Boeken

In de NUL20 boekenrubriek worden publicaties besproken op het terrein van stedelijke ontwikkeling, wonen, volkshuisvesting, wijkontwikkeling en leefbaarheid.

Op de omslag prijkt nog zo’n typisch architectonisch hoogstandje. Een overweldigende maar curieuze stapeling glazen blokken die in de verte aan de beelden op Paaseiland doen denken. Rem Koolhaas gaf Rotterdam een nieuwe landmark aan de Maas, maar de bewoners erachter zullen dit vooral beoordelen in termen van licht en schaduw.

Uitgeverij Valiz heeft zich, dit keer in samenwerking met Trancity, vastgebeten in de vraag van wie ‘de stad’ nu eigenlijk is. Met de nieuwe, internationaal opgezette uitgave ‘We Own The City’ is aan de serie boeken over dit onderwerp nu een professionele, stedenbouwkundige kijk toegevoegd.

De Amsterdamse stichting De Driehoek gaat dapper verder op de ingeslagen weg: bachelorstudies van sociologiestudenten uitgeven. Dat dit voor woonprofessionals interessant kan zijn, bewijst de jongste uitgave. Die bevat drie onderzoeken naar de reactie van bewoners van probleemwijken op stigmatisering van buiten.

Normaal gesproken doen discussies onder architecten in de ogen van buitenstaanders vaak wat esoterisch aan. Het kan ook anders. In het laatste nummer van het onafhankelijke architectenblad ‘Oase’ wordt de vraag gesteld hoe je ‘sfeer’ bouwt. Hoewel dit volgens velen de kern van de architectuur uitmaakt, onttrekt het zich – zo is de gevestigde opinie - grotendeels aan concrete analyse.

Nadat Uitgeverij Trancity*Valiz kort geleden al ‘Stedelingen veranderen de stad’ uitbracht, volgt nu ‘Pioniers in de stad’. Het onderwerp is grotendeels hetzelfde: hoe vergaat het de activisten die zelfstandig buurtprojecten opstarten, deels buiten de overheid en andere gevestigde kanalen om?

Woningbouwtentoonstelling, een woord dat al bijna uit de Van Dale is verdwenen. Maar dat zou niet terecht zijn. Niet alleen vinden ze nog steeds plaats (in Hamburg bijvoorbeeld), ze zijn ook dé plek waar je lijfelijk kunt ervaren wat architecten als een ideale woning beschouwen.

Dit boek laat de worsteling zien waarin stedenbouwkundigen zijn verwikkeld sinds de overgang naar de postindustriële samenleving. Vanouds waren zij nauw verbonden en gebonden aan planmatige en voorspelbare stadsontwikkeling. Van Eesteren kon nog decennia vooruit plannen. Voor het overloopbeleid en de Vinex-wijken gold - wellicht in wat mindere mate - hetzelfde.

Van wie is de publieke ruimte? Behoort het beslissingsrecht daarover exclusief toe aan de overheid? Nee, denken sommigen. Dat zijn burgers die het heft in eigen hand nemen en zelf initiatieven starten, meestal gericht op sociale samenhang. In dit boek staan de nodige voorbeelden.

Nu het tijdperk van de grootschalige stedelijke vernieuwing voorbij lijkt, wordt nagedacht over alternatieven. In dit boek wordt dit gedaan vanuit het standpunt van de ontwerper. De ondertitel is dan ook: pleidooi voor ontwerpkracht.

Stedenbouwkundigen en verkeerskundigen spreken elkaars taal niet. Sterker, de neiging tot samenwerken wordt ondermijnd door wederzijdse negatieve stereotyperingen. Althans, dat is de ervaring van architect Jeroen Mensink (Jam*architecten), initiatiefnemer van ‘Stromen en verblijven’.

Hoe is het weer in de stad? Sana Lenzholzer vindt dat helemaal geen vreemde vraag. Zij houdt zich namelijk bezig met het 'stadsklimaat', een vakgebied dat nog in de kinderschoenen staat. Het is volgens Lenzholzer niet vanzelfsprekend dat het in steden warmer is dan daarbuiten en dat er plekken zijn waar je ineens van je fiets waait.

Dat een stad voortdurend verandert mag een platitude heten. Maar het levert wel mooi beeldmateriaal op voor een fotograaf die er oog voor heeft. Rogier Alleblas volgde de renovatie van een woonblok in de Gorontolastraat in Amsterdam-Oost en hij deed dat met een warm gevoel voor de betrokkenen. Zijn fotoboek houdt het midden tussen een artistieke en documentaire benadering.

De reputatie van de naoorlogse tuinsteden uit het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP, 1935-1970) is er de laatste decennia niet beter op geworden. Door de eenzijdige samenstelling van de woningvoorraad concentreerden zich hier de problemen van de multiculturele samenleving. ‘Slaapsteden’ was nog de vriendelijkste kwalificatie. Maar het tij keert. Deze uitgave is er een bewijs van.

De Amsterdamse oud-wethouder Duco Stadig zegt het in zijn voorwoord: de terminologie van de organische stadsvernieuwing doet alweer bijna clichématig aan. Dat neemt niet weg dat flexibele gebiedsontwikkeling momenteel de aangewezen weg lijkt. In dit boek bieden twee geëngageerde ontwerpers daarvoor bruikbare suggesties.

'Hervorming Stedelijke Vernieuwing, een paradox tussen vast en vloeibaar' is een uitgave van het Amsterdamse Projectmanagement Bureau. Het is het schriftelijke residu van een drietal seminars voor de Amsterdamse ambtelijke top over de toekomst van de stedelijke vernieuwing.

Pagina's