Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Interview Jelle Beemsterboer: geen radicale koerswijzigingen onder BBB-gedeputeerde
'Straatje erbij is geen taboe'

Jelle Beemsterboer, de nieuwe gedeputeerde voor Wonen in de provincie Noord-Holland, wil naast gemeenten, corporaties en ontwikkelaars staan om de woningbouwproductie te versnellen. Vaker ‘een straatje erbij’ is voor hem geen taboe, maar het leeuwendeel van de toekomstige bouwproductie zal toch op grootschalige locaties gestalte moeten krijgen.

Image
Jelle Beemsterboer: “Als ik het nieuwe kabinet mag adviseren: zet vooral in op de bouw van sociale huurwoningen.”

Het programma van BBB, VVD, PvdA en GroenLinks borduurt voort op de afspraken van het vorige provinciebestuur. Tot en met 2030 zullen er in de provincie Noord-Holland 184.000 nieuwe woningen moeten worden gebouwd. “Dat aantal is niet veranderd”, aldus BBB-gedeputeerde Jelle Beemsterboer, “maar wij willen de komende vier jaar wel meer vaart maken met de bouw van nieuwe woningen, ondanks de complexe markt van dit moment.” 

'Het is de taak van de provincie om de woningbouwproductie aan te jagen'

Hij wil daarbij afrekenen met het beeld dat juist de provincie voortdurend bouwplannen tegenhoudt. “We staan naast gemeenten, ontwikkelaars en woningcorporaties om de bouw van nieuwe woningen te versnellen. De nood is enorm. We kennen allemaal de schrijnende voorbeelden van kwetsbare ouderen die geen passende woning kunnen vinden. Of denk aan mensen waarvan de relatie is stukgelopen en die noodgedwongen nog tijdenlang bij elkaar wonen. Jonge mensen verblijven bij hun ouders of stellen een volgende stap in hun leven uit, omdat ze geen eigen woonplek kunnen vinden. Al die mensen moeten erop kunnen rekenen dat we ons uiterste best doen om het woningtekort te bestrijden; we kunnen het ons dus niet meer permitteren dat in Noord-Holland een woningbouwproject vertraging oploopt of misschien helemaal niet doorgaat. En daar zullen we met elkaar - provincie, gemeenten, ontwikkelaars, woningcorporaties - aan moeten werken, want zonder goede samenwerking lukt dat niet.”

'Mijn deur staat open'

Beemsterboer is nog maar een paar maanden bezig. Het beleid moet zich nog uitkristalliseren. Afgelopen najaar heeft hij de 44 wethouders van wonen in zijn provincie een brief gestuurd. Daarin worden zij opgeroepen zich bij hem te melden als regels van provincie of het Rijk in de weg zitten. “Ik zie het als een taak van de provincie om onze woningbouwproductie aan te jagen, waar mogelijk knelpunten weg te nemen en partijen met elkaar te verbinden. Ook persoonlijk wil ik graag bijdragen aan het vinden van de juiste oplossingen; bij mij staat de deur wagenwijd open om met elkaar het gesprek aan te gaan.” Ook kiest hij partij in de discussie over steun van het Rijk in de strijd tegen de woningnood. “Alle politieke partijen moeten zich zorgen maken over de woningnood. Ook het nieuwe kabinet zal daar volop moeten inzetten. En als ik ze dan mag adviseren: zet vooral in op de bouw van sociale huurwoningen en maak een verdubbeling naar de bouw van 30.000 sociale huurwoningen per jaar mogelijk.” 

Stevig budget

Kan de provincie ook meer geld op tafel leggen? “In het coalitieakkoord is een stevig budget voor wonen opgenomen, omdat we extra woningbouw heel belangrijk vinden. Het is niet voor niks het eerste hoofdstuk in ons coalitieakkoord, maar dat budget wil ik pas inzetten als vaststaat dat onze bijdrage doeltreffend is. Daarbij stellen we duidelijke eisen aan de programmering: een derde deel sociale huur en in totaal twee derde betaalbare woningbouw. Wellicht zijn uitzonderingen mogelijk, als een plan al ver is gevorderd of als een gemeente kan beargumenteren waarom er op een bepaalde plek minder sociale huur wordt gebouwd, maar in de basis zullen we streng zijn.” 

