11.12.21
OP STAP MET ... de woonbegeleider
'Veel ouderen vinden het moeilijk hun huis te verlaten'

Annelies van Altena begeleidt bewoners die vanwege renovatie of sloop hun woning (tijdelijk) moeten verlaten. Dat grijpt vaak diep in hun leven in. Maar het werk geeft veel voldoening. “Soms zie je wel eens schrijnende omstandigheden, maar in het algemeen is het heel fijn om zoveel verschillende mensen te ontmoeten.”

Annelies van Altena

Annelies van Altena

 


In de serie Op Stap Met … volgen we professionals die met de spreekwoordelijke poten in de modder staan.

We ontmoeten Annelies van Altena in een modelwoning in de Van Deysselbuurt in de Amsterdamse wijk Slotermeer, waar Rochdale een aantal grootschalige renovatieprojecten uitvoert. Van Altena is sinds zes jaar woonbegeleider en de laatste jaren ook teamleider. Dat ze plezier heeft in haar werk is in één oogopslag duidelijk.
Het gaat volgens Van Altena in deze buurt om renovaties van ‘hoog niveau’ en het betreft in totaal 2.100 woningen. “Dat betekent dat de woningen heel grondig worden aangepakt en de bewoners voor minstens een jaar hun huis moeten verlaten. Dat is ingrijpend en dan is een goede begeleiding heel belangrijk.”
Aan de werkzaamheden gaat een grootschalig woonwensenonderzoek vooraf. Van Altena: “Wij maken daarbij de wensen van de corporatie duidelijk en geven de bewoners de kans om te vertellen wat zij graag willen dat er gebeurt. We merken vooral dat de mensen vaak enorm opzien tegen de verhuizing naar een wisselwoning en uiteindelijk ook weer terug.”

Voor veel bewoners is de woonbegeleider het gezicht van de corporatie

Wie dat niet wil kan ook gebruikmaken van een stadsvernieuwingsurgentie om naar een andere woning te verhuizen. “Op zich is dat voor de woningcorporatie gunstiger want het is heel moeilijk om voldoende wisselwoningen vrij te krijgen. We proberen die te vinden in blokken die ook in een renovatietraject zitten. Zo onttrekken we zo min mogelijk woningen aan het reguliere bestand. Maar in de praktijk blijkt dat steeds weer lastig.”

Heel veel overleg

Over alle facetten van de renovatie vindt overleg plaats met de bewoners. Zo wordt er al in het begin een projectgroep opgericht waarin ook bewoners zitting hebben. “Er wordt heel veel besproken en dat moet ook want het is belangrijk dat we alle medewerking krijgen van de bewoners. Zo zijn er bijvoorbeeld plannen om in sommige blokken de zolders om te bouwen tot kleine studio’s voor jongeren. Maar dat kun je niet doen zonder de bewoners te raadplegen want die zijn vaak gehecht aan hun zolder. Het is eigenlijk constant wikken en wegen en zaken tegen elkaar afstrepen.”
Van Altena laat zich niet uit het veld slaan door de soms oeverloze overlegsessies. Zij wordt daar zelf niet moedeloos van, maar bewoners haken wel eens af: “Het is soms lastig ze betrokken te houden. Begrijpelijk, want die trajecten zijn lang. Neem de renovatie van dit blok. Wij zijn in 2019 in beeld gekomen om de vereiste zeventig procent instemming van de bewoners te halen. Maar het eerste participatietraject met de bewonerscommissie was al veel eerder. De planning is nu dat in februari 2022 alle bewoners zijn uitgeplaatst. Tegen die tijd is de renovatie van een ander blok in de buurt afgerond zodat we van de woningen die daar vrijgekomen zijn tijdelijk wisselwoningen kunnen maken.En pas daarna kunnen de werkzaamheden hier echt van start gaan.”

Naar de rechter

Van Altena maakt zelden mee dat een bewoner absoluut niet mee wil werken en ook weigert om het huis te verlaten. Van Altena: “In het uiterste geval moeten we naar de rechter stappen. Dat gebeurt echt maar een heel enkele keer. Maar het kan ook niet zo zijn dat ruim zeventig procent van de bewoners blij is dat er eindelijk iets aan hun woning gebeurt en dat dit door een enkeling jarenlang wordt opgehouden.”
Van Altena wordt er wel verdrietig van als het haar niet lukt om zeventig procent van de bewoners warm te maken voor een renovatieproject. “Er is een verschil tussen een renovatie en groot onderhoud. Een renovatie is vaak nogal ingrijpend terwijl groot onderhoud gewoon iets is dat regelmatig moet gebeuren. Wanneer we onvoldoende draagvlak voor een renovatie krijgen - wat overigens niet vaak voorkomt -  kiezen we voor groot onderhoud. In dat geval moeten de bewoners wel meewerken.”
Een heikel punt voor veel bewoners is de huurverhoging die na bijna alle renovaties wordt opgelegd. In het geval van dit woonblok bedraagt die vijftig euro per maand. Van Altena: “Over een verhoging wordt volop onderhandeld met de bewoners. We zijn een sociale woningcorporatie dus we proberen de huurders zoveel mogelijk tegemoet te komen. Overigens merken mensen met huurtoeslag in dit geval nauwelijks iets van de huurverhoging.”

Vissen in dezelfde vijver

Van Altena en haar collega’s helpen ook huurders die gebruik willen maken van hun stadsvernieuwingsurgentie om een andere woning te vinden. “Maar dat is zelfs met een urgentie ontzettend lastig. Veel mensen willen wel graag in deze buurt blijven omdat dat vertrouwd is en ze hier hun sociale netwerk hebben. Daardoor vissen veel mensen in dezelfde vijver. Maar die staat inmiddels behoorlijk droog.”
Voor veel bewoners is de woonbegeleider het gezicht van de corporatie. Zij vangen dan ook de klappen op wanneer mensen boos zijn of niet mee willen werken. “Dat vind ik niet erg want ik snap dat mensen soms boos zijn omdat ze - al is het vaak maar tijdelijk - uit hun huis moeten. En iedereen mag met me in discussie, maar ik tolereer geen dreigementen of intimidatie. Dan ben ik weg. Gelukkig komt dat heel weinig voor. Ik ontmoet voornamelijk fijne mensen die graag willen meedenken en meewerken.”

Piepkleine seniorenwoningen

Op dit moment begeleidt Annelies van Altena drie projecten in Amsterdam: in Slotermeer, Noord en de Kinkerbuurt. In Noord betreft het de sloop van een twintigtal piepkleine seniorenwoningen in de Banne. “Ouderen vinden het vaak nog moeilijker om hun woning te verlaten en dat is natuurlijk heel begrijpelijk. Die woninkjes zijn echter in zo’n slechte staat dat het niet langer verantwoord is. Ze verhuizen naar een nieuwbouwflat in dezelfde buurt die in 2024 wordt opgeleverd. Juist omdat het zo gevoelig ligt zijn we heel vroeg met het traject gestart. Sommige mensen hebben inmiddels al een andere woning gevonden. Voor ons is dat goed nieuws.”