Wat hebben Volt, Partij voor de Dieren, BIJ1 en De Vonk progressieve Amsterdammers bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op gebied van wonen te bieden? Volt pleit voor een publiek woonbedrijf, net als BIJ1 en De Vonk. BIJ1 wil bovendien dat alle sociale huurwoningen sociaal blijven en De Vonk kiest voor onteigening van woningen van vastgoedspeculanten. De Partij voor de Dieren is verklaard tegenstanden van het volbouwen van de stad.
Volt
Een woning voor iedereen, betekent voor Volt inbreiden. Volt wil volop inzetten op splitsen, optoppen, aanplakken en uitplinten. Om sneller extra woningen te bouwen binnen de bestaande stad, zal de gemeente meedoen aan experimenten en subsidies. Helder gemeentelijk beleid kan ertoe bijdragen dat bestaand vastgoed vaker een transformatie ondergaat. Of dat er vaker boven winkels kan worden gewoond, aldus Volt. Ook moet de woonruimte die er al is zo efficiënt mogelijk worden benut. Dat kan door splitsen makkelijker te maken en hospitaverhuur te versoepelen.
Volt is soepel als het gaat om het percentage betaalbare nieuwbouw. Vanwege gestegen bouwkosten is dertig procent sociale huur en veertig procent in het middensegment het maximaal haalbare. Wel moeten extra betaalbare woningen voor studenten worden toegevoegd, bijvoorbeeld door de bouw van drijvende woningen bij de Oostbrug op ’t IJ. En coöperatief wonen moet uitgroeien tot een derde pijler op de woningmarkt, naast sociale huur en koopwoningen.
De woningnood is volgens Volt niet alleen een kwestie van te weinig huizen. Het is zaak een doorstroomoffensief te beginnen: meer ouderenwoningen, échte stimulansen voor woningruil en doorstroomvoorrang. Niet op de laatste plaats moet de gemeente weer de regie pakken op volkshuisvesting. Dat kan volgens Volt door de oprichting van een publiek Amsterdams woonbedrijf zonder winstoogmerk. Maatschappelijke Woonorganisatie Amsterdam kan de stad helpen waar projectontwikkelaars en woningcorporaties dit niet lukt. De gemeente gaat, als het aan Volt ligt, ook vaker optreden als medefinancier van bouwprojecten. En Volt wil woningcorporaties te hulp snellen met lagere gemeentelijke belastingen. Tegenover lagere gemeentelijke lasten staat dan wel de verplichting extra te investeren in renovatie en verduurzaming van sociale huurwoningen. Ook moet Amsterdam in 2030 schimmelvrij zijn.
BIJ1
Wonen moet weer in publieke handen komen, meent BIJ1 onder aanvoering van Tofik Dibi. Hij pikt niet dat de markt bepaalt wie wel en wie niet een thuis verdient. Met een gemeentelijk woonbedrijf versterkt Amsterdam de publieke regie. Dat bedrijf bouwt zonder winstoogmerk precies die woningen die de stad nog heeft: sociale huur, middeldure huur, gezinswoningen, studentenhuisvesting en betaalbare woonruimte voor vitale beroepen. Woningen van malafide huurbazen en speculanten worden onteigend en in dit woonbedrijf ondergebracht. Ook koopt het gemeentelijk woonbedrijf woningen op in kwetsbare buurten.
Daarnaast wordt nieuwbouw afgestemd op de vraag van bestaande bewoners. In jonge stadsdelen zoals Zuidoost moet dat leiden tot de bouw van meer gezinswoningen en grotere woningen. In wijken waar sprake is van stadsvernieuwing waakt BIJ1 voor verdringing; bij sloop/nieuwbouw mag nooit sprake zijn van netto verlies van sociale huur. Om de buurtbinding te versterken krijgen wijkbewoners voorrang op een nieuwe woning. En van de bouw van micro-studio’s, alleen luxe woningen of prestigeprojecten zal al helemaal geen sprake meer zijn.
Tegelijkertijd pleit Bij1 voor een einde aan de verkoop en liberalisatie van sociale huurwoningen door corporaties. Sociale huurwoningen blijven voor altijd sociaal. Ook kiest Bij1 nadrukkelijk voor betere bescherming van huurders tegen uitbuiting, wanbeheer en achterstallig onderhoud. Doorn in het oog is toenemende dakloosheid. In Amsterdam hebben bijna 12.000 mensen geen vaste woon- of verblijfplaats, terwijl er bijna 22.000 woningen leeg staan. Voor kwetsbare mensen moeten voor 2030 voorzieningen uitgebreid en nieuwe woonvormen ontwikkeld. Ook wordt veel waarde toegekend aan Housing First. Verder vraagt Bij1 om veel meer aandacht voor ouderen. In elk stadsdeel moeten seniorenwoningen, clusterwoningen en woonzorg-complexen bijgebouwd, inclusief tweehonderd nieuwe rolstoelwoningen.
Ook zet Bij1 op bestrijding van energiearmoede. Voor 2030 moet alle sociale huur minimaal energielabel C hebben. Particuliere en corporatiehuurders krijgen steun van een gemeentelijke isolatiebrigade. En de gemeente compenseert voor eigen rekening huurders in slecht geïsoleerde woningen.
De Vonk
De Vonk, een afsplitsing van Bij1, heeft een duidelijke boodschap: ‘we beëindigen de tirannie van het grote geld over onze levens.’ Te beginnen bij vastgoedspeculanten en huisjesmelkers. Het woningbezit van Prins Bernhard jr. bijvoorbeeld wordt onteigend, zonder dat sprake is van een vergoeding. Onteigening past bij het primaire doel; Amsterdammers voorzien van duurzame, leefbare en sociale woningen.
De woningvoorraad moet, aldus het verkiezingsprogramma, in handen komen van bewoners, de overheid en non-profits, zoals corporaties en coöperaties. De Vonk wil 300 miljoen euro investeren in de oprichting van een gemeentelijk woonbedrijf om massaal betaalbare huurwoningen te bouwen en te renoveren. Dat woonbedrijf kan worden betaald uit een verhoging van de OZB. Al deze woningen hebben blijvende huurbescherming. Minimaal de helft van de gebouwde of gerenoveerde woningen zal een sociale huurwoning zijn. En dat woonbedrijf zal worden bestuurd in samenspraak tussen de bewoners, arbeiders en het verkozen stadsbestuur. Aan de rest van woningsector stelt de partij van lijsttrekker Chris de Ploeg strenge eisen: de verkoop van sociale huurwoningen door woningbouwcorporaties wordt gestopt en van de commerciële sector mag geëist dat middenhuur permanent is.
Partij voor de Dieren
De Partij voor de Dieren wil met lijsttrekker Anke Bakker onverminderd ‘het donkergroene anker’ van de gemeenteraad van Amsterdam zijn. Met minder hotels en toeristen en meer (duurzame) woningen. Haar partij is pertinent tegen het volbouwen van de stad, dat zou Amsterdam onleefbaar maken. Extra woningbouw is mogelijk door de vee-industrie te laten krimpen. Op die plekken bouwt de Partij voor de Dieren woningen die betaalbaar zijn voor iedereen: starters, senioren, alleenwonenden of mensen in alternatieve woonvormen. Minimaal veertig procent van de huurwoningen moet sociale huur zijn. En die nieuwe woningen zijn klimaatneutraal, circulair, biobased en natuurinclusief. Ook verlangt de Partij voor de Dieren in die nieuwe wijken voldoende voorzieningen.
Van woningcorporaties wordt het een en ander verwacht. Alle sociale huurwoningen worden goed geïsoleerd en verduurzaamd. Energieneutraal is voortaan de norm. De gemeente maakt harde afspraken over het schimmelvrij maken van de sociale woningvoorraad. Ook wil de partij een einde aan de verkoop van sociale huurwoningen. En mag er geen sprake meer zijn van corporatieverhuur in de vrije sector.