Rol van loten onderzocht

Tien procent van de woningen wordt verloot, honderden deelnemers per loting
Rol van loten onderzocht

Tien procent van het woningaanbod op WoningNet wordt via loting verdeeld. De belangstelling daarvoor is enorm. Uit een recente evaluatie in opdracht van de Stadsregio blijkt dat loten breed is ingevoerd en duidelijke voordelen heeft. Maar kanttekeningen zijn er ook. Daarbij heeft de nieuwe wetgeving voor starterscontracten het speelveld veranderd. De Amsterdamse wethouder Ivens wil er in ieder geval nog eens kritisch naar kijken.

Er waren al eerder experimenten, maar sinds 2013 maakt loten officieel deel uit van het woningaanbodsysteem in de regio Amsterdam. Het is bedoeld om ‘actieve spoedzoekers’ enig perspectief te bieden buiten de ellenlange wachtrijen om. Per gemeente mag maximaal 20 procent van het corporatie-aanbod via loting worden toegewezen, met een maximum van 15 procent voor de hele Stadsregio. Onderzoeksbureau RIGO schreef dit najaar een evaluatierapport over het loten. Hoe wordt het ingezet, waar leidt het toe, en hoe willen en kunnen we ermee verder?
In drieënhalf jaar (tot 1 juli dit jaar) is 10 procent (2440 woningen) van het aanbod op WoningNet via loting toegewezen. Als ook de direct bemiddelde woningen worden meegenomen, gaat het om 8 procent van het aanbod.
De verschillen per gemeente zijn groot: Wormerland loot niet of nauwelijks, terwijl Aalsmeer koploper is met 19 procent. In aantal staat Amsterdam bovenaan (1554 stuks), maar verhoudingsgewijs behoort het tot de middenmoot (8%).
Gemeenten mogen afspraken maken met corporaties over hoe het loten wordt ingezet, maar er zijn er maar weinig die dat hebben gedaan. Daardoor kunnen corporaties veelal zelf bepalen hoeveel en welke woningen ze verloten. Ze kiezen daarbij voornamelijk voor minder populaire woningen.
Sommige corporaties beschouwen het loten van ondergeschikt belang, zo stellen de RIGO-onderzoekers, omdat de vraagdruk van bijzondere doelgroepen te groot is.

Enorme belangstelling

In 2015 reageerden 54.000 mensen op een lotingwoning. Anders dan verwacht, waren dat niet alleen mensen met een korte inschrijfduur. Ruim een kwart had een inschrijfduur van vijf tot tien jaar; 11 procent zelfs langer dan tien jaar.
Op lotingwoningen wordt veel vaker gereageerd dan op reguliere. Het aantal reacties per woning nam toe van 643 in 2013 tot 1206 in de eerste helft van 2016. Het is een kansspel met de bijbehorende statistiek: in 2015 was de gemiddelde slaagkans per woning 0,09 procent. Iemand die een jaar lang aan alle lotingen meedeed (max. 2 per week), had een kans van ruim 9 procent (104 x 0,9%). Voor degenen die alleen meeloten voor Amsterdamse woningen was die kans kleiner (7,7%) dan voor mensen die maximaal reageren in de rest van de regio (15,2%).

Regels aanpassen

Om de kans te vergroten, stellen de onderzoekers voor de regels aan te passen. Nu mogen woningzoekers zich vier keer per week melden als kandidaat: tweemaal regulier én tweemaal loten. Als woningzoekenden maar drie maal per week mogen reageren op óf een reguliere óf een lotingwoning, dan zullen mensen met een lange inschrijfduur eerder reageren op het reguliere aanbod en concurreren ze minder met de loters.  
Een voordeel voor corporaties is dat woningen die via loting worden toebedeeld veel minder worden geweigerd: gemiddeld 1,5 keer, vergeleken met 8,1 weigeringen bij reguliere toewijzing. Het zijn vooral jonge starters die gretig gebruik maken van deze kans.
De meeste gemeenten hebben weinig bezwaar tegen loten, zo tekenden de onderzoekers op. En ook de corporaties willen de mogelijkheid behouden.
Maar kanttekeningen zijn er wel. Zo vinden corporatie de Alliantie en de gemeente Amsterdam - waar ruim twee derde van het corporatiebezit in de regio staat -  dat de nieuwe tijdelijke contracten, friends-contracten en combinaties van maatregelen “misschien wel belangrijker zijn dan loten voor het vergroten van de kansen van spoedzoekers/jongeren”.

Waardevol

“Wij vinden het een waardevolle aanvulling op het aanbiedingssysteem”, zegt Saskia Ossebaar van Eigen Haard over loten bij de woningtoewijzing.
Ossebaar stelt dat de argumenten die bij de invoering van het loten werden genoemd, nog steeds van kracht zijn. Het biedt actieve zoekers met weinig inschrijfduur een kans en het leidt tot minder leegstand, omdat een lotingwoning sneller wordt geaccepteerd. Dat kan volgens haar al gauw twee weken tot een maand leegstand en huurderving schelen.
Het is waar dat jongeren nu ook sneller worden geholpen met tijdelijke contracten, maar loten biedt ook kansen aan anderen, zegt de beleidsadviseur Wonen van Eigen Haard. “Mensen van buiten de regio, of die net gescheiden zijn.”
Ossebaar geeft toe dat de kans voor woningzoekenden klein is, als zich vele honderden gegadigden melden voor een lotingwoning. “Maar toch wil Eigen Haard loten als alternatief bieden voor de wachtrijen. Als het woningtoewijzingssysteem helemaal op de schop gaat, is loten misschien niet meer nodig. Zolang dat niet zo is, vinden we het een waardevolle aanvulling op de huidige toewijzingssystematiek.”
Eigen Haard verhuurt - en verloot - woningen in de hele Stadsregio. De gevolgen van het loten kunnen verschillend uitpakken in gemeenten. Eigen Haard labelt met name minder geliefde woningen voor verloting. De corporatie wil maximaal 15 procent van haar aanbod via het lot toewijzen. Maar als in kleine gemeenten complexen worden gelabeld voor loting, dan kan het gebeuren dat dat percentage al gauw wordt bereikt, vertelt Ossebaar. Dan moet de corporatie in overleg met de gemeente bijsturen.

SP is tegen loten

De SP, de partij van wethouder Laurens Ivens, is tegen loten, maar Ivens zelf wil nog geen oordeel vellen: “Het aanbod aan sociale huurwoningen is op dit moment dramatisch laag. We moeten heel goed weten of degenen die ze het hardst nodig hebben ook echt in die woningen komen. Dan kijk je naar de urgenties, maar ook naar de mensen op de wachtlijst. Bij het lotingssysteem is het fijn voor degenen die maar kort op de wachtlijst staan, dat ze een kans hebben. Maar laten we eerlijk zijn: er wordt met vele honderden tegelijk gereageerd op woningen - om dat nu een reële kans te noemen. Ik vind dat we daar kritisch naar moeten kijken. Sommige mensen zitten best in urgente situaties, terwijl we ze geen urgentie verlenen. Tegen hen zeggen we ‘nee’, maar tegen anderen zeggen we ‘ja’. Dat voelt vreemd. Daar willen we naar kijken in het kader van de Woonagenda die we nu opstellen.”
“Voor die Woonagenda hebben we een enquête gehouden, zijn we de markt opgegaan om gesprekken te voeren en houden we bijeenkomsten. Bij de marktgesprekken bleek dat veel mensen zich zorgen maken over de beschikbaarheid van sociale huurwoningen, voor hun kinderen of voor henzelf, als ze oud zijn.”
“Je moet het integraal bekijken. Niet alleen loten, ja of nee. We moeten ervoor zorgen dat woningen bij de reguliere toewijzing sneller worden geaccepteerd. De gemeente en de corporaties ontwikkelen daar ideeën over. Veel kunnen we daar nog niet over zeggen, maar inschrijfduur en urgenties vormen wat mij betreft de onbetwistbare basis. Het gaat om het optimaliseren van het systeem.”
Volgens de wethouder is dat vooral een streven van Amsterdam. “De regiogemeenten hebben het voor kennisgeving aangenomen.” De Stadsregio laat echter weten dat andere gemeenten uiteraard ook geïnteresseerd zijn in mogelijke verbeteringen. “Ze willen de discussie daarover graag voeren”.