Boeken

In de NUL20 boekenrubriek worden publicaties besproken op het terrein van stedelijke ontwikkeling, wonen, volkshuisvesting, wijkontwikkeling en leefbaarheid.

Uitgeverij Thoth brengt een nieuwe editie uit van 'De 75 beroemdste bouwwerken van Nederland' uit 2009, van dezelfde auteur. De titel is gewijzigd in 'Nederland in 75 bouwwerken'. De inhoud is geactualiseerd, maar de basisopzet is in stand gebleven.

Waarom zien de Nederlandse steden er uit zoals ze er uitzien? Op deze vraag willen de auteurs in dit monumentale boek een antwoord geven. Dat antwoord brengt in 320 pagina's in groot formaat duizend jaar stedenbouw in beeld.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft onderzoek gedaan naar de financiële risico's van huishoudens en hun toegang tot de woningmarkt. Dit levert, afgezien van de gekleurde geografische datakaarten, geen vrolijk beeld op. Veel Nederlanders staan er beroerder voor dan een decennium geleden.

Van Barcelona tot New York, van Tokio tot Amsterdam: een beetje stad is een Smart City of wil dat worden. Maar wat is dat? En is het meer dan ketelmuziek van marketeers van steden en ICT-bedrijven? Een rode draad vormt in ieder geval het optimisme dat toepassing van slimme technologie het leven in de stad schoner, veiliger, efficiënter en dus aangenamer maakt.

De Nederlandse Woonbond heeft deze zomer een uitgebreide brochure (50 pag.) uitgebracht over de mogelijkheden voor Wonen in Zelfbeheer, waarbij het niet gaat om individuele huiseigenaren - zelfbeheerders pur sang - maar om huurders in coöperatieve woonvormen. De Woonbond vindt meer zelfbeheer een kansrijke nieuwe weg in de volkshuisvesting.

Op de omslag prijkt nog zo’n typisch architectonisch hoogstandje. Een overweldigende maar curieuze stapeling glazen blokken die in de verte aan de beelden op Paaseiland doen denken. Rem Koolhaas gaf Rotterdam een nieuwe landmark aan de Maas, maar de bewoners erachter zullen dit vooral beoordelen in termen van licht en schaduw.

Uitgeverij Valiz heeft zich, dit keer in samenwerking met Trancity, vastgebeten in de vraag van wie ‘de stad’ nu eigenlijk is. Met de nieuwe, internationaal opgezette uitgave ‘We Own The City’ is aan de serie boeken over dit onderwerp nu een professionele, stedenbouwkundige kijk toegevoegd.

De Amsterdamse stichting De Driehoek gaat dapper verder op de ingeslagen weg: bachelorstudies van sociologiestudenten uitgeven. Dat dit voor woonprofessionals interessant kan zijn, bewijst de jongste uitgave. Die bevat drie onderzoeken naar de reactie van bewoners van probleemwijken op stigmatisering van buiten.

Normaal gesproken doen discussies onder architecten in de ogen van buitenstaanders vaak wat esoterisch aan. Het kan ook anders. In het laatste nummer van het onafhankelijke architectenblad ‘Oase’ wordt de vraag gesteld hoe je ‘sfeer’ bouwt. Hoewel dit volgens velen de kern van de architectuur uitmaakt, onttrekt het zich – zo is de gevestigde opinie - grotendeels aan concrete analyse.

Nadat Uitgeverij Trancity*Valiz kort geleden al ‘Stedelingen veranderen de stad’ uitbracht, volgt nu ‘Pioniers in de stad’. Het onderwerp is grotendeels hetzelfde: hoe vergaat het de activisten die zelfstandig buurtprojecten opstarten, deels buiten de overheid en andere gevestigde kanalen om?

Woningbouwtentoonstelling, een woord dat al bijna uit de Van Dale is verdwenen. Maar dat zou niet terecht zijn. Niet alleen vinden ze nog steeds plaats (in Hamburg bijvoorbeeld), ze zijn ook dé plek waar je lijfelijk kunt ervaren wat architecten als een ideale woning beschouwen.

Dit boek laat de worsteling zien waarin stedenbouwkundigen zijn verwikkeld sinds de overgang naar de postindustriële samenleving. Vanouds waren zij nauw verbonden en gebonden aan planmatige en voorspelbare stadsontwikkeling. Van Eesteren kon nog decennia vooruit plannen. Voor het overloopbeleid en de Vinex-wijken gold - wellicht in wat mindere mate - hetzelfde.

Van wie is de publieke ruimte? Behoort het beslissingsrecht daarover exclusief toe aan de overheid? Nee, denken sommigen. Dat zijn burgers die het heft in eigen hand nemen en zelf initiatieven starten, meestal gericht op sociale samenhang. In dit boek staan de nodige voorbeelden.

Nu het tijdperk van de grootschalige stedelijke vernieuwing voorbij lijkt, wordt nagedacht over alternatieven. In dit boek wordt dit gedaan vanuit het standpunt van de ontwerper. De ondertitel is dan ook: pleidooi voor ontwerpkracht.

Stedenbouwkundigen en verkeerskundigen spreken elkaars taal niet. Sterker, de neiging tot samenwerken wordt ondermijnd door wederzijdse negatieve stereotyperingen. Althans, dat is de ervaring van architect Jeroen Mensink (Jam*architecten), initiatiefnemer van ‘Stromen en verblijven’.

Pagina's