Overal een straatje erbij?

Het EIB vindt dat provincies in de strijd tegen het woningtekort aan de randen van steden en dorpen veel meer ruimte moeten bieden om ‘een straatje erbij’ te bouwen. Als de provincie zonder veel bureaucratie de toevoeging van maximaal vijftig woningen per kern zou toestaan, dan kunnen er alleen al in Noord-Holland 220.000 woningen worden bijgebouwd. Daarbij wordt door het EIB gepleit voor een einde aan de aanwijzing van delen van de provincie tot bijzonder provinciaal landschap. “Als we ervan uitgaan dat onze nationale woningvoorraad van 7,8 miljoen woningen met zo’n 13 procent moet groeien, dan begrijp ik die redenering wel. Die groei vraagt betrekkelijk weinig extra bouwgrond.

'Op  zo’n in onbruik geraakt boerenerf kunnen één tot drie woningen worden gebouwd'

Ook ik denk dat we alle dorpen en kernen wat vaker ruimte kunnen bieden voor extra woningbouw, maar we verlangen wel dat gemeenten alleen naar landelijk gebied kijken die geen stempel 'Bijzonder Provinciaal Landschap' hebben." Alleen in specifieke gevallen kan daar volgens hem van worden afgeweken. "Maar denk erom: 'een straatje erbij’ zal altijd aan onze voorwaarden moeten voldoen. We bouwen in onze provincie op duurzame, natuurinclusieve wijze. Elke uitbreiding zal goed moeten worden ingepast in de omgeving en water en bodem zijn sturend. Gemeenten kunnen daar niet aan voorbij gaan. En dat willen ze overigens ook niet.” 

Grote bouwlocaties

In het collegeprogramma wordt nog een andere bouwmogelijkheid specifiek benoemd: woningbouw op boerenerven. “Als agrarische bedrijven opschalen en andere stoppen, dan blijven er soms schuren leeg staan. We willen geen provincie vol met vervallen, leegstaande boerenschuren. Onze gedachte is dat op zo’n in onbruik geraakt erf één tot drie woningen kunnen worden gebouwd. Ik kan me voorstellen dat zeker op erven nabij kernen, als het gaat om sociale woningbouw of de bouw van betaalbare woningen, die aantallen wat worden verruimd. Ook dat beleid moet nader vorm krijgen, maar de bijdrage van woningbouw op erven aan de vermindering van de woningnood zal altijd beperkt zijn. Stel we revitaliseren duizend erven, dan nog gaat het over betrekkelijk weinig woningen. Hetzelfde geldt voor wat ruimer bijbouwen nabij onze kernen; we zullen om het woningtekort serieus te verminderen echt flink moeten opschalen. En dan hebben we het over grote bouwlocaties. Niet in de weilanden, maar bij voorkeur binnenstedelijk. Bij onze OV-knooppunten, want goede bereikbaarheid is belangrijk.” 
 

Jelle Beemsterboer: van CDA naar BBB
Jelle Beemsterboer (39) heeft een lange carrière achter de rug in de gemeentepolitiek. In 2006 werd hij namens het CDA lid van de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Harenkarspel. Na de samenvoeging met Schagen en Zijpe in 2013 vervulde Beemsterboer gedurende twee raadsperiodes de rol van wethouder in de nieuwe gemeente Schagen. Als wethouder Wonen spande hij zich in voor meer (sociale) woningbouw. Na een mislukte poging om Kamerlid te worden en naar eigen zeggen groeiende twijfel over de koers van de christendemocraten, keerde hij het CDA de rug toe. In 2023 liet hij zich – inmiddels werkzaam als consultant bij BMC - door de BBB overhalen gedeputeerde in Noord-Holland te worden.

 

Bert Pots