Nieuw register faciliteert de circulaire economie
Madaster: materialen krijgen een identiteit

Gebouwen zijn een tijdelijke opslag van producten en materialen. Dat is in het kort de filosofie achter Madaster, de materialenvariant van het bekendere Kadaster. “Madaster is een voorwaarde voor een circulaire economie”, stelt directeur Martijn Oostenrijk.

“In de bouwwereld wordt 40 procent van alle materialen die we met ons allen gebruiken, ingezet. Als het daar lukt om die grondstoffen opnieuw te gebruiken, dan kunnen we echt impact hebben”, zegt directeur Martijn Oostenrijk. Hij was – samen met onder anderen duurzaamheidsarchitect Thomas Rau – ruim twee jaar geleden initiatiefnemer van Madaster. “De materialen die tijdelijk een gebouw vormen wil je, als het gebouw niet meer nodig is of niet meer voldoet, opnieuw kunnen gebruiken. Dan helpt het als je - vele jaren later - weet welke materialen erin zitten. Die gegevens kunnen bij Madaster digitaal worden opgeslagen in een materialenpaspoort.”

Om circulair bouwen te bevorderen, is dat natuurlijk niet voldoende. Oostenrijk: “Het kan wel helpen om anders te gaan denken en zo te gaan ontwerpen dat gebouwen demontabel en remontabel zijn. Dat niet de sloopkogel gebruikt wordt, maar dat slopers gaan ‘mijnen’, materialen en met name producten gaan oogsten.”
Volgens Oostenrijk vraagt dat om nieuwe businessmodellen waarbij materialen in bestaande gebouwen ook na demontage waarde behouden. Dat vraagt weliswaar meer opslagruimte voor materialen en om een ander logistiek proces, maar naast de milieuwinst, gloren er volgens Oostenrijk ook financiële voordelen. Dan moeten er nog wel enkele stappen gezet: “De verzameling materialen die kan worden hergebruikt, vertegenwoordigt een waarde. Dat kan helpen financiering voor nieuwbouw bij banken los te krijgen. Maar dan moet er nog wel een certificeringssysteem voor materialenpaspoorten komen. Nu is daar geen controle op.”
Verplicht stellen
Momenteel is het zakelijke en particuliere vastgoed dat bij Madaster is geregistreerd goed voor drie miljoen m2. De verwachting is dat dit snel gaat groeien. “BPD heeft onlangs de eerste duizend woningen aangemeld, de 33 gemeenten die de MRA vormen gaan hun eigen gebouwen aanmelden en diverse woningcorporaties en bouwers, zoals de Alliantie en VolkerWessels, hebben hetzelfde voornemen.”
Voor een doorbraak is het volgens Oostenrijk belangrijk dat opdrachtgevers in tenders circulariteit als eis opnemen. “Wij krijgen regelmatig vragen van bouwende partijen hoe zij aan die wens kunnen voldoen. Het helpt ook dat het Rijk voornemens is een materialenpaspoort verplicht te stellen. Nu neigen vastgoedeigenaren investeringen in de energietransitie voorrang te geven, terwijl de impact voor het milieu veel groter is als circulair bouwen daar in meegenomen wordt.”

Levende dataset

De registratiekosten zelf zijn betrekkelijk laag. Voor gemiddeld duizend euro per jaar heb je een materialenpaspoort van een enorm gebouw in het systeem staan. Particulieren kunnen goedkoper terecht, om de drempel zo laag mogelijk te maken. Bestaande bouw is bewerkelijker om te registreren en daarmee duurder dan nieuwbouw.
Maar, zo benadrukt Oostenrijk, “het gaat wel om een levende set data”. Zo is het mogelijk om zo nodig materialen toe te voegen en de energieprestatie van een gebouw. Later kunnen ook renovatiestromen in beeld worden gebracht en kan aan de hand van een materialenpaspoort bijvoorbeeld een tender bij slopers worden uitgezet. Het is immers precies bekend welke materialen in een gebouw zitten.”


Lees ook in hetzelfde dossier:

De lange weg naar circulair bouwen
Hoe circulair is 'Circulair Buiksloterham'?
Circulair renoveren, kan dat? - Prijsvraag moet kennis en kunde bij corporaties vergroten
Beroep: Grondstoffenregisseur. Naam: Jolein Baidenmann
De Warren: wooncoöperatie realiseert duurzaam én circulair woongebouw