningwet beperkt werkterrein corporaties

De Tweede Kamer stemde in december unaniem in met de herziening van de Woningwet. Die nieuwe wet beperkt het werkterrein van, verstevigt het toezicht op en geeft gemeenten en huurders meer invloed op woningcorporaties.

Het komt niet vaak voor dat álle politieke partijen instemmen met een ingrijpende wetswijziging. Maar er waren dan ook jaren van politiek getalm, een novelle, een parlementaire enquête en talrijke amendementen en moties aan de stemming van 11 december voorafgegaan. Minister Blok honoreerde in de slotfase nog een groot aantal wijzigingsvoorstellen vanuit de Kamer, waardoor de scherpste kantjes van het aanvankelijke wetsvoorstel Herziening Woningwet werden bijgevijld.

Deze Woningwet regelt kort gezegd waarin corporaties hun geld mogen investeren, hoe zij dat beslissen en op welke wijze daarop toezicht wordt gehouden. Corporaties kunnen dankzij de laatste aanpassingen doorgaan met het bouwen van gemengde wijken in stedelijke vernieuwingsgebieden en krimpgebieden. Ook lijkt de extra administratieve ballast waarmee corporaties dreigden te worden opgezadeld, enigszins beteugeld. En er komt, anders dan de minister wilde, één onafhankelijke woonautoriteit waaronder zowel het financieel als het volkshuisvestelijk toezicht komt te vallen: de Autoriteit Woningcorporaties. De Kamer volgde daarmee unaniem de aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie. De minister blijft eindverantwoordelijk.
Als de Eerste Kamer binnenkort ook haar zegen geeft - en dat lijkt ditmaal vanwege de brede steun een formaliteit - dan kan de wet per 1 juli in werking treden.

Minister Blok stelde bij het afsluitende debat dat de sociale huisvesting ‘ver van huis’ (de titel van het enquête-rapport) was geraakt, maar nu dankzij de nieuwe wet weer thuis komt. Het risico dat corporatiebestuurders in de toekomst nog volkomen de weg kwijt kunnen raken, lijkt door de nieuwe strakke kaders inderdaad geminimaliseerd. In welke mate alle extra regelgeving en toezicht de effectiviteit van de sector belemmert, zal de komende jaren blijken.

De nieuwe wet sluit een tijdperk af dat met de ‘bruteringsoperatie’ in 1994 werd ingezet. De rol die woningcorporaties in de regio Amsterdam gaan spelen, wordt onvermijdelijk minder prominent dan zij de afgelopen decennia is geweest.

 

De nieuwe Woningwet: zo zit het

Kerntaak corporaties wordt begrensd

Het tijdperk waarin corporaties zich als grote projectontwikkelaars konden manifesteren, is per 1 juli ook formeel voorbij. In principe moeten corporaties zich alleen bezighouden met het bouwen en beheren van sociale huurwoningen voor mensen met lage inkomens. Maar in achterstandswijken en krimpgebieden mogen ze ook middeldure huur- en koopwoningen bouwen, met name als het herstructurering van eigen bezit betreft. De bouw van basisscholen en Centra voor Jeugd en Gezin blijft ook toegestaan.
Corporaties mogen zich blijven bezighouden met de ‘leefbaarheid’ van buurten, maar met mate. Het is aan de gemeente om te toetsen of deze leefbaarheidsactiviteiten passen bij de prestatieafspraken.


Splitsing DAEB/niet-DAEB alleen voor grote corporaties

Corporaties dienen hun maatschappelijke (DAEB) en commerciële activiteiten (niet-DAEB) administratief of juridisch te gaan scheiden. Maar kleine corporaties (jaaromzet < €30 miljoen) of corporaties met bescheiden commerciële activiteiten (<5% jaaromzet) mogen daarvan afzien. Dat geldt voor de meerderheid van de Nederlandse corporaties. Dat beperkt de stijging van de administratieve lasten aanzienlijk.


Huurders krijgen meer invloed

De positie van huurders wordt versterkt. Ze krijgen geen algemeen instemmingsrecht bij beleidsbeslissingen, maar kunnen wel hun veto uitspreken over fusies (uitgezonderd bij acute financiële redding) of een nieuwe bestuurder. Bovendien krijgt de huurdersvereniging/koepel het recht om een derde van de leden van de raad van commissarissen te leveren.
Huurders krijgen ook via de prestatieafspraken die gemeente, corporaties en huurders gezamenlijk maken, formeel meer invloed op de investeringsbeslissingen van corporaties. Verhuurders moeten financieel gaan bijdragen aan de professionalisering van huurdersorganisaties.
Tenslotte krijgt de zogeheten wooncoöperatie een wettelijke grondslag. Dat betekent dat de doelgroep meer mogelijkheden krijgt dan alleen huren, bijvoorbeeld op het terrein van beheer en onderhoud van de woningen en directe woonomgeving.


Gemeenten: meer te zeggen over minder

Ambitieuze wethouders zagen woningcorporaties in het verleden vaak als pinautomaat om gemeentelijke problemen op te lossen of aansprekende projecten te realiseren. Dat zit er niet meer in, nu corporaties veel minder mogen. De invloed van gemeenten wordt wel groter, door de prestatieafspraken die de corporaties met huurders en gemeenten dienen te maken. De gemeente krijgt kortom meer invloed, maar over een kleiner domein.

 

Trefwoorden